Veertien nee, één ja - en een tweet

Ironie, dubbele bodems, onverwachte wendingen – een artikel kan opbloeien door het gebruik van zulke stijlmiddelen. Ze zijn het zout in de pap van de journalistiek. Maar ze zijn ook riskant: misverstanden liggen op de loer, zeker in een medium als een krant, dat in één oogopslag duidelijk moet maken wat de bedoeling is.

Dat lukt niet altijd even goed.

De krant bracht vorige week een indrukwekkende productie van vijf pagina’s over de hongersnood in de Hoorn van Afrika.

De voorpagina knalde er die dag in met een stuk dat direct heftige reacties opriep, positieve en negatieve. Onder de kop Veertien redenen om niet te geven en een foto van een ondervoed kind, stonden veertien redenen om geen geld te geven en – als sluitstuk – één reden om dat wel te doen. Het was een statement: ja, er is van alles op tegen, en toch toch is er één goeie reden om geld te geven: medemenselijkheid.

Een gedurfde voorpagina, dat zeker. Twitter gonsde ervan. „Briljante voorpagina”, juichte Alexander Klöpping, internetondernemer en multimediaal whizzkid. „Echt mooi om te zien hoe onder Vandermeersch NRC grossiert in dit soort nieuwe, fijne invalshoeken.”

Maar er barstte ook meteen kritiek los. Een aantal lezers vond de voorpagina „walgelijk” of „wanstaltig”. Een abonnee uit Geldermalsen zegde de krant op, want hij las de voorpagina alsof er veertien redenen waren bedacht „om hongerende kinderen te laten sterven”.

Dát was niet de bedoeling.

De hoofdredacteur zelf gooide olie op het vuur met een teleurgestelde tweet, waarin hij klaagde dat de voorpagina niet door iedereen werd begrepen en hij zich afvroeg of hij boos of verdrietig moest zijn om „zoveel domheid”.

Lezers domheid verwijten, niet echt een goed idee.

Op de site van de krant legde hij uit: „Ik snap de reacties niet. Als je het artikel helemaal leest zie je wat de bedoeling is.” Met de felle discussie had hij zijn doel bereikt. „Ik hoop dat er vanavond aan tafel en in de kroegen over gesproken wordt. Meestal neemt NRC wat afstand, maar dit keer konden we niet zeggen: we laten het maar gebeuren. Er dreigen daar honderdduizend mensen te sterven.”

Er waren ook lezers die de bedoeling wel begrepen, maar toch niet op prijs stelden. Een lezeres stuurde als reactie „veertien redenen om de krant niet op te zeggen en één om het toch te doen”. Zij vond de voorpagina een stuitend „1-april-achtig probeersel” dat wel goede intenties zal hebben gehad. Toch zegde zij de krant op, door die tweet van de hoofdredacteur.

Toen ik de krant zag, snapte ik de bedoeling ook: een lekker tegendraadse manier om de meewarigheid over hulp aan Afrika te doorbreken. Maar ja, ik las op school dan ook graag het satirische tijdschrift MAD. De lezer eerst op het verkeerde been zetten en dan de frappe: een abrupte omkering naar het tegendeel. Gesneden koek.

Alleen, zoiets verwacht je misschien nog wel in nrc.next (hoewel die dit stuk niet wilden hebben). Maar niet in de zakelijker avondkrant. Je moet je van de voorpagina van die krant niet hoeven afvragen of je hem goed hebt „begrepen”.

Het was denk ik eenvoudig te verhelpen geweest met een heldere onderkop of intro waarin die ene reden om wél te geven óók prominent werd vermeld. Nu stond die wel heel ver verwijderd van de rest van het stuk. Ja, dat had afbreuk gedaan aan de frappe – maar nu kwam die voor een deel van de lezers duidelijk verkeerd aan.

Dat is de vorm.

Ik had zelf eigenlijk vooral een meer inhoudelijke bedenking bij het stuk: die veertien redenen om niet te geven waren stuk voor stuk rationele redenen, het ene argument om wel te geven was emotioneel. Maar zouden er echt geen rationele redenen zijn om wel aan Afrika te geven? Is noodhulp puur een kwestie van sentiment?

Zo creëert de krant, vind ik, een dubieus contrast tussen het kille verstand (dat zegt veertien keer: nee!) en het simpele, warme hart (dat zegt: ja, geef!). Medemenselijkheid is niet alleen een kwestie van onberedeneerd gevoel, maar ook van rationele inzichten over wederkerigheid en beschaving.

Overigens viel die ene verpletterende reden om te geven bij eerste lezing alweer uiteen in drie delen: het aantal doden zal zonder hulp snel oplopen; de hongerende Afrikanen „dragen de erfenis van deze hongersnood voor altijd met zich mee”, en tot slot: „Aan al die goede reden om niet te geven kunnen de hongerenden niets doen”.

Dat zijn op de keper beschouwd verschillende argumenten. Maar ja, bij veertien tegen drie gaat het retorische effect natuurlijk verloren. We laten dan maar buiten beschouwing dat die derde reden (de mensen kunnen er niks aan doen) een beetje wringt met de allereerste reden om juist niet te geven: de hongersnood is „mensenwerk” en „het resultaat van falend beleid”.

Het goede nieuws: er kwam unaniem lof van lezers – ook van de lezers die de voorpagina niet op prijs stelden – voor het journalistieke werk op de pagina’s daarna. „Mijn eerste reactie was de krant op te zeggen”, schrijft een lezer uit Amsterdam. „De andere pagina’s hebben mij daarvan weerhouden omdat hier wel gepoogd wordt het hele verhaal met al z’n tegenstrijdige aspecten te vertellen.”

Dat is ondubbelzinnig mooi.

Sjoerd de jong

    • Sjoerd de Jong