Kunstenaar moet nóg onbegrijpelijker zijn

Met prietpraat verdedig je het belang van kunst niet, schreef Joost Swanborn.

Kennis van kunst wordt zo weggezet als iets elitairs.

Echt verrassend was het niet toen zelfbenoemde taaldokter.nl Joost Swanborn zich in deze krant als spuit elf voegde bij het inmiddels reusachtige koor van criticasters van de hedendaagse kunst (Opinie, 2 augustus). Inderdaad, het is vakantietijd en dus tijd voor herhalingen. Nu het kunstdebat alweer even geluwd is, doet taaldokter.nl het nog eens dunnetjes over, met een overbekende kwak zalf. De teneur van zijn relaas sluit aan bij een uitentreuren geuit bezwaar tegen kunstenaars en kunstinstellingen. Maar al te graag steunen dit soort figuren de bezuinigingen op de kunst van het huidige minderheidskabinet. Hoe zat het ook alweer? Uh, nou, ‘de kunstsector’ hult zich in orakeltaal en heeft zodoende publieke interesse verkwanseld en daarmee het recht om gesubsidieerd te worden. Kunst is een elitair tijdverdrijf geworden voor ingewijden.

Wie heeft het niet al vaak gehoord?

De toon waarop ‘de kunstsector’ door Swanborn wordt aangevallen, is zelfgenoegzaam en loopt over van een vals soort heroïek: die van de klokkenluider, maar dan wel een eentje die zijn eigen hoofd als klepel gebruikt. De air van scherpzinnige out- en insider veronderstelt gedegen kennis van de artistieke wereld, die medicijnman Swanborn overigens een ‘branche’ noemt (nou, dan weet je wel). Het tegendeel is natuurlijk het geval.

De eis van dit soort, op het met de kunst zogenaamd goed voorhebbende kwibussen (want dát zijn ze), luidt dat kunstenaars geen kunstspeak (prietpraat, noemt Swanborn het) mogen gebruiken om hun werk te contextualiseren. Voor wie nog steeds niet weet waarom: om de band met een breed publiek te herstellen, een publiek dat vooral bestaat uit belastingbetalers. Dat kunstenaars en curatoren geen neerlandici zijn en andere eisen aan een tekst stellen, wordt gemakshalve vergeten. Met wat knip-en-plakwerk probeert de taaldokter.nl te bewijzen hoe erg het wel niet gesteld is met de taal van die nare kunstinstellingen. Of zijn selectie representatief is, moeten we maar van hem aannemen...Of toch maar niet.

Op de vraag hoe begrip van en waardering voor een kunstwerk zich tot elkaar verhouden, wil ik niet ingaan, het zal aan de taaldokters van Nederland niet besteed zijn. Wat mij betreft: enige kennis van kunst draagt op een positieve wijze bij aan je ervaring van kunst. Wat er op dit moment echter gebeurt, is dat gebrek aan kennis de norm is, terwijl het tegenovergestelde het geval zou moeten zijn.

Het zou namelijk best wel eens superhandig kunnen zijn om inzicht te hebben in het leven van de kunstenaar, in de tijd waarin hij/zij leeft/leefde, in de ontwikkeling van zijn of haar oeuvre. Dat je je hierin verdiept, wordt door lieden als onze taaldokter.nl in een kwaad daglicht gesteld. Je bent al snel een ingewijde, of nog erger, elitair. Kunst moet onmiddellijk geconsumeerd kunnen worden. Enige vorm van betekenisuitstel, van reflectie? Nee, getsie! Klare taal, zo klinkt het weinig originele recept van de taaldokter. Want anders snapt de belastingbetaler (die hij vooral zelf is) er geen jota van.

Iedereen die de debatten over kunst de afgelopen maanden gevolgd heeft, weet dat beeldend kunstenaars niet de enige zijn die Swanborns verwijten momenteel voor de voeten geworpen krijgen. Dichters, schrijvers, componisten, theatermakers, ze moeten geloof ik allemaal operettes en musicals gaan fabriceren om nog aanspraak te mogen durven maken op gemeenschapsgeld.

Als er al een probleem is, dan is het dat kunstenaars zich te weinig verdedigen tegen dit soort flauwekul. Ze staan dan ook zwak omdat voor velen taal maar een klein deel van hun werk inhoudt. Ik zou er vooral voor willen pleiten dat kunstenaars nog veel onbegrijpelijker worden, dat zij nog meer lak hebben aan de apothekerspraatjes van de huidige regering en haar dokterende sympathisanten. Laat die subsidie maar zitten, de kunst komt er inderdaad wel. De grootmoedigheid van kunstenaars zal ervoor zorgen dat die kunst voor én tegen hen is.

Jan-Willem Anker is dichter, schrijver en docent aan de Gerrit Rietveld Academie.