Hoe schrijf je toneel?

Dat doe je niet. Je zou wel gek zijn. Het is totaal verspilde tijd. Ga maar na. Het is al ontzettend moeilijk om een boek uitgegeven te krijgen. Er zijn ongeveer net zoveel professionele theatergezelschappen als erkende uitgeverijen. Maar een uitgeverij brengt jaarlijks meer dan honderd titels uit, terwijl een theatergezelschap hooguit vier eigen producties per jaar heeft. Dat is al veel. Alleen de allergrootste gezelschappen kunnen het zich misschien veroorloven meer te doen.

Ga maar eens lekker zitten kansberekenen hoe hard je mag hopen dat je toneelstuk wordt opgevoerd. Je kunt er ook de seizoensbrochures van de gezelschappen van de afgelopen tien jaar bij pakken en turven hoeveel modern oorspronkelijk Nederlands toneel er in het afgelopen decennium op de planken is gebracht. Stukken van de artistiek leider of de vaste regisseur tellen niet. Alleen stukken van schrijvers als jij, die de gezelschappen op een mooie dag in hun brievenbus hebben gevonden. Ik denk niet dat je er één vindt.

Dus je doet het alleen als je je eigen theatergezelschap hebt, maar dat heb je niet; of als je ervoor wordt gevraagd, zoals mij een aantal keren is overkomen. En dat je wordt gevraagd, heeft altijd een reden. Ze bellen je niet op om je carte blanche te geven. Ze hebben een idee en denken dat jij de geschikte persoon bent om het te realiseren. Uiteraard heb je invloed op de invulling, maar totale vrijheid heb je niet. Het aantal acteurs dat je mag gebruiken ligt al vast. Het is meestal ook bekend wie die acteurs zijn. Het ligt al vast hoe lang het stuk ongeveer moet duren en in wat voor theaters het wordt opgevoerd. Geld voor uitbundige decors of speciale effecten is er niet. En er is een keiharde deadline die met geen dag valt op te rekken, want de repetitielokalen zijn al gehuurd.

Dit alles vergt een buitengewoon gedisciplineerde manier van werken. Je kunt een toneelstuk niet organisch laten groeien onder je handen, zoals dat met een roman wel kan, je zult planmatig moeten opereren en oplossingen bedenken binnen de gestelde kaders. Je moet het idee vertalen in een plot, het plot in scènes en de scènes in dialogen.

Dat is het andere cruciale verschil met het schrijven van een roman: je hebt geen verteller. Alles wat er gebeurt zul je op het toneel moeten laten gebeuren. En actiescènes op toneel zijn belachelijk, dus alles wat er gebeurt, gebeurt in de interactie tussen de personages. Daar komt het in feite uiteindelijk op neer: je moet het meeslepende verhaal dat je wilt vertellen, zich laten voltrekken in een reeks gesprekken.

Ilja Leonard Pfeijffer

    • Ilja Leonard Pfeijffer