'Economen zijn ook maar kleine radertjes'

Wat staat er in de boekenkast? Bekende namen uit de wereld van de economie vertellen over de werken die hen het meest inspireren. Econoom Esther-Mirjam Sent leest economen.

Nederland, Nijmegen, 10-08-2011. Portret van Esther-Mirjam Sent, hoogleraar economie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en lid van de Eerste kamer voor de PvdA. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Patricia Veldhuis

„Never waste a good crisis”, zegt ze aan het eind van het gesprek met een brede glimlach. Vrij naar Rahm Emanuel, ooit rechterhand van Barack Obama, nu burgemeester van Chicago. Mooie woorden, vindt Esther-Mirjam Sent. Zo wáár. „Ik put daar hoop uit. Deze nieuwe crisis kan een wake-up call zijn voor wereldleiders én voor economen. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.” Lachend: „Nou ja, geen drie keer, hoop ik.”

Sent, hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen, kijkt deze dagen gefascineerd toe hoe collega-economen in de media over elkaar heen buitelen in het duiden van de financiële crisis. Het brengt haar op het boek dat ze als student economie gretig las: The Worldly Philosophers, van Robert Heilbroner. „Hij geeft een prachtig overzicht van bijna alle belangrijke economische denkers. In de analyses die nu voorbij komen, worden de hoofdpersonen allemaal wel even genoemd.” Neem John Maynard Keynes. „Voor de crisis was het vloeken in de kerk als je hem aanhaalde. Keynes werd onder economen hooguit grappend genoemd. Dan breekt de crisis uit en is zijn gedachtegoed ineens weer hot. Mag de overheid ‘Keynesiaans ingrijpen’.

Of neem Marx. „Ook zo’n comeback kid. Het gaat ineens weer over de fundamentele weeffouten in ons economische systeem.”

Haar eigen theorie is in tijden van economische crises nooit ver weg: economen kunnen van alles berekenen en in modellen proberen te vangen, maar uiteindelijk is economie geen exacte wetenschap en valt er maar weinig te voorspellen. „Consumenten gedragen zich nu eenmaal niet koel en calculerend. En wat doen wij? Wij laten het Centraal Planbureau allerlei berekeningen maken. Alsof het natuurkunde is!”

Het is precies wat haar andere favoriete boek, Administrative Behavior van Herbert A. Simon, betoogt. „Dat las ik toen ik bezig was met mijn promotieonderzoek in de VS”, zegt Sent. „Simon is erg belangrijk geweest voor mijn denken. Ik ging in eerste instantie economie studeren omdat ik de politiek in wilde. Maar tijdens mijn studie dacht ik: wat heb ik hieraan in de politiek? Hier kan ik niets mee! Waar halen economen de arrogantie vandaan om te denken dat ze de toekomst kunnen voorspellen? Waarom is het CPB ons Orakel van Delphi? Door Simons boek leerde ik dat er ook een andere stroming is. Een stroming die niet uitgaat van exactheid, van rationaliteit, maar gebruik maakt van een breed scala van benaderingen, zoals de psychologie en de sociologie.”

Hoe zou Simon naar de huidige financiële crisis kijken? Sent antwoordt resoluut: „Vanuit een psychologisch en sociologisch perspectief. De financiële markten zijn nu eenmaal niet efficiënt. Handelaren imiteren elkaar en lijden aan zelfoverschatting. Heel irrationeel.” Het is voor haar dan ook geen verrassing dat de beurzen opnieuw zijn ingestort. „Ik verbaas me eerder over andere economen die er wél verbaasd over zijn.”

Ze pakt haar derde klassieker er maar eens bij. Science in Action, van de Franse wetenschapper Bruno Latour. „Hiervan gingen mijn ogen echt open. Latours boodschap is in wezen heel simpel: wetenschappers zijn ook maar mensen. En economen zijn ook maar radertjes in een groot systeem die worden gebruikt door de politiek.”

Deze boeken en ideeën hebben haar „economische gereedschapskist” vergroot. Reden waarom ze nu wél klaar is voor de politiek. Om goed voorbereid te zijn op haar werk voor de Eerste Kamer, waar ze 7 juni als PvdA-lid aantrad, las ze in haar vakantie vooral memoires van andere politici. Politiek voor de leek, van Mei Li Vos, bijvoorbeeld. En Mensenwerk, van oud PvdA-voorzitter Ruud Koole. „Ik heb nauwelijks achtergrond in de politiek. Die boeken zijn een handige manier om PvdA-scholing te krijgen. Om te zien hoe de dingen werken in Den Haag.”

En ja, ook na lezing van die boeken heeft ze nog zin in haar werk als Eerste Kamerlid. „Ik vind het gewéldig. Een gigantisch voorrecht.”