Rutte: situatie in eurozone is ernstig

Hoe reageert politiek Den Haag op de financiële crisis? Een gevoel van urgentie ontbreekt. Er klinkt geen roep om extra bezuinigingen. Toch moet dit kabinet ingrijpende keuzes maken, zeggen economen. En de sfeer wordt slechter.

Veertig miljard euro. Dat bedrag wilde oppositieleider Mark Rutte (VVD) begin 2009 bezuinigen. De Amerikaanse bank Lehman Brothers was onderuitgegaan, met een internationale bankencrisis als gevolg. Die veertig miljard was niet zo maar gekozen. Door in anderhalf jaar zoveel geld te bezuinigen zou het begrotingstekort onder de 2 procent blijven. Maar de wens van Rutte werd in Den Haag niet serieus genomen. Een jaar later bedroeg het begrotingstekort 5,4 procent, tegen een overschot in 2008.

Drie jaar later is de politieke rolverdeling heel anders. Rutte is premier, voorganger Jan Peter Balkenende en minister Wouter Bos van Financiën zijn uit de politiek gestapt. Er is ook een overeenkomst met drie jaar geleden. Weer ontrolt zich een financiële crisis in de periode dat in Den Haag de begrotingen tot stand komen. Lehman viel op maandag 15 september, één dag voor Prinsjesdag. Nu gaat het om een crisis die niet zozeer banken als wel landen treft. Maar het gevoel van urgentie – in 2009 bij Rutte zo sterk aanwezig – lijkt te ontbreken.

Na het kabinetsberaad constateerde Rutte gisteren dat „de situatie in de eurozone buitengewoon ernstig” is. Tegelijkertijd stelde hij vast dat Nederland er „relatief goed voor staat”. En, zei hij, „het is goed om ons te realiseren dat er nog heel veel werk te doen is”.

De roep om extra bezuinigingen klinkt dit keer niet. „Ik wil ‘extra bezuinigen’ niet eens in de mond nemen”, zei minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) gisteren na de ministerraad. „Dat leidt alleen maar tot speculaties.” En hij constateerde dat „het totaalbeeld er nog niet” is.

Extra bezuinigen zou in elk geval nu niet verstandig zijn, zegt Kamerlid en financieel specialist Wouter Koolmees (D66). „Al sinds minister Zalm hebben we afgesproken om bij mee- en tegenvallers niet direct met nieuw beleid te komen. Daar komt bij dat het economisch beter gaat dan verwacht en begroot. Europees is afgesproken dat alle landen over twee jaar met hun begrotingstekort onder de 3 procent zitten. De verwachting is nu dat Nederland al in 2012 op 2,2 procent uitkomt.”

Dat er rust in Den Haag heerst, wil niet zeggen dat niemand zich zorgen hoeft te maken. In 2008 haalden sommigen in Nederland hun schouders op toen het relatief kleine Lehman Brothers failliet ging. Dat was geen bank die als cruciaal gezien werd voor het financiële systeem. Desondanks waren de gevolgen dramatisch, ook in Nederland. „Niemand kan nu weten hoe het verder loopt", zegt Koolmees. „De huidige onrust is een combinatie van economische factoren en van een politieke crisis op twee continenten. De VS treden niet daadkrachtig op, Europa niet, in Spanje en Italië is van alles aan de hand en in financieel stabiele landen als Finland, Duitsland en Nederland is verdeeldheid over de euro. Daar komt nog eens bij dat veel overheden geen geld meer hebben voor stimulerend economisch beleid.”

Ben Verwaayen, topman bij het Franse telecombedrijf Alcatel, noemt dit een „realisatiemoment”. Politiek en publiek realiseren zich plots weer onder welke schuldenlast bedrijven en landen gebukt gaan. „Dit is geen nieuwe situatie, dit probleem bestaat al langer. Het komt alleen af en toe aan de oppervlakte. We denken dat we uit het probleem groeien, maar misschien gaat de groei die we verwachten wel niet komen.”

Verwaayen, belangrijk adviseur van premier Rutte, mist urgentie en een koele benadering van de crisis. „Het moet fundamenteel anders. We geven nu uit wat we willen uitgeven en kijken dan pas naar de inkomsten. Het voortbestaan van het systeem staat ter discussie, maar tegelijkertijd zijn de posities in het debat gestoeld op emoties. Laat zien wat de gevolgen van bepaalde keuzes zijn. Willen we Italië laten vallen? Goed, maar weet wel dat we meer exporteren naar Italië dan naar Brazilië, Rusland, India en China [de BRIC-landen] gezamenlijk.”

