Jachtje

Reiziger van beroep Ivo Weyel ziet dat luxeboten ook te huur zijn.

Een beetje misleidend is de advertentie in The Financial Times wel: onder een foto van een megajacht staat het prijskaartje van 250.000 euro. Dan denk je, oké, veel geld, maar toch peanuts voor zo’n enorme schuit van meer dan honderd meter lengte met een helikopterdek (plus helikopter), twee zwembaden, een indoor basketbalveld en zeven slaapkamers met evenveel badkamers. Dan denk je toch bijna: een koopje, doen!

Maar dan blijkt het geen verkoopprijs te zijn, maar de huur.

Voor een week.

Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar die prijs heeft met de crisis te maken. Tot voor kort namelijk waren dit soort jachten helemaal niet te huur. Bezitters van dit soort schuiten (met een prijskaartje van zo’n 30 tot 100 miljoen) zijn immers zo immens rijk dat er geen noodzaak is tot verhuur, ook al zitten ze er zelf maar een paar weken per jaar op. Maar toen kwamen de economische crisis en de sterk stijgende olieprijs. En toen begonnen de allerrijksten zich achter het oor te krabben. Want het is zelfs voor hen even slikken als de tank moet worden volgegooid; een pitstop bij de benzinepomp kost gemiddeld het equivalent van een doorzonwoning in een provinciestad, zo’n drie ton. Een nieuwe kopen is nauwelijks meer aan de orde, dus het wordt huren volgens het aloude Engelse gezegde: if it flies, floats or fucks, rent it.

Het goede van deze ontwikkeling is dat ook bezitters van kleinere boten tot verhuur zijn overgegaan en dat zowat iedereen dat doet, waardoor prijzen uiterst competitief zijn. In Europa – vooral aan de Griekse, Turkse en Kroatische kusten – kun je al voor zo’n 1.000 euro per week een aardig jachtje huren, inclusief personeel. Wat de deuren heeft geopend voor een geheel nieuwe tak van reizen, die een paar jaar geleden nog nauwelijks bestond. „De zaken gaan geweldig”, zegt een door zon en wind bruin verbrande schipper van jachtverhuurbedrijf Stormbird. „Crisis, wat crisis, waar?”

Ik sprak daar ook iemand die het helemaal goed voor elkaar had. Hij kwam net terug van een weekje op een zeiljacht dat vrienden hadden gehuurd. Ze hadden hem meegevraagd, als gast, omdat hij niet zoveel geld heeft. Natuurlijk wilde hij toch een steentje bijdragen, dus hij besloot een fooi achter te laten voor het personeel. Maar wat tip je een tienkoppige bemanning op zo’n boot?

„Tien procent van de huurprijs is het gemiddelde”, hadden ze hem op de jachthaven ingefluisterd.

„Dat was dus 5.000 euro”, zei hij ietwat beteuterd.

„Ik heb nog nooit zo’n dure vakantie gehad”.