De IJsprijs!

„We hebben een Postcode Loterij Prijs gewonnen”, riep ik naar mijn vrouw, terwijl ik met de brief zwaaide die ik juist nogal slordig gelezen had.

„Is het weer zover”, zei ze met die typisch Hollandse scepsis, waar we volgens mij vanaf moeten als we ooit nog wat met dit landje willen bereiken. „Kijk nou eens even goed.”

Ik keek goed en las voor: „Geachte heer en/of mevrouw Abrahams, u bent één van de winnaars van de Postcode Loterij IJsprijs! Dat is een speciale wijkprijs. Bij de trekking van juni wint u met elk lot dat begint met 1015 een halve liter Ben & Jerry’s ijs. U kunt uw ijsprijs vanaf zaterdag 13 augustus ophalen met uw bon(nen) voor gratis ijs. U kunt dat doen bij de winkel die u hiernaast ziet staan. Lever uw bon(nen) samen met uw favoriete ijsje(s) uit de bijgesloten smakenflyer bij de kassa in. Makkelijker kan het niet!”

Ik ben een groot ijsliefhebber, mijn vrouw trouwens ook, dus zei ik enthousiast: „Laten we er straks even langsgaan.”

„Waar is het?”

„De Spar op de Spaarndammerstraat 544.”

Ze keek me een tikkeltje medelijdend aan. „Weet je waar dat is? In de Spaarndammerbuurt. Zeker een half uur lopen hier vandaan. Heen en terug is dat dus een uur lopen voor een beetje ijs.”

„Een beetje?” Ik wees op de kloeke bekers ijs die op de kleurige flyer stonden afgebeeld. Je kon kiezen uit vijf smaken, om precies te zijn: Fairly Nuts, Strawberry Cheesecake, Cookie Dough, New York Super Fudge Chunk en Cherry Garcia. „Ik wil graag de Cookie Dough, vanilleroomijs met koekjesdeeg.”

Mijn vrouw keek over mijn schouder mee. „Dat zijn halveliters van 5 euro die je hier om de hoek ook kunt krijgen. 5 euro! Een beetje zielig om daarvoor een uur te lopen, vind je ook niet? Wat denken ze bij de Postcode Loterij wel? Dat we halvegaren zijn?”

Om een of andere reden raakte dit woord ergens in mijn binnenste een nogal strak gespannen snaar.

„Altijd dat negativisme in dit land”, riep ik. „Moet je luisteren: ik heb nog nooit van mijn leven ergens een prijs mee gewonnen. Vanaf mijn jeugd moet ik aan tientallen prijsvragen hebben deelgenomen. Zonder enig succes. Ik heb opgeloste kruiswoordpuzzels ingestuurd, ontelbare dure loten gekocht en aan wedstrijden in reclameslogans voor bedrijven deelgenomen. Ik kan me herinneren dat ik als jongen maandenlang heb gehoopt dat ik de hoofdprijs zou winnen met een leus voor Erdal schoensmeer: ‘Erdal, de beste van het heelal’, maar ik kreeg nog geen troostprijs, ik werd niet eens genoemd bij ‘de leukste overige inzendingen’. Goed, en nu krijg ik eindelijk een prijs toegekend, zonder er iets voor te hebben hoeven doen, de grote Nationale Postcode Loterij bedenkt mij zomaar met een IJsprijs waarbij ik zelf uit vijf overheerlijke smaken ijs mag kiezen en wat zeg jij? ‘Laat maar’.”

Ze zei toen alleen maar: „Oké, we gaan.” Het werd inderdaad een hele tocht. De heenreis ging nog wel, vooral dankzij het vooruitzicht van die verrukkelijke beker Cookie Dough. Een prettige bijkomstigheid was dat zich bij de Spar geen rij voor de winkel had gevormd, sterker nog: er was bij de ijsbak geen enkele andere sterveling te bekennen die met een bon van de Nationale Postcode Loterij in de hand zo’n beker kwam halen.

Maar de terugtocht viel erg tegen. Het regende hevig en de wind rukte mijn paraplu kapot. „Hoeveel kost zo’n parapluutje nou?” vroeg ik nog. „Vijf euro”, zei mijn vrouw.

    • Frits Abrahams