Relschoppers komen in drie typen

FILE -Youths throw bricks at police in this Sunday, Aug. 7, 2011 photo during unrest in Enfield, north London. Nearly 1,200 people have been arrested since the riots erupted Saturday, mostly poor youths from a broad section of Britain's many races and ethnicities. Britain is bitterly divided on the reasons behind the riots _ some blame the unrest on opportunistic criminality, while others say the country's economic policies and cuts have deepened inequalities in the most deprived areas.(AP Photo/Karel Prinsloo, File) AP

Wat hebben Mark Duggan, Zyed Benna en Bouna Traoré, Morafia Ramsahai, Driss Arib, Bilal B., Pierre Bouleij en Rinie Mulder gemeen? Ze stierven na politiegeweld en vormden zo de aanleiding voor langdurige rellen in hun stadswijk. Dat gaat dan om Tottenham (vorige week), Clichy sur Bois (2005), de Bijlmer (1998), Slotervaart (2007), Mercatorplein (2003), Graafseweg Den Bosch (2000) en Ondiep (2007). Waarbij bedacht moet worden dat de Algerijnse jongens Benna van 17 en Traoré (15) in hun Parijse voorstad stierven door elektrocutie. Ze verstopten zich voor de politie in een transformatorhuisje. Hun dood werd door hun vrienden echter ook de politie verweten.

Onder criminologen is een redelijke overeenstemming over de patronen die grootschalig publiek geweld volgen. De aanleiding is heel vaak de gewelddadige dood van een buurtgenoot, waardoor een golf van emotie door de wijk slaat. Opgekropte gevoelens van achterstelling, wrok en rancune komen los. Vaak heeft de wijk geen vertrouwen in de politie. Er zijn doorgaans individueel slechte ervaringen. De buurt of stadswijk heeft een duidelijke identiteit: sociaal achtergesteld, maar niet noodzakelijkerwijs de ‘slechtste’ wijk. De bewoners beschouwen de wijk wel als hun territoir. Andere groepen, waaronder de politie, worden als buitenstaanders gezien. Buurtbewoners voelen zich gerechtigd tegen indringers op te treden. De jongeren kennen een eigen, vrij harde straatcultuur: gedragsregels en codes die onderling voor identiteit, respect en veiligheid zorgen.

In Nederland wordt onderzoek naar openlijk publiek geweld vooral in Groningen gedaan. Ik vatte hierboven een hoofdstukje uit Zoeklicht op geweld samen van M. Althoff en J. Nijboer. Dat verscheen bij het afscheid van de criminoloog Willem de Haan. In die bundel worden onder meer de rellen in de Utrechtse wijk Ondiep, de Bijlmer, het Mercatorplein en de ‘crossrellen’ in Enschede (1997) vergeleken. Die laatste rellen ontstonden uit onhandig politieoptreden bij illegale straatraces.

Steeds terugkerend kenmerk bij buurtoproer was een lange geschiedenis van overlast en conflicten. De rel heeft doorgaans het karakter van een uitbarsting, gericht op vergelding. Meestal begint het met een kleine groep daders. Daarna kan er een sneeuwbaleffect optreden, aangewakkerd door media-aandacht. De wijk komt verhaal halen – eerst bij de politie zelf en al heel snel bij symbolen van macht en welvaart waar de bewoners zelf weinig toegang toe hebben. Dan begint het plunderen.

Vaak blijken de rellen, zodra de aanleiding er eenmaal is, goed te worden georganiseerd. Uit Rellen om te rellen, een onderzoek van Bureau Beke uit 2009 naar de ongeregeldheden in Ondiep bleek dat er vaak een harde kern is die doelbewust de ‘confrontatie stuurt’. „Typische notoire ordeverstoorders zijn mannen van gemiddeld 27 jaar, bekend in de politiesystemen, met veelvuldige politiecontacten, vooral voor openbare ordeverstoringen en overlast maar ook voor geweldpleging”, schrijven zij. Exact het profiel van de 29-jarige Mark Duggan, wiens dood in Tottenham de rellen uitlokte.

In dit onderzoek worden drie typen straatrellen onderscheiden: afspraak-, massa- en incidentgestuurd. Massagestuurde rellen ontstaan bijvoorbeeld bij uit de hand lopende demonstraties. Londen, maar ook Den Haag, kende studentenrellen na demonstraties, waar de politie hard op insloeg. Afspraakrellen zijn het terrein van rivaliserende hooligans die een stammenstrijd uitvechten. Denk aan Beverwijk waar Ajax- en Feyenoordhooligans elkaar in 1997 troffen en Carlo Picornie het leven liet. Of het strandfestival in Hoek van Holland, waar de politie doelwit was.

Relschoppers zouden er ook in drie soorten zijn. Naast de hooligans zijn dat activisten (dierenbevrijders, krakers, extremisten) en de ‘wijkverstoorders’ . Zowel de hooligans als de activisten zijn doorgaans blank. Ook behoren ze sociaal vaak niet tot de randgroepen. Activisten zijn doorgaans beter opgeleid. De zogeheten wijkverstoorders zijn sociaal minder kansrijk en vaak allochtoon. Dat zijn de jongens met de capuchons die na een incident op het plein samenkomen. Daar begint dan het ruiten intrappen en plunderen. Deels om de politie te provoceren, deels uit hebzucht. Gewoon, omdat het kan. Net zolang tot ze er genoeg van hebben. Of de politie de rust herstelt.

Folkert Jensma

Reageer: nrc.nl/rechtenbestuur