MoMA laat zien dat alle apparaten met jou willen praten

Talking Carl is een knuffel voor op je iPhone. Hij is een groot rood vierkant met bolle oogjes. Hij lacht als je z’n buik kietelt, gilt als je hem port, knort als je hem negeert en krijgt af en toe de hik.

Carl is een van de ruim tweehonderd websites, films, grafieken, datavisualisaties, spelletjes en conceptuele werken op de tentoonstelling Talk to Me: Design and the Communication between People and Objects in het Museum of Modern Art in New York. De expositie is de blockbuster van de multimediale interactiviteit, met ontwerpen die het hele spectrum bestrijken van het triviale via het kunstzinnige en conceptuele tot het nuttige en nodige.

In al zijn trivialiteit belichaamt Carl de communicatie tussen ons en de objecten waar we ons mee omringen, en de emotie die daar vaak bij komt. Enkele voorbeelden: een bidmatje licht steeds feller op naarmate het op Mekka wordt gericht. De plastic ‘huid’ van het Allianz-stadion in München wisselt van kleur afhankelijk van wie er speelt. Onze telefoons voeden met hun signalen allerlei informatiesystemen, bijvoorbeeld over het verkeer. En voor de verlamde graffitikunstenaar Zach Lieberman ontwikkelden zijn vrienden software die de beweging van zijn ogen alsnog in graffiti vertaalt.

Niet alleen de voorwerpen, maar ook de tentoonstelling zelf is interactief. Ieder object heeft een eigen hashtag en QR-code die je met je smartphone kunt scannen, wat je automatisch naar een website brengt met meer informatie. Je weet soms niet waar je moet kijken, of lezen, of scannen, of aanraken, het is verrukkelijk én gekmakend. Die mix van opwinding en wanhoop is kenmerkend voor dit tijdperk van ‘pancommunicatie’, zoals designcurator Paola Antonelli het noemt, waarin alles en iedereen doorlopend inhoud en betekenis in alle mogelijke combinaties binnenhaalt en uitzendt. De taak van de ontwerper is daarmee veel complexer geworden: hij ontwerpt niet alleen het product maar ook de communicatie met de gebruiker. In het Amerikaanse Engels is to interface inmiddels een werkwoord.

Sommige ontwerpers leveren geestig commentaar op al dat gecommuniceer. Bernhard Hopfengärtner heeft een reusachtige QR-code in een tarweveld gemaaid. En David McCandless legt zijn eigen Hiërarchie van digitale afleidingen vast in een keurige piramide die laat zien dat een telefoontje op de landlijn het wint van Facebook, tenminste totdat er een sms binnenkomt. Om van e-mail en Twitter maar niet te spreken.

Ik communiceer, dus ik besta. Wat er wordt gecommuniceerd, is vaak van ondergeschikt belang, zoals we al van de sociale media weten. En in die wolk van QR-codes, interactieve schermen en knorrende elektronische speeltjes krijg je sterk de indruk dat we tegenwoordig meer met machines praten dan met elkaar. Dát zal de ontwerper niet kunnen oplossen.

Talk to Me: Design and the Communication between People and Objects, t/m 7/11 Museum of Modern Art, New York, moma.org ****

    • Tracy Metz