Ik doe maar wat, zoals altijd - weet ik veel

Ellen ten Damme (43) zingt, componeert en danst. Vroeger was ze turnster en droomde ze van een eigen circus. Vanavond treedt ze met de theatrale Wereldband op in het Concertgebouw. „Ik heb het leven altijd mooier willen maken.”

Concertgebouw

„Ik heb mijn liedjes in nieuwe arrangementen gestoken voor mijn allereerste show in het Concertgebouw. Zo zijn ze geschikter voor deze zaal. Ik kan er niet echt gaanrocken vanwege de akoestiek. Dat opende een deur naar meer experiment. Met de Wereldband zullen zo’n vijftig soorten instrumenten klinken; van banjo en sitar tot ongewone toetseninstrumenten als een Philicorda-orgeltje en celesta. Het podium is wat aangepast, er zijn geen coulissen natuurlijk, en er is een decor van straatlantaarns.”

Lijf

„Ik beweeg graag bij mijn shows. Doorleefde liedjes zingen op een kruk in een mooie jurk doe ik wel als ik zestig ben. Dit concert dans ik weer met het Scapino Ballet. Het is het resultaat van mijn gastrol in juni bij het dansgezelschap. Alles is dans, leerde ik van choreograaf Ed Wubbe. Zoals ik nu dit kopje thee inschenk – bij herhaling al een vloeiende dansbeweging.

„Ik had mijn klassieke-balletkennis er speciaal voor opgefrist. Dat kon meteen overboord. Scapino gaat uit van de dansers zelf. Wat is jouw beweging, wat voeg jij toe? Ed liet mij improviseren, terwijl hij alles filmde. Die bewegingen zijn overgenomen door zijn dansers en vergroot.

„Vroeger was ik turnster. Nog steeds loop ik op mijn handen of val ik in spagaat. Daar moet ik wel steeds meer moeite voor doen. Ik train bij een circusschool. Luchtacrobatiek. Nou, het valt tegen hoe zwaar dat is. Daarnaast doe ik Bikram yoga, een heel goede training in moordende hitte.”

Tekst

„Teksten zijn soms erg privé. Als ik het opneem, weet ik dat ik het liedje kwijt ben. Sommige liedjes zijn te intiem, die staan nog ergens op een tape. See you in Vegas bijvoorbeeld. Dat was een heel persoonlijk liedje. Dat werd een enorm dansnummer. En bij Hans Klok een soundtrack van zijn show.

Dat ik nu zing in mijn eigen taal blijft een uitdaging. Ik denk wel eens terug aan mijn studie Nederlands. Ik las graag boeken en kende mensen die dat ook studeerden. Met de teksten van meesterdichter Ilja Leonard Pfeijffer werk ik vanuit de inhoud. Engels is smeuïg, maar vaak nietszeggender. Nederlands is hoekiger. Zangteksten worden snel cabaretesk als je het ergens over wilt laten gaan. En ik wil dan toch dat het lekker klinkt. ”

Serieus

„Ik neem mijn vak serieuzer dan vroeger. Hoe ouder ik word, des te meer er van me verwacht wordt. Optreden was vroeger een feestje, waarna we dronken en doorhaalden. Dat wil ik niet meer. Ik wil vooral fit zijn. Mensen kopen geen kaartje voor een brak, wat aanklooiend type. Hard voor mijzelf ben ik niet. Ik doe gewoon erg mijn best. En ik wil het steeds weer anders: van kleine, persoonlijke shows tot uitbundige spektakels. Al ben ik improviserend eigenlijk het allerbest. Bij soloshows voel ik een zalig soort vrijheid. Denk ik even niet aan de met de lichtman afgesproken plek. Bij grote producties komt zo veel techniek kijken. Maar ook daarbij kan ik denken: vandaag begin ik eens anders. Verras ik mezelf weer.”

Publiek

„Ik zie de eerste rij, hoor de mensen, voel ze. Natuurlijk ben ik me altijd heel bewust van mijn publiek. Ik denk na over wat ik ze zeg. Ik wil de betekenis en het gevoel van een nummer precíes overbrengen. Dus zorg ik dat ik in een toestand kom waardoor ik het nummer herbeleef en waarachtig kan brengen. Want je moet menen wat je zingt.

„Ik verdwijn dan soms een beetje in een nummer. Dat kan als alles lekker loopt. Als de band goed speelt en er geen dingen storen – het licht, een slecht zittende schoen, een kapotte snaar. Dan krijg je vleugels. Zeker als je voelt dat het publiek dit óók voelt. Samen zweef je weg. Na een optreden voel ik me ontwaakt. Up. Pas veel later word ik dan moe.”

