Een passie voor interessant papier

Correspondenten speuren deze zomer rommelmarkten af naar nationale obsessies.

In Johannesburg verkoopt Geoff Kass alles wat hem zelf fascineert. En dat is veel.

„Boeken zijn als water; langzaam stroomt de ruimte ermee vol”, zegt Geoff Klass van de Collector’s Treasury in Johannesburg. Hij kan het weten. Geen hoekje in zijn acht etages hoge pakhuis aan de rand van de binnenstad van Zuid-Afrika’s economische centrum is onbenut; er is ook geen raam waardoor je nog naar buiten kunt kijken. Boeken, overal boeken. Wie het pand binnen wil, moet zich nog voor het officiële toegangs- annex veiligheidshek over dozen lectuur heen worstelen en eenmaal binnen is de chaos nog indrukwekkender. „Maar ik kan haast altijd vinden wat je zoekt”, beweert Klass.

Rommelmarkten waar mensen tweedehands waar aanbieden zie je niet veel in Zuid-Afrika. Scholen organiseren soms een beurs om geld voor een goed doel in te zamelen en er is een aantal ‘vlooienmarkten’ waar tussen de kraampjes met broodjes boerewors goedkope producten uit China verkocht worden. Wie op zoek is naar een levensechte imitatie-kalasjnikov – in crimineel Zuid-Afrika soms best handig – kan daar terecht.

Maar wie iets bijzonders zoekt, moet naar de Collector’s Treasury. Behalve twee miljoen boeken – naar verluidt de grootste collectie op het zuidelijk halfrond – en een half miljoen oude langspeelplaten, verkoopt Geoff Kass sinds 1974 alles wat hem om een of andere reden zelf fascineert. En dat is veel.

Van dure art deco theepotten tot schilderijen van Boerenleider Paul Kruger, van negentiende-eeuwse Hollandse Statenbijbels tot cd’s van Eminem of boxen met de verzamelde symfonieën van Beethoven uit de eerste jaren van de grammofoon. In een doos met oude autoaccessoires (knijpclaxons bijvoorbeeld) ligt een cd met ‘South African frog calls’: kikkergeluiden dus. Er is een bruinleren golftas met oude houten clubs erin, er staat een doos vol porseleinen pijpen en tussen een collectie zeer persoonlijke fotoalbums ligt opeens een postzegelverzameling met bijzondere exemplaren uit Afrikaanse landen over de Olympische winterspelen: een zegel uit Niger met een bobslee erop en schansspringers uit de Centraal Afrikaanse Republiek.

„Mijn passie is interessant papier”, zegt Klass. „Dingen die je normaal gesproken weggooit, wil ik hebben. Dat kunnen brieven zijn met handtekeningen van mensen die later beroemd zijn geworden of gewoon een foto-album van John Smith, de groenteman op de hoek van de straat. Die foto’s laten zien hoe het er vroeger aan toe ging, hoe mensen hun leven leidden.” En daar is vraag naar. „Ik ken een schrijver die hier van die anonieme albums kwam halen en bij die foto’s een verhaal fantaseerde”, zegt Klass. „Dat werd dan later een roman.”

Veel van de spullen komen uit de boedel van overleden welgestelde blanke Zuid-Afrikanen, vertelt Klass. In de jaren zestig en zeventig had de blanke minderheid van Johannesburg de hoogste levensstandaard in de wereld. Alles was in Zuid-Afrika te krijgen. Handelaren in oude auto’s verkopen nog altijd de mooiste Maserati’s en Mercedessen uit die tijd, antiquairs hebben perfect Deens designmeubilair en op de etage met vinyl in de Collector’s Treasury (die alleen te bereiken is met een goederenlift die eveneens permanent als opslagruimte in gebruik is) vind je zomaar eerste uitgaven van wereldberoemde jazzalbums van Billy Holiday of Miles Davis.

„Je had hier een cultureel zeer ontwikkelde blanke gemeenschap”, zegt Klass. „In Johannesburg was lang een joods-socialistische boekhandel die letterlijk ieder kunstboek dat in de Verenigde Staten verscheen direct bestelde. Die boeken komen vele jaren later hier terecht.” Maar na het bloedbad in Sharpeville in 1960 hebben steeds meer blanken het land verlaten. Na de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 vertrok de volgende groep. Juist uit die nalatenschap krijgt Klass de mooiste spullen.

„Mensen kunnen nu eenmaal niet alles meenemen als ze naar Europa of Australië emigreren. Soms krijg je stukken die generaties lang op een zolder in een huis hebben gelegen. Dan waan je je in een tijdcapsule.” Zo kreeg hij van een Engelse familie ooit een smoelenboek uit de Boerenoorlog, met fotootjes en beschrijvingen van Afrikaner legerleiders die op de most wanted-lijst stonden. En hij verkocht jaren terug eens een boze brief van twaalf kantjes die de Britse koning Edward VIII aan boerengeneraal Barry Hertzog had geschreven.

Dat maakt de Collector’s Treasury een koloniale snoepwinkel, die vooral een reflectie is van de bizarre blanke historie van het land. Zwarte geschiedenis is er nauwelijks te vinden. „O, wat zou ik graag een door Nelson Mandela geschreven pamflet uit de jaren vijftig willen hebben. Dat is zoveel mooier dan een gesigneerd exemplaar van zijn autobiografie”, mijmert Klass. „Maar het is geen deel van de Afrikaanse cultuur om dingen lang te bewaren, laat staan dat mensen daar de ruimte voor hadden”, zegt hij.

Niet dat hij zelf nog veel plek heeft. „Aan voorraad geen gebrek. Maar voor een aankondiging van een clandestiene mijnstaking uit de jaren zeventig of exemplaren van het op de zwarte markt gerichte Drum Magazine maak ik graag wat plaats.”