Door het venster van mijn ogen

Boven het weiland achter Gieten ontvouwt zich een grote grijze wolk, net op het moment dat Annemaaike Bakker die ouwe song van Cuby And The Blizzards inzet:

Through the window

of my eyes…

Zo gaat dat bij voorstellingen in de open lucht: het weer heeft de neiging zich aan te passen. Tot die wolk was de Drentse Bluesopera een vertelling over de onvermijdelijke teloorgang van het oude Drenthe ten gunste van het even onvermijdelijke toerisme.

Triest? Niet echt. Tussen witte stapelwolken scheen de zon op het muziektheater van Tom de Ket die de bekende blues voorzag van opgewekt cynisme. Cuby’s ‘Appleknockers Flophouse’ werd een dartel kermisnummer: ‘Appelflappen Spookhoes.’

En dan is er ineens die donderwolk. En die song. ‘Window of my eyes’, uit de strot van een vrouw die haar Drentse dorp de rug toekeerde. Succesrijk keerde ze terug – om te merken dat het niet uitmaakt. Ze lusten haar nog steeds niet, daar. En dat doet pijn. Anders dan bij Cuby, in 1968, is haar ‘Windows’ niet berustend, maar kwaad:

… and I keep on looking

for a reason

which is not here.

(Maar dan in het Drents.)

Wat nu? Wraak nemen?

Wraak. Ik hoorde weldenkende mensen zeggen dat ze de Noorse massamoordenaar Breivik met liefde zouden neermaaien. Of erger.

Toe maar, en dan?

Wraak helpt niet, fluistert de film El secreto de sus ojos. Hij draait al maanden in de bioscopen, maar pas nu ga ik er eens heen. Een thriller, had ik gehoord, over een Argentijn die alsnog een oude moord oplost. Dat klopt, maar dan zijn we nog maar halverwege. De dader is naar het zich laat aanzien met succes ondergedoken. Maar hij blijkt al dertig jaar in een hok te zitten, in de stal van de man wiens vrouw hij vermoordde. Wraak gelukt, zou je zeggen. Maar wat een trieste eenzaamheid sijpelt daar langs de muren.

Wraak is lekker. Eventjes. Vervolgens blijkt dat die wraak je gijzelt en dat je nu helemaal niet meer van je verdriet afkomt.

Ineens zie ik overal verdriet. De Deense film A Family van Pernille Christensen drijft erop en ik drijf mee: een man is ziek en zal doodgaan. Voor zijn ene dochter is verdriet een pantser, voor zijn andere dochter een boksbal. Voor zijn jonge tweede echtgenote verbergt het verdriet zich in schrik. Ze is in paniek, ze wil vluchten, maar dat gaat niet. Het is aangrijpend, al die verfrommelde mensen bij elkaar die, zo stelt de film, ontdekken dat je veel kunt delen, maar verdriet niet. Daar is het te persoonlijk voor. Dat zul je alleen op moeten knappen.

Zelfs op het mobiele theaterfeest De Parade bots ik op treurnis, in de tent van de rebelse Groningse dansgroep Club Guy & Roni. Zij dansen op Stravinski’s L’histoire du soldat. Wij zien het verdriet van de naakte soldaat en het verdriet van de vrouw in de zwartkanten japon. Het gezellig beschonken Parade-publiek wil joelen. Maar het valt stil. Want het heeft niet terug van die felle, rijpe danseres: de vrouw die probeert haar soldaat bij zich te houden door steeds weer zijn bleke blote lijf tegen haar lichaam aan te manipuleren. Au, dit is rauw.

Haar rouw mