Kritiek op Wilders in stuk New York Times

Nederland kan worden beschouwd als bron van het soms gewelddadige Europese verzet tegen de islam. Dankzij de PVV en Geert Wilders is Nederland een belangrijke testcase voor de heropleving van rechtse anti-immigratie politiek in Noord-Europa.

Dit staat in een artikel dat zaterdag werd gepubliceerd in The New York Times (NYT) en vandaag in de International Herald Tribune. Het artikel schetst het politieke klimaat in Nederland na de aanslagen in Noorwegen en de rol van de PVV. Wilders wordt geïntroduceerd als „agressively anti-immigrant and anti-Muslim politician” en wil volgens de auteur dat alle immigranten en hun kinderen worden gedeporteerd.

In de reportage laat Parijs-correspondent Steven Erlanger, die Wilders naar eigen zeggen vergeefs vroeg om een interview, politici en wetenschappers aan het woord die uithalen naar Wilders. Een van hen is Rob Riemen, directeur van het Nexus Instituut en auteur van De eeuwige terugkeer van het fascisme. „Nederlanders willen niet erkennen dat we fascisme zien in het gezicht van Wilders”, zegt hij in het artikel. „Hem een populist noemen, verhult wat er werkelijk aan de hand is.”

Kamerleden Ahmed Marcouch (PvdA) en Kathleen Ferrier (CDA) komen aan het woord. Volgens Ferrier krijgt Wilders geen weerwoord meer na hatelijke opmerkingen en toont ‘Noorwegen’ aan hoezeer de Nederlandse samenleving „op de rand van de zenuwen leeft”. Geciteerde bewoners uit het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart bevestigen de in het stuk geconstateerde kloof tussen autochtonen en islamitische allochtonen in Nederland.