Het paradijs van Teheran is vol: 1,6 miljoen doden liggen er

Iran heeft een jonge bevolking die gestaag groeit. Ooit willen alle inwoners van Teheran belanden in Zahra’s Paradijs, het geliefde kerkhof van de stad. Maar dat is nu al vol.

EDITORS' NOTE: Reuters and other foreign media are subject to Iranian restrictions on their ability to film or take pictures in Tehran. An Iranian man holds his baby as he sits next to the graves of soldiers who were killed during the Iran-Iraq war (1980-88), in Behesht Zahra cemetery, south of Tehra March 21, 2011. Iranians visit the cemetery to remember soldiers who were killed during the eight-year war with neighbouring Iraq, on the first day of the Iranian New Year. REUTERS/Morteza Nikoubazl (IRAN - Tags: SOCIETY ANNIVERSARY CONFLICT) REUTERS

De mannen, tranen op de wangen, heffen het in een lijkwade gewikkelde lichaam van Zahra Yousefi, huisvrouw, op hun schouders. Vrouwen, in zwarte chadors, huilen terwijl ze zich bij de processie voegen naar haar laatste rustplaats, op een stoffige vlakte ten zuiden van Teheran. Een shi’itische geestelijke gaat voor in het gebed.

Het lijkt hier wel een parkeerplaats. Zeven rouwprocessies tegelijk kunnen op deze begraafplaats rituelen uitvoeren in aparte vakken. En dit is nog maar het voorportaal. Door de intercom galmt een vrouwenstem. „Gerespecteerde burgers, alstublieft, verstoor de stroom van processies niet door te lang op een plaats te blijven.”

Honderden staan te wachten om te bidden, en door te stromen naar de volgende reeks plichtplegingen, die zal uitlopen op de begrafenis van hun dierbare, ergens op het kerkhof van bijna 750 voetbalvelden groot aan de zuidelijke rand van Teheran.

Behesht-e Zahra, of, Zahra’s Paradijs, vernoemd naar een shi’itische heilige, is een van ’s werelds grootste begraafplaatsen. Sinds de opening, veertig jaar terug, zijn er 1,6 miljoen mensen begraven. En nu raakt het kerkhof vol. Bovengronds, én ondergronds, stampvol.

Toch moeten er dagelijks nog 150 nieuwe doden bij. Die trekken samen gemiddeld 15.000 bezoekers per dag. En in het weekeinde, als Iraanse families bij de graven van hun voorouders en martelaren uit de Iraans-Iraakse oorlog (1980-1988) picknicken, zijn er een half miljoen mensen.

In elk graf is ruimte voor ten minste drie personen. Dat is een noodmaatregel, verklaart woordvoerder Ismael Daneshpajoo – want zo’n groot kerkhof heeft een woordvoerder. De bovenste laag is het goedkoopste. 100 euro per plek. In het oudere gedeelte van Behesht-e Zahra, waar pijnbomen schaduw verschaffen en krekels tjilpen, kost een goed graf wel 8.000 euro. „Maar dan heb je ook wat moois”, vindt Daneshpajoo.

Hij pakt een plattegrond. Twee jaar geleden heeft de gemeente Teheran, die de begraafplaats beheert, het laatste vrije stuk land in de buurt gekocht. Een verkeerstunnel van 200 meter leidt nu de rouwenden onder de snelweg door die tot voor kort de grens van Behesht-e Zahra vormde. Gele graafmachines en arbeiders zijn daar – bij meer dan 40 graden – bezig plaats te maken voor 400.000 doden.

En dan? Dan heeft Teheran een probleem, zegt Daneshpajoo. Want ooit zullen alle 12 miljoen inwoners van Teheran „klant” worden van Behesht-e Zahra. De gemeente zoekt naar nieuwe locaties rond Teheran. Waar, dat verklapt Daneshpajoo niet. „Mensen willen dat begraafplaatsen dichtbij zijn, maar willen er niet naast wonen.”

Terwijl een föhnachtige wind vanuit de zuidelijke woestijn over het nieuwe land blaast, zijn families bezig vijf verschillende mensen te begraven. Een religieuze zanger rouwt op overslaande toon en ondersteund door twee luidsprekers. Dat is nodig, want tien meter verder staan nog twee zangers weenliederen te zingen, voor andere doden.

„Eet dadels en eer de familie van Mahmoud Yazdi”, zingt hij. „Hij was een geweldige man.” De zangers kennen de doden niet. Ze verhuren hun trillende stem voor 40 euro.

De rouwende families van de verschillende doden veranderen in een grote kluwen. Kinderen raken hun ouders kwijt en oudjes wenen soms om de verkeerde doden.

In het midden van de begraafplaats zijn de mooiste secties gereserveerd voor hen die zijn omgekomen voor de revolutie en voor slachtoffers van terreurdaden tegen de islamitische republiek. De begraafplaats heeft een centrale plaats in Irans revolutionaire religieuze ideologie. Ayatollah Khomeini, de grondlegger van de islamitische republiek, gaf hier zijn eerste toespraak nadat hij was teruggekeerd uit ballingschap.

Ibrahim Karim, een 52-jarige bakker, huilt aan het graf van de ayatollah Mohammad Beheshti, een invloedrijke revolutionaire geestelijke die in 1981 omkwam bij een bomaanslag, samen met 71 andere leiders.

„Degenen die hier slapen zijn heilig voor ons”, zegt Karim, die iedere week een bezoek brengt aan het kerkhof. Hij vindt het niet erg dat Behesht-e Zahra steeds drukker wordt. „Onze stad is druk, onze levens zijn druk, dus als we eenmaal dood zijn, zijn we het wel gewend.”Al moet hij met vijf mensen in een graf liggen, Karim wil hier worden begraven. Hij kan zich niet voorstellen dat de laatste plaatsen ooit vergeven zijn.