Druk op Assad zal nog verder omhoog moeten

De druk op het regime van Bashar al-Assad in Syrië neemt toe. Samen met de Amerikaanse president Obama heeft koning Abdullah van Saoedi-Arabië, zelf toch niet bepaald een vaandeldrager van het democratiseringsidee in de Arabische wereld, president Assad gisteren opgeroepen om „de brute campagne van geweld” te stoppen. Ook premier Erdogan van Turkije koos eerder een hogere toon om het bewind in buurland Syrië te bewegen tot vreedzame hervormingen.

Maar tot nu toe geeft Assad geen krimp. Terwijl hij op gezette tijden wat politieke beloftes doet, laat hij het geweld tegen de eigen bevolking opvoeren. Ook gisteren stuurde hij het leger op op betogers af. Onder de oppositie in Damascus groeit de angst dat deze repressie ertoe gaat leiden dat het verzet zich ook gewelddadiger zal gaan weren.

Zo’n escalatiespiraal zou fataal zijn. Van eenheid in het Syrische anti-Assadkamp is immers amper sprake, laat staan van een politiek minimumprogramma waarop de oppositie zich kan verenigen en dat het begin zou kunnen zijn van een echt alternatief.

Het Westen beseft dat. Dat de daders van het geweld ‘fout’ zijn, is duidelijk. Maar dat wil niet zeggen dat alle slachtoffers in politieke zin ‘goed’ zijn. Dat is ook logisch. Anders dan de meeste andere staten in de regio is Syrië nooit een (tijdelijke) partner geweest van de Verenigde Staten.

De invloed van het Westen is er klein. De angst voor destabilisering van het Midden-Oosten als het bewind van Assad omvalt, blijft daarom onverminderd groot. Die vrees draagt ook bij ook de houding van Turkije, Saoedi-Arabië en Israël.

Europa en Amerika uiten verbaal kritiek. Maar er volgen geen daden op de woorden. Dat ligt voor de hand. Hard gezegd: er is niet alleen geen helder beeld van Syrië ná Assad noch internationaal draagvlak voor een interventie, er is ook geen geld. De staatsschuldencrises eisen hun tol.

Het optreden van de minister Clinton van Buitenlandse Zaken afgelopen donderdag was illustratief. Terwijl Obama overlegde met Erdogan over de vraag wat Turkije kan doen, riep zij China, India en Rusland op om hun gewicht in de schaal te leggen – precies die landen die in de Veiligheidsraad opponeren tegen pogingen van de westerse mogendheden om internationale sancties tegen Assad af te kondigen.

Het is niet anders. Binnen deze marges zal de pressie op het bewind in Syrië moeten worden opgevoerd. Naast de bevriezing van de spaartegoeden en een inreisverbod voor handlangers van het bewind kunnen handelssancties tegen Syrische oliedistributeurs, banken en telecombedrijven helpen om Assad c.s. toch verder in het nauw te drijven.

Want dat moet. Het is een onverdraaglijk idee dat Assad nog veel langer de vrije hand houdt die hij nu feitelijk heeft.