Swaab en Draaisma (4)

De reactie van Douwe Draaisma op Wij zijn ons brein van Dick Swaab zou heel goed een uiting kunnen zijn van de rivaliteit die van oudsher bestaat tussen alfa’s (of gamma’s) en bèta’s. In mijn tijd definieerden bètastudenten een alfastudent als ‘iemand zonder aanleg voor exacte wetenschappen’. Een bèta was in die optiek natuurlijk iemand die overal aanleg voor heeft. Misschien borrelpraat, maar mogelijk met een kern van waarheid. Dat kan blijken uit het feit dat men ‘algemene ontwikkeling’ eerder associeert met alfa- dan met bètawetenschappen. Een basaal historisch inzicht, een zekere welbespraaktheid, het stelling kunnen nemen in het politieke debat – typische alfavaardigheden die iedereen zich eigen kan maken. Bètavaardigheden vallen daarbuiten en hebben het karakter van iets extra’s en zijn zeker niet voor iedereen toegankelijk. Het lijkt dus gerechtvaardigd dat een bètawetenschapper een boek schrijft met alfa-implicaties, dat hij hierin stelling neemt en daarmee aanleiding geeft tot discussie. Het omgekeerde zal niet zo snel gebeuren.

M.N. Roegholt

Leiden