Een opwindende serenade op de waterfiets

In het openingsweekend van het Grachtenfestival was er veel te zien op verrassende locaties: van hotelsuite tot woontoren. Op de gracht speelden musici ook in doorweekte pakken verder.

Twee muzikanten op een waterfiets: veel meer had de opening van het Grachtenfestival niet nodig. Ook al lag er een groot ponton voor het Compagnietheater aan de Kloveniersburgwal, waarop vrijdag een programma rond de laureaten van de Grachtenfestivalprijs en diverse dansers was opgebouwd. En ook al kwamen de saxofonisten van het Amstel Kwartet van alle kanten spelend op, werd er een piano over een brug gereden, zong sopraan Judith van Wanroij mooi Mozart en sloot iedereen af in een aanstekelijk Summertime-arrangement van Wijnand van Klaveren. Het waren blokfluitist Erik Bosgraaf en gitarist Izhar Elias die, achterop een waterfiets staand, met muziek van Falconieri en Van Eyck een opwindende openluchtserenade brachten: opzwepend, erotisch geladen, perfect getimed.

Na een doorstart vorig jaar – nodig wegens het vertrek van hoofdsponsor Schiphol – is het Amsterdamse festival groter dan ooit. Het handelsmerk is nog sterker: toegankelijke klassieke muziek, te presenteren op verrassende locaties, ook buiten de grachtengordel, waarbij heel jong talentvol Nederland wordt opgeroepen.

Het openingsweekend bracht muziek in onder meer woontorens op de Zuidas, aan het Buikslotermeerplein en in hoteltuinen. De regen werkte zaterdag een aantal openluchtconcerten tegen. Maar wie toevallig langs de Geldersekade liep, hoorde de koperblazers van het Full House Kwintet onverstoorbaar doorspelen in hun doorweekte pakken.

Een ongewone concertlocatie is de suite in het Hilton Hotel waar John Lennon en Yoko Ono in 1969 hun ‘Bed-In’ hielden. In witte badjassen zat zondag een vijftiental mensen dicht op een recital van cellist Joris van den Berg en de Japanse altvioliste Eri Sugita – beiden op witte hotelsloffen. Het was wennen aan de directe akoestiek, ook door de stevige muzikale aanpak van het duo. Het kwam het gepeperde karakter van Bartóks volksdansen wel ten goede, en met name Van Den Berg toonde zich in muziek van Bach een gevoelvol musicus. Er volgden nog twee Beatles-liedjes.

Bijzonder was de voorstelling Vloed! in het Compagnietheater door het Kameroperaproject, gebaseerd op twee korte opera’s van Boris Blacher en een werkje van Karl Amadeus Hartmann. Uitgangspunt vormt Blachers Die Flut (1947), waarin een droge bankier en zijn dominante vrouw naar zee gaan. Een bezoek aan een scheepswrak bij wassend water verloopt desastreus. De vrouw legt het aan met een visser, de bankier wordt van zijn geld en zijn leven beroofd.

Met deze handeling wordt Blachers opgeknipte Abstrakte Oper nr.1 verweven. Bizarre scènes opgebouwd uit een fantasietaaltje versterken zo de onderliggende angsten en verleidingen van Die Flut. Gecombineerd met effectieve regie en prima cast is Vloed! een sterk pleidooi voor Blachers ambivalente muziek – speels én somber, beïnvloed door de ironie van Kurt Weill en het Berlijnse cabaret, vaak spaarzaam uitgewerkt. Bas Jeroen Manders portretteert de meelijwekkende bankier met humor. Zijn voornaamste commentaar bij het zien van het wrak: „Zonde van de aandelen.”

Grachtenfestival nog t/m 21/8. Inl: www.grachtenfestival.nl