Japanse economie krimpt opnieuw, maar minder hard dan verwacht

De Japanse economie is in het tweede kwartaal van 2011 gekrompen, maar minder hard dan verwacht. Consumenten en het bedrijfsleven lijden nog steeds onder de naweeën van de aardbeving en tsunami in maart. Dat bleek vandaag uit een eerste raming van het Japan Economic & Social Research Institute.

Het reëel bruto binnenlands product (bbp), gecorrigeerd voor inflatie, daalde 0,3 procent ten opzichte van het eerste kwartaal dit jaar. Vooraf door Dow Jones Nieuwsdienst geraadpleegde economen rekenden op een krimp van 0,7 procent. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2010 daalde het reëel bbp met 1,3 procent. Nominaal kromp de economie op kwartaalbasis met 1,4 procent en op jaarbasis met 5,7 procent.

De Japanse economie kelderde al voor de tsunami en aardbeving van 11 maart. Het laatste kwartaal van 2010 zette al een daling in. Vorig jaar verloor Japan zijn plek als op een na grootste economie ter wereld aan China. Het land kampt met vergrijzing, een groeiende overheidsschuld en jaren van inflatie. De Japanse economie leunt stevig op de export omdat de binnenlandse vraag beperkt is. Maar door de sterke yen is het geld van importeurs minder waard in Japan.

De beperkte daling zorgt desalniettemin voor optimisme in Japan. De Japanse Nikkei-index reageerde positief op de meevallende cijfers en eindigde 1,4 procent hoger en ook de Topix opende in de plus.