Boasson Hagen, geboren om op een fiets te zitten

Edvald Boasson Hagen is een alleskunner. In de voorbije Eneco Tour finishte hij in bijna alle ritten bij de eerste tien. De jonge Noor blijft zijn onverstoorbare zelf. „Hij kan ooit een grote ronde winnen.”

„Great job guys, we did it all together”, schreeuwt Sky-ploegleider Servais Knaven door de radio wanneer hij richting ploegbus manoeuvreert. De voormalig Parijs-Roubaixwinnaar straalt. Zijn pupil Edvald Boasson Hagen heeft zojuist de laatste rit en het eindklassement van de Eneco Tour gewonnen.

Als je hem van de fiets haalt, straalt Boasson Hagen iets jongensachtigs uit. Onder zijn petje blonde lokken, op zijn wangen een stevige blos. Zo majestueus hij over de finish gleed, zo kwetsbaar ziet de jonge Noor er uit wanneer hij de pers te woord staat.

„Hij heeft progressie gemaakt in zijn interviews”, vertelt de Belg Gino Van Oudenhove, die Boasson Hagen bij de jeugdploeg Maxbo Bianchi onder de vleugels nam. „Hij lijkt misschien verlegen, maar in gezelschap is het een normale jongen”, zegt ook Knaven. „Als hem iets dwarszit, zegt hij dat onmiddellijk.”

Het woord allrounder lijkt voor Boasson Hagen uitgevonden. „Hij kan gewoon alles”, zegt Knaven, die de Noor sinds dit jaar begeleidt. „Hij is een type-Gilbert, maar dan sneller in de sprint en sterker in de tijdrit. Hij kan op alle parkoersen uit de voeten. Hij is altijd goed, ik heb hem nog nooit slecht gezien.”

In 2009 schiet Boasson Hagen als een komeet naar het firmament van de absolute wielersterren. Hij is net geen 22 wanneer hij met groot overwicht Gent-Wevelgem wint. Hij is de enige die in de gietende regen een versnelling in de benen heeft op de Kemmelberg, de traditionele scherprechter in de Vlaamse voorjaarsklassieker. Enkel de Wit-Rus Aljaksandr Koetsjynski kan de Noor bijhouden tot de finish. In Wevelgem zet de Noor al op vijfhonderd meter van de streep aan. Waanzin, zo lijkt, maar niets blijkt minder waar. De jonge Boasson Hagen sprint de arme Koetsjynski uit het wiel. „Soms vlieg ik gewoon iedereen voorbij”, verklaart hij later.

Noorwegen is geen wielerland, al wordt de sport er steeds populairder. „We hebben hem echt geleerd hoe je moet koersen”, verklaart Van Oudenhove. „Edvald is niet opgegroeid met wielrennen. Daardoor is hij soms een beetje naïef, waardoor hij de koerssituatie niet altijd goed inschat. Dat zag je in de Tour de France, toen Hushovd hem klopte in de ontsnapping. Maar hij leert snel. Dat hij de dag erna een nóg zwaardere rit wint, zegt veel over zijn karakter.”

Boasson Hagens voornaamste eigenschap is zijn onverstoorbaarheid. „Die jongen is echt superrelaxed”, vertelt Van Oudenhove. „Waar de meeste renners in onze ploeg op voorhand wilden weten hoe lang en hoe zwaar een helling is, kon hem dat nooit iets schelen.” Die kalmte speelt in de voorjaarsklassiekers wel in zijn nadeel. „In de Vlaamse koersen moet je elke steen weten te liggen”, zegt Van Oudenhove. „Hij komt doorgaans de dag voordien pas aan. Je krijgt het hem niet uitgelegd dat het echt belangrijk is sommige koersen te verkennen.”

Boasson Hagen is een anomalie in het Noorse wielrennen. Geen zwoeger zoals Dag Otto Lauritzen, die eind jaren tachtig ritten in Tour en Vuelta won. Geen machtsmens zoals wereldkampioen Thor Hushovd. Boasson Hagen is een flyer die een prachtige techniek combineert met een buitengewone veelzijdigheid. „Hij is geboren om op een fiets te zitten”, zei Rini Wagtmans dinsdag al.

Blijft de vraag wat Boasson Hagen met al dat talent zal doen. „Ik denk niet dat Edvald zich moet specialiseren”, meent Knaven. „Zelf wil hij zich meer toeleggen op de voorjaarsklassiekers. Daar heeft hij door blessures de afgelopen twee seizoenen nooit goed gereden.”

„Dat sprinten is niet echt zijn ding”, zegt Van Oudenhove. „Ik denk dat hij zich binnen enkele jaren op het rondewerk zal toeleggen. Maar het zal geleidelijk aan moeten gaan. Er zullen nog wel wat kilootjes af moeten. Als hij zich dat beseft en er bewust voor gaat trainen, kan hij ooit een grote ronde winnen.”

    • Jeroen Zuallaert