Het tweede knoopje

Het zal een jaar of vijf geleden zijn dat onze minister van Financiën, Wouter Bos, zonder das op de televisie verscheen, met het bovenste knoopje van zijn overhemd los. Het dasloze tijdperk was al veel eerder aangebroken, ons openbare leven was al behoorlijk informeel geworden, wildvreemden spraken elkaar onmiddellijk aan met je en jij, en als we geen ruzie met elkaar maakten, overheerste een soort toffe joligheid. Maar een minister van Financiën zonder das, dat was in Den Haag nog niet vertoond. Er werd geen schande van gesproken, maar in 2006 was het nog wel opzienbarend.

De tijd gaat snel. Intussen hebben we al meer dan twee jaar een nieuwe Amerikaanse president. Zelfs in deze dagen van economische wereldcrisis komt hij zonder das voor de camera’s en de laatste tijd valt het nog mee als hij een jasje draagt, wat vroeger een colbertje werd genoemd. Er is een tijd geweest waarin het onontkoombaar netjes was om een jasje aan te hebben en bovendien is het een nuttig kledingstuk. Het heeft op z’n minst vijf zakken. Voor je portefeuille, zakboekje, vulpen, aansteker, pakje sigaretten en nog meer dat niet in je broekzak past. Allemaal achterhaalde troep. Roken doet een machtige politicus sowieso niet en voor de rest heb je het geraffineerdste digitale gereedschap. Bovendien zal zo’n jasje Barack Obama hinderen bij het trappen op en af rennen. Poetin kan goed vechten, maar Obama is de beste renner.

Ik dwaal af. De stropdas is in deze eeuw definitief facultatief geworden. Je ziet in deze dagen tamelijk veel beursheren en directeuren van nationale banken op de televisie. In de financiële sector handhaaft de das zich nog heel aardig. Maar voor de rest, nee. Onze minister-president heeft er ook een hekel aan. En nu lijkt er alweer een nieuw tijdperk in de herenkleding aangebroken. Of misschien beter: mannenkleding. De heer is ook een verdwijnende mensensoort. Niet verdrongen door wat we vroeger de patjepeeër noemden, maar uitgestorven, prehistorisch geworden. Heer Bommel wordt met zijn onhandige deftigheid misschien het wezen dat als de protoheer de geschiedenis in zal gaan.

Wat kun je doen nadat je de das hebt afgeschaft en het bovenste knoopje van je overhemd openlaat? Dat ligt voor de hand. Ook het tweede knoopje niet meer dicht doen. Het viel me voor het eerst op toen ik op RTL4 de meteoroloog/presentator Dennis Wilt het weerbericht zag en hoorde brengen. Voorlezen kun je het allang niet meer noemen. Alle weervrouwen en -mannen maken er een geanimeerd eenaktertje van. Steeds meer mensen maken van alles geanimeerde eenaktertjes, maar hier gaat het over het tweede knoopje van het overhemd. Dennis Wilt onderscheidt zich op drie manieren: hij pakt de presentatie relatief sober aan, hij heeft zich, hoe zal ik het zeggen, op een geraffineerde manier uiterst zorgvuldig aangekleed en het tweede knoopje van zijn overhemd staat open. Iedere keer, dus expres.

Ik ging erop letten, op straat, in de tram, in openbare gelegenheden, overal meer losse tweede knoopjes. Ja, ik geloof dat ik een nieuwe trend heb ontdekt. Wil je er als jonge, of betrekkelijk jongeman bijhoren, dan doe je dit knoopje niet meer dicht. Waarom niet? Zit er een gedachte achter? Voelt de modernste man zich beklemd? Is het een vorm van rebellie? Misschien een stille demonstratie tegen de opwarming van de aarde? Zo kunnen we nog wel meer flauwiteiten verzinnen. Het is gewoon een klein signaal dat je met je tijd meegaat.

Zo zag je een jaar of twintig geleden hoe de eerste boze pubers hun verzet demonstreerden door hun baseballpetje achterstevoren op te zetten. Klep in de nek, dat zou de maatschappij leren. Nu weten hele volksstammen niet beter of het hoort zo. Een lange broek met het kruis ongeveer tussen je knieën en de pijpen als een harmonica eindigend op je schoenen, dat is een Amerikaanse mode die hier geen ingang heeft gevonden. En aan de andere kant van het maatschappelijk spectrum: vastgoedhandelaren, makelaars, bepaalde advocaten die alleen in het openbaar verschijnen in de allernadrukkelijkste doublebreasted krijtstreep.

Wat draagt Montag eigenlijk zelf, zult u misschien vragen. De das een jaar of veertig geleden afgeschaft. Heeft een paar oude jasjes die er wel netjes uitzien en waaraan hij gehecht is. Liefst een blauw overhemd en een zwarte spijkerbroek. Niets bijzonders, niets opvallends, niets modieus. Van kindsbeen ben ik het meest gesteld op oude kleren waarin ik mijn eigen verleden met me meedraag. En als iets onherstelbaar versleten lijkt te zijn, kun je het nog altijd laten restaureren. Meegaan met de mode lijkt me een vorm van deportatie.

    • S. Montag