Het essentiële beursgerucht

Geruchten beheersen de beurzen. Is het rationeel van beleggers om af te gaan op die verhalen? Als alle anderen hun aandelen verkopen, is het niet zinvol om ze zelf te houden, stelt Henriëtte Prast.

De afwaardering van de Verenigde Staten door ratingbureau Standard & Poor’s en geruchten uit een Britse zondagkrant over een vermeend faillissement van een Franse bank hebben de beurzen afgelopen week ongekend beroerd. Hoe is de reactie van beleggers op berichten en geruchten te duiden? Welke rollen zijn weggelegd voor ratio en emotie?

Over dit onderwerp bestaan diverse theorieën. Ik zal hier een paar van deze modellen noemen.

1De efficiënte-marktentheorie gaat ervan uit dat alle beschikbare informatie is verwerkt in de koers. Economen met zelfspot leggen dat als volgt uit. Een psycholoog en een econoom lopen op straat. De psycholoog zegt: kijk, daar ligt een briefje van vijftig euro. De econoom antwoordt: nee, dat kan niet. ‘Als het daar lag, zou iemand het al hebben opgepakt.’

De efficiënte-marktentheorie zegt overigens niet dat elke belegger alles weet. Zolang er evenwel maar een paar beleggers zijn die meer dan anderen weten, zullen zij die kennis benutten. Ze zullen aan- en verkopen doen totdat alle beschikbare informatie is verwerkt in de koers.

Volgens de efficiënte-marktentheorie betekenen de koersdalingen van afgelopen week dat de daling van de rating van de Verenigde Staten nieuws was, net als het gerucht over een Frans debacle. Een van de redenen waarom de efficiënte-marktentheorie de afgelopen decennia onder vuur is komen te liggen, is dat koersbewegingen op financiële markten te groot en grillig lijken te zijn om geheel te kunnen worden verklaard door nieuws over fundamentele, onderliggende factoren.

2Het cascade- of watervalmodel houdt rekening met de mogelijkheid dat beleggers informatie afleiden uit het gedrag van andere beleggers en daarmee vervolgens iets doen. Dit model concludeert dat een kleine wijziging van informatie of zelfs een gerucht kan leiden tot veel grotere bewegingen dan de informatie rechtvaardigt, ook als deze zou kloppen. Dit is uit te leggen met een voorbeeld over een restaurant. Stel: je wilt eten in een onbekend restaurant. Ter plaatse zie je mensen in de rij staan voor een ander restaurant. Je verandert daardoor van gedachten en sluit aan in de rij. Dit maakt de rij nog langer en geeft anderen nog sterker de boodschap dat het eten daar wel heel lekker moet zijn – en dat zonder dat jij zelf beschikt over informatie over het restaurant.

3 Het selffulfilling prophecymodel legt de nadruk op de mogelijkheid dat een gerucht, ook als dat niet wordt geloofd, kan leiden tot een massale reactie. Ook voor beleggers die zelf denken dat het gerucht niet waar is, maar bang zijn dat anderen het wel geloven en hun aandelen verkopen, kan het een rationele reactie zijn om de eigen aandelen van de hand te doen. Je zou je aandelen ook kunnen behouden, of zelfs tegen de lage koers bijkopen. Je weet immers dat het gedrag van de anderen berust op verkeerde informatie. De aandelen zijn dus ondergewaardeerd, maar het kan lang duren totdat je gelijk krijgt. Zoals de bekende, aan Keynes toegeschreven uitspraak luidt: markets can remain irrational longer than you can remain solvent.

4Ook het reputatiemodel grijpt terug op een uitspraak van Keynes: Worldy wisdom teaches that it is better for reputation to fail conventionally than to succeed unconventionally. Dit model kijkt vooral naar het gedrag van professionele beleggers die handelen in opdracht van een klant. Wat Keynes bedoelde, en wat dit model benadrukt, is dat een professional in een goed blaadje wil staan bij zijn opdrachtgever. Als hij afwijkt van wat anderen doen en het gaat mis, is zijn reputatie naar de filistijnen. Met zijn allen de boot in gaan wordt de individuele handelaar daarentegen niet kwalijk genomen. Professionele handelaren hebben dus een rationele prikkel om elkaar na te apen.

5De behavioural finance benadrukt dat mensen op een vooringenomen manier omgaan met informatie. In lijn met de theorie van cognitieve dissonantie is hier de veronderstelling dat mensen in slechte tijden vooral openstaan voor slecht nieuws en daarnaar handelen. In goede tijden is het omgekeerde het geval. Volgens deze benadering wordt een klein beetje slecht nieuws in crisistijd al snel uitvergroot. Dit kan leiden tot grote uitslagen.

Ook legt de behavioural finance de nadruk op het effect van recente rampen op gedrag. Wie net een ernstig auto-ongeluk heeft gezien, weet rationeel dat de kans op auto-ongelukken niet is gestegen, maar ‘voelt’ het anders. Hij rijdt daarom de rest van de dag voorzichtiger. Wie net een verregende vakantie in Nederland heeft doorgebracht, besluit om volgend jaar weer naar het zonnige Zuiden te gaan, ook al weet hij dat de kans op een regenachtige zomer in Nederland niet groter is geworden.

Nerveus gedrag van beleggers is op diverse manieren te duiden. Zelfs met de ratio alleen kun je een eind komen, zolang je maar veronderstelt dat mensen niet perfect zijn geïnformeerd. Wat uit alle benaderingen blijkt, is dat het onmogelijk is om de markt systematisch te verslaan. Tot slot een andere waarschuwing: aandelen zijn, ook op de lange termijn, niet veilig.

Henriette Prast is hoogleraar persoonlijke financiële planning aan de Universiteit van Tilburg en auteur van Psychology in Financial Markets – An Introduction to Behavioural Finance (2004).

    • Henriëtte Prast