Karaktermoord op overste Karremans

Lafheid is ongeveer het dodelijkste verwijt dat een beroepsmilitair kan treffen. Bij de onderbouwing van zo’n kwalificatie mag dan ook de grootst mogelijke zorgvuldigheid worden geëist. Aan die voorwaarde heeft Raymond van den Boogaard op 4 augustus niet voldaan. Dat, zoals hij stelt, de Haagse superieuren van Karremans tegenstander waren van heroïsch optreden, is een eufemisme. Bovendien had de VN-commandant van Karremans de expliciete instructie doen uitgaan, dat de veiligheid van het eigen personeel te allen tijde diende te prevaleren boven het doel van de missie. Wat Karremans deed, was dan ook niet anders dan het zo goed mogelijk uitvoeren van zijn opdrachten. Het zou volstrekt onaanvaardbaar zijn geweest als hij de aan zijn zorg toevertrouwde troepen had misbruikt om de held te gaan uithangen.

Dat velen gevoelens van plaatsvervangende schaamte hebben over Srebrenica is begrijpelijk. Maar je kunt Karremans niet verantwoordelijk stellen voor de instructies waarmee hij moest werken. Dat velen achteraf liever een officier met de statuur van Philippe Morillon op zijn plaats hadden gezien, valt hem evenmin aan te rekenen. Het verwijt ‘lafheid’ mist dan ook iedere grond.

Laf waren daarentegen wél veel van Karremans’ militaire superieuren en vooral de politieke leiding van Defensie, die hem jaren als welkome zondebok hebben misbruikt en laten misbruiken. Die hebben toegelaten dat ten aanzien van zijn persoon tot de dag van vandaag karaktermoord wordt gepleegd.

P.C. Dijkgraaf

Luitenant-kolonel-arts (R) b.d.