In de eredivisie schitteren spitsen uit tweederangs voetballanden

Het Nederlands elftal behoort al jaren tot de wereldtop. De Nederlandse competitie glijdt steeds verder weg en is een kweekvijver geworden voor spitsen uit B-landen.

Het beste elftal ter wereld en een Mickey Mouse-competitie waarin vooral buitenlandse spitsen uit B-landen schitteren. Nederland heeft het op 24 augustus allebei. Volgens de ranking van wereldvoetbalbond FIFA die dan officieel bekend wordt gemaakt, staat Oranje op de eerste plaats van de landenranglijst, voor wereldkampioen Spanje. Bert van Marwijk is er trots op. Tegelijkertijd mag de bondscoach zich zorgen maken over de status van de Nederlandse clubs. Op de ranking van de Europese voetbalbond UEFA komt de eredivisie niet verder dan een negende plaats. Landen als Portugal, Rusland en Oekraïne zijn ons voorbijgestreefd.

Het euforische gevoel na de koppositie van het Nederlands elftal zal waarschijnlijk van korte duur zijn. De nivellering van de nationale competitie zal wel eens voor structurele problemen op de langere termijn kunnen zorgen. Johan Cruijff luidde jaren geleden al de noodklok met zijn stelling dat er van alles schortte aan de jeugdopleiding van Ajax. Met een verwijzing naar de vele ex-Ajacieden in Oranje en de talloze zelf opgeleide spelers in het eerste elftal van Ajax werd de kritiek weggehoond.

Cruijff legde een paar maanden geleden in een vraaggesprek met NRC Handelsblad nog eens geduldig uit waar volgens hem het probleem zit. Ajax brengt geen aanvallers meer groot. Cruijff: „Cruijff, Van Basten, Kieft en Kluivert dat waren toch andere voetballers dan de acht spelers in het eerste elftal die nu uit de eigen opleiding voortkomen? Het verschil zit vooral in techniek en handelingssnelheid. Ze spelen overal in het team, maar niet in de aanval.”

De problemen staan niet op zich. De topscorerslijst van de eredivisie wordt aangevoerd door spitsen als Miralem Sulejmani (Ajax, Servië), Tim Matavz (FC Groningen, Slovenië), Jacob Mulenga (FC Utrecht, Zambia) en Marc Janko (FC Twente, Oostenrijk). Nederlandse wereldtoppers als Klaas-Jan Huntelaar (zaterdag goed voor drie doelpunten bij Schalke 04), Robin van Persie (Arsenal), Dirk Kuijt (Liverpool) en Arjen Robben (Bayern München) schitteren wekelijks in buitenlandse competities. Aanvallende talenten als Luc Castaignos en Ricky van Wolfswinkel vertrokken afgelopen zomer naar Inter Milaan en Sporting Lissabon.

Wie een weekeinde intensief de Nederlandse competitie volgt, ziet dat de eredivisie een opleidingsinstituut is geworden voor aanvallers uit landen die op de FIFA-ranking niet eens tot de subtop behoren. Supertalenten uit sterke voetballanden als Spanje, Duitsland, Brazilië, Engeland en Argentinië komen niet meer naar Nederland. Met het vertrek van de Uruguayaan Luís Suarez van Ajax naar Liverpool verloor de eredivisie vorig seizoen de laatste aanvallende internationale ster van een aansprekende voetbalnatie. Met Suarez in de punt van de aanval won Uruguay de Copa América en zaterdag scoorde hij voor The Reds.

Dé grote smaakmaker van de eredivisie komt uit Costa Rica (FIFA-ranking 56) en heet Bryan Ruiz. Co Adriaanse zette de sierlijke aanvaller afgelopen zaterdagavond in de ‘topper’ tegen AZ aanvankelijk op de bank omdat de voetballer zo laat was teruggekomen van een interland tussen Costa Rica en Ecuador dat hij de laatste training miste. Ruiz zag vanaf de zijkant hoe de Oostenrijkse spits Janko FC Twente met een kopbal al snel op voorsprong zette. Maar het moment van de wedstrijd werd door Ruiz zelf verzorgd. De wijze waarop hij in de 66ste minuut zijn landgenoot Esteban met een lobje verraste getuigde van pure klasse. Als de 25-jarige Ruiz een Spanjaard, Braziliaan of Nederlander was geweest had hij allang niet meer in Enschede gespeeld.

Bij FC Groningen was het de Sloveen Matavz die in de Euroborg tegen ADO Den Haag opviel met een hattrick. De gracieuze spits, die vorig seizoen leek te vertrekken naar het Italiaanse Napoli, maakte twee weken voor het sluiten van de transfermarkt reclame voor zichzelf. FC Groningen zou circa acht miljoen euro willen hebben voor de 21-jarige international van Slovenië (FIFA-ranking 22). PSV – dat door een doelpunt van de Belg Mertens (FIFA-ranking 37) met 1-0 won van RKC – is nog altijd op zoek naar een (buitenlandse) centrumspits.

Verder waren dit weekend de Vitesse-aanvallers Wilfried Bony (Ivoorkust, FIFA-ranking 14) en Giorgi Chanturia (Georgië, FIFA-ranking 57) trefzeker, scoorde de IJslandse (FIFA-ranking 121) spits Kolbeinn Sigthórsson voor Ajax, keerde de Zambiaan (FIFA-ranking 81) Mulenga terug bij Utrecht met twee doelpunten en maakte de Ghanees (FIFA-ranking 16) Matthew Amoah zijn eerste competitietreffer voor NAC.

Waren er dan helemaal geen Nederlandse aanvallers die het afgelopen weekeinde opvielen in de eredivisie? Jawel. Bij het armlastigste Feyenoord was de 20-jarige Jerson Cabral zaterdagavond met twee doelpunten de man van de wedstrijd tegen Roda JC. Vorige week maakte Cabral nog deel uit van Jong Oranje dat met 3-0 verloor van Jong Zweden. Bondscoach Cor Pot verweet zijn ploeg toen een gebrek aan mentaliteit. De kans dat het grote Oranje over vijf jaar nog op één van de FIFA-ranking zal staan lijkt zeer klein.

    • Koen Greven