Hoe een Haagse behangverkoper in de Premier League kwam

Swansea City debuteert maandag in de Engelse Premier League. De Haagse zakenman John van Zweden is mede-eigenaar van de club uit Wales. „Niet slecht voor een simpele jan luldebehanger.”

‘We beat the scum’ staat op de rechterbovenarm van John van Zweden getatoeëerd. ‘Wij verslaan het uitschot.’ Met daaronder de datum 7 november 2010. Het was de „mooiste dag” uit het leven van de Haagse behangverkoper. ADO Den Haag, de club waar hij van kinds af aan komt, versloeg voetbalvijand Ajax in Amsterdam met 1-0 en ‘zijn’ Swansea City won later die dag met dezelfde cijfers bij de eeuwige rivaal uit Wales, Cardiff City. Van Zweden (49) is sinds 2002 mede-eigenaar van Swansea City, dat dit seizoen voor het eerst in de geschiedenis van de club (in 1912 opgericht als Swansea Town) uitkomt in de Premier League.

Het verhaal van de Haagse volksjongen en Swansea City Association Football Club begint in 1978, als Van Zweden senior zijn 16-jarige zoon meeneemt op een voetbalreisje naar Londen. „Na Chelsea-Manchester United zei mijn vader: kom, we gaan ook nog even naar Fulham-Swansea City.” In Nederland had hij een leraar Engels die niet te spreken was over het niveau van zijn leerlingen. „Omdat ons Engels zo slecht was moesten we maar een Engelse penvriend gaan zoeken.” Zijn klasgenoten zochten contact met fans van grote clubs als Manchester United, maar dat vond vader Van Zweden niets. „It’s easy to support a winning team, zei die ouwe tegen me. Dus ik koos voor Swansea. Vraag me niet waarom, het had net zo goed Fulham kunnen zijn.”

In een voetbalmuseum boven zijn ‘behang- en woningparadijs’ aan de Oude Haagweg toont Van Zweden het ruim dertig jaar oude programmaboekje van Swansea City met daarin vermeld zijn oproep. Ene David Morgan reageerde en het klikte meteen. Net als hij was Van Zweden „geen lieverdje”, een „echte Midden-Noordsupporter”, verwijzend naar de tribune van de Haagse harde kern. Matten met aanhangers van de tegenpartij hoorde erbij, maar hij is nooit veroordeeld geweest, zegt Van Zweden met onvervalst Haagse tongval.

Vanwege de intensieve briefwisseling met Morgan wilde hij weleens naar een wedstrijd van Swansea City. Bij zijn eerste bezoek aan de zuidkust van Wales was hij al verkocht. „Je weet niet wat je ziet, de zee, de bergen, de ruimte. Qua oppervlakte is Swansea twee keer zo groot als Den Haag, maar er woont de helft van het aantal mensen. Je hebt er geen flats, het is een andere wereld.”

Belangrijker nog was dat hij zich thuis voelde tussen de fans van Swansea. In de beginjaren verkocht hij in Wales sjaals van Den Haag om de overtochten mede te financieren. Naarmate hij meer te besteden kreeg ging hij steeds vaker. Na de wedstrijden dook hij met de Jacks de kroeg in. Van Zweden werd een van hen. Na dertig jaar heeft hij meer vrienden in Wales dan in Nederland. Hij had een optie op een „prachtig” huis in Swansea, maar die heeft hij onlangs laten verlopen. Zijn vrouw wilde het niet.

Wendy heeft al zoveel moeten pikken van haar man. Sportief en financieel ging het zo’n tien jaar geleden niet best met Swansea City. De eigenaar van de club, een Australiër, dichtte gaten door telkens spelers te verkopen. Een groep van vijf supporters, onder wie vriend Morgan, besloot de club over te nemen. Op het laatste moment haakte een van hen af. „David belde mij om elf uur ’s avonds of ik niet mee wilde doen. Toen ben ik een blokje om gegaan met de hond.” Wendy kon dit beter nog maar even niet horen. „Ze had me vastgebonden aan de verwarming.” Tijdens de wandeling met de hond belde hij Morgan terug. „Ik doe het.” Een dag later zat Van Zweden in Wales om de zaak te regelen en was hij opeens mede-eigenaar van Swansea City.

De club stond toen onderaan in de Third Division. Van Zweden dacht dat de club zou degraderen naar de amateurs, maar op de laatste speeldag tegen Exeter City dwongen The Swans lijfsbehoud af. „De wedstrijd verliep dramatisch, we kwamen twee keer achter maar wonnen. Ik heb staan janken, die wedstrijd heeft de hele stad gered.”

Sindsdien vergaat het de club beter. In 2005 verhuist Swansea City naar het fraaie nieuwe Liberty Stadium. Promotie na promotie volgt in de loop der jaren. De climax van de opmars was op 30 mei tijdens de finale van de play-offs voor promotie naar de Premier League. Op Wembley werd Reading met 4-2 verslagen. Alle werknemers van John van Zweden waren erbij, net als zo’n zevenhonderd ADO-supporters en enkele spelers van de Haagse club.