Dat gevoel voor urgentie lijkt wel bij het Centraal Planbureau (CPB) te bestaan. De rekenaars voor politiek Den Haag overwegen een noodscenario op te stellen, iets wat ze in 2008 niet deden. Sterker nog, nooit hebben gedaan. Een slecht teken? „Bij de vorige crisis is het CPB natuurlijk erg nat gegaan", zegt de Tilburgse hoogleraar Sylvester Eijffinger. „Net als de kredietbeoordelaars zaten ze er consequent naast en dat heeft tot veel reputatieschade geleid. Heel goed wanneer het CPB ook donkere scenario’s gaat doorrekenen, maar waarom moet dat met zo veel bombarie? Door dit soort zaken daalt het consumentenvertrouwen nog verder, als dat al mogelijk is."

Het gebrek aan vertrouwen is een van de factoren die kunnen wijzen op een groeivertraging. Ook het investeringsklimaat lijkt te verslechteren, bijvoorbeeld omdat banken minder gemakkelijk aan bedrijven lenen. Toch verwacht ook Eijffinger geen extra bezuinigingen, boven de 18 miljard die het kabinet al in vier jaar wil realiseren. „Gelukkig heeft dit kabinet erg conservatief begroot. Daar komt bij dat je niet moet begroten op dagkoersen, maar op structurele gronden”, aldus de CDA-econoom.

Zelfs als het goed mis gaat in Griekenland, dan vertaalt zich dat niet in een hoger begrotingstekort. Tot nog toe heeft Nederland 3,4 miljard euro aan Griekenland uitgeleend. Mocht dit niet of niet volledig worden terugbetaald, dan loopt alleen de staatsschuld op, maar niet het begrotingstekort. Los van de techniek, geld blijft het kosten.

Nu nog kan het kabinet rekenen op de noodzakelijke steun van PvdA, D66 en GroenLinks, omdat gedoogpartner PVV tegen de steun aan Griekenland is. Maar de sfeer rond het eurodebat verslechtert met de dag.

PvdA en D66 riepen voor komende week Rutte en De Jager voor een debat naar de Kamer. Zij zouden rond de leningen aan Griekenland en een garantie van 35 miljard euro aan de ECB verkeerd zijn voorgelicht. De brede kritiek van de kiezers – een kleine meerderheid van de bevolking is volgens peiler Maurice de Hond tegen verdere steun aan kwakkelende eurolanden – komt nu ook terecht op de schouders van de oppositie.

De vraag blijft hoe lang dat goed gaat. Verwaayen: „Er moeten keuzes worden gemaakt voor de komende tientallen jaren. Essentiële keuzes. Het voordeel van deze regeringsploeg is dat ze vrij hecht is. Ze moet echter om kunnen gaan met de nervositeit van de publieke opinie. Die onderschat volledig de ernst van de situatie. Dit gaat niet over Italië en Griekenland, dit gaat over ons.”

En dan komt mogelijk ook de verhoging van het noodfonds EFSF op de agenda. Eijffinger is voor een verdubbeling van dit noodfonds, waar eurolanden in problemen een beroep op kunnen doen. Nu al staat Nederland, tot verdriet van gedoogpartner PVV, voor 56 miljard euro garant. Ook De Jager is kritisch over verhoging van het fonds, zeker als dat niet gepaard gaat met extra waarborgen dat landen zich aan de afspraken houden. Eijffinger. „Er komt een moment dat die verhoging nodig is. En dan houd je de PVV maar niet meer te vriend. Rutte en niet De Jager, dit is een Chefsache, moet dan leiderschap tonen. Gemakkelijke oplossingen bestaan in dit dossier niet.”

Eijffinger vreest het ergste als het EFSF de opkoop van obligaties in september overneemt van de ECB. „Iedereen weet dat dit fonds met de huidige omvang niet in staat is om Italië tegen speculatie te verdedigen. Ook de markten weten dat.”

VVD’er Verwaayen: „Ikzelf heb in mijn leven nog nooit een dergelijk gevoel voor urgentie ervaren.”

    • Huib Modderkolk
    • Erik van der Walle