Firma Ellen ten Damme

„Het is best moeilijk om op een bepaald niveau te blijven. Het is allemaal ook steeds groter geworden: meer crew, assistenten; ik moet alles aansturen in de firma Ellen ten Damme. Mooi vind ik dat ik op deze leeftijd al kan terugkijken op wat ik heb gedaan. Interessant ook hoe mensen van mijn generatie nu echt aan de bal zijn. Klasgenoten van vroeger zijn wethouders, directeur, ze zitten zelfs in de Tweede Kamer. Wij zijn, zeg maar, aan zet. En ik ben dus blijkbaar zangeres geworden.

„Op mijn achttiende lag alles nog open. Ik kon verhuizen naar New York of Berlijn. Ooit droomde ik ook van een eigen circus. Dat leek me geweldig, de wereld rondtrekkend als zigeuner met mijn eigen gezelschap en dieren.”

IJdel gedoe

„Ik reis nog veel. Van de Seychellen tot Ameland. Maar nooit zomaar, altijd met een werkdoel. Onlangs bezocht ik IJsland. Ik werk aan een boek met een fotograaf. Op de foto gaan interesseert me niets, maar als kunstuiting vind ik het wel weer interessant. Het is een soort zoektocht naar de ultieme foto. Een beeld-flow die gepaard gaat met existentiële vragen als wie ben ik en wat doe ik hier? Ik als nietig mens in de overweldigende, onmetelijke natuur en in wereldsteden. En dan gaat het niet om mij. Geen ijdel gedoe. Maar de wereld en jij. Want wat doet het er allemaal toe, als we over honderd jaar toch dood zijn. En die rare vuurbal waarop we leven. De toevalligheid der dingen. Hoezo allemaal? Dat soort vragen kan me bezighouden. Maar niet te vaak. Je zou er depressief van worden.”

Duitsland

„Ik was lang up and coming in Duitsland. Concerten, acteren. Stadiontournees met rocker Udo Lindenberg. Ons nummer Plattgefickt op het Duitse Nationale Songfestival. Vier keer per week zat ik in het vliegtuig. Het was een geweldige tijd, maar ik heb het eigenlijk bewust laten verslonzen. Verlangde naar rock-’n-roll om de hoek. Fijn om in Nederland te zijn, meer rust. De hang naar Duitsland doofde wat. Nu zijn er nieuwe plannen: mogelijk breng ik mijn circusshow Cirque Stiletto naar de buren.”

Kleinemeisjesdroom

„Voor iedereen die ongeluk is overkomen, iemand heeft verloren of zoals ik ziek is geweest, komt er het diepe besef dat het een keer echt afgelopen is. Als je jong bent, zit dat nog niet in je hoofd. Als er iets gebeurt, ja, dan tel je dus je zegeningen. Maar het klinkt te verheven om te zeggen ik nu harder aan het leven ben. Ik doe maar wat, zoals altijd – weet ik veel.

„Ik heb het leven misschien altijd mooier willen maken. Daarvoor ben ik ook een beetje artiest geworden, hè. Mijn werk heeft iets positiefs. Licht in de boze buitenwereld. Mijn kleinemeisjesdroom van avontuur, reizen, muziek en dans is uitgekomen. Ha, ik ben nu de koningin van combinaties. Mensen gooien door ziekte of ander heftigs hun leven helemaal om. Zeggen hun baan op. Na het overwinnen van mijn borstkanker ging ik eigenlijk gewoon verder.”

Huisje, beestje

„Optredens, maar vooral interviews en fotoshoots kosten veel energie, alsof je jezelf een beetje weggeeft. Als ik vrij heb, wil ik alleen maar informatie tot mij nemen. Boeken lezen. Ik wil niet bekeken worden, door niemand gezien worden. Gezien worden maakt al lang deel uit van mijn leven. Het moeilijkste aspect aan mijn vak. Ik zou het liefst nooit meer ergens verschijnen en nooit meer op een foto gaan. Uitsluitend op de bühne. Het is verloren tijd. Ik droom van concertposters met alleen mijn naam. En dat iedereen dan toch komt. Tja, zonder publiek besta ik niet als zangeres. Dus ik weet waarom ik het allemaal toch steeds doe.

„Er wonen twee meerkoeten op het roer van mijn boot in Amsterdam. Ik heb helaas geen tijd voor veel huisdieren. Ik doe zelden niets. Wel eens, maar nooit heel lang. Ik heb sinds kort een hutje in het bos, zo’n huisje zonder stroom, met zonnepanelen. Daar trek ik me terug als Pippi Langkous. Alleen en onherkenbaar tussen de beestjes.”

Concert: 13/8 Concertgebouw Amsterdam

    • Amanda Kuyper