Maandag debuteert Swansea City in de Premier League, uit tegen het puissant rijke Manchester City. Van Zweden zit op de tribune, misschien wel naast de oliesjeiks annex eigenaren van City. Ook Swansea krijgt tientallen miljoenen euro’s uit tv-inkomsten. Van Zweden wordt vaak gebeld door zaakwaarnemers die geld ruiken. Gek wordt hij ervan, zegt hij. Swansea City contracteerde onlangs wel Michel Vorm, de doelman van FC Utrecht en reservedoelman van Oranje. Ook de Nederlanders Ferrie Bodde (ex-ADO) en Kemy Agustien (ex-AZ) spelen bij Swansea City.

Het grote geld van de Premier League zorgt soms voor discussie binnen de clubleiding. Laatst moest Van Zweden halsoverkop naar Swansea vanwege een meningsverschil binnen de directie over het vijfjarenplan en het aantrekken van (ervaren) spelers voor komend seizoen. Een van de directeuren wilde Boudewijn Zenden en de Spanjaard Marcos Senna binnenhalen, beiden (bijna) 35 jaar oud. „They’re nearly dead, maar wilden wel 3,5 miljoen pond per jaar verdienen. Ik vlieg er dan liever uit met die gasten die het vorig jaar hebben laten zien.” Maar dat gebeurt niet, verzekert Van Zweden. „Als er niemand meer vertrekt eindigen we in het linkerrijtje. Vorig jaar zei iedereen dat we uit de First Division zouden degraderen, maar promoveerden we juist. We hadden gemiddeld 61 procent ball possession, ze noemden ons Swancelona”, verwijst hij naar de Spaanse winnaar van de Champions League.

Waar Van Zweden en zijn medeaandeelhouders in de beginjaren in de kroeg vergaderden – „een board room kenden we niet” – daar gaat het er intussen professioneler aan toe. Elke twee weken zitten de negen directeuren tegenwoordig bij elkaar. Als Van Zweden niet fysiek aanwezig kan zijn, volgt hij de vergaderingen via een internetverbinding. Van Zweden wijst naar zichzelf: een trainingsbroek en polo waaronder de tatoeages zichtbaar zijn. Swansea till I die, staat op zijn linkerarm. „Een club geleid door negen debieltjes die van de tribune zijn geplukt, maar wel een van de weinige clubs in de Premier League die geen schulden hebben.

Bij een van de laatste vergaderingen maakten de aandeelhouders een schatting hoeveel de club nu waard zou zijn. „Ik dacht aan zo’n 30, 40 miljoen euro, maar volgens een van mijn collega’s is een club in de Premier League al gauw 80, 90 miljoen waard.” Van Zweden, die zegt 12,5 procent van de aandelen van de club te bezitten, heeft even zitten rekenen: hij schat de waarde van zijn aandelenpakket op „een miljoentje of tien”. „De beste belegging ooit”, grijnst hij. „Niet slecht voor zo’n simpele jan luldebehanger.”

Hij zal zijn belang in de club nooit verkopen, relativeert hij het financiële aspect. „De afgelopen jaren waren de mooiste van mijn leven. Laatst heb ik nog gebruncht met prinses Anne, hoeveel mensen kunnen dat zeggen?” En geld doet hem niks, zegt hij. „Ik ben anti-materialistisch. Ik snap niet dat als mensen een miljoen hebben, ze er twee willen.” Niet dat hij zelf miljonair is, maar hij heeft het goed: vrijstaand huis, nieuwe auto’s, fijne familie, iedereen gezond, goedlopende zaak. „Wat wil je nog meer?”

Het behangparadijs gaat al een paar generaties over van vader op zoon. „Nooit een gulden ertussen.” Van Zweden wil de zaak op termijn overdoen aan zijn nu 15-jarige zoon Kay. Onder voorwaarde dat hij het voetbalmuseum boven de zaak volledig in tact laat. „Ik heb tegen hem gezegd: je verkoopt niets.”

Van Zweden laat trots een paar hoogtepunten uit zijn collectie zien. Hij beweert het shirt van Martin Jol uit de bekerfinale van FC Den Haag tegen Ajax in 1987 een dag na het duel uit de tas van Ajacied John Bosman te hebben gestolen. Zijn eerste Swansea-shirtje, maatje M, is ingelijst. „Nu heb ik een XXL nodig”, lacht hij. Tegenover zijn bureau hangt een certificaat waarop staat dat hij 50.000 clubaandelen heeft verkregen. „Bedoeld als grappie. Ik dacht dat ik die 50.000 pond zou weggooien, maar deed het uit clubliefde en hoefde er geen biefstuk minder om te eten. Ik heb gewoon veel geluk gehad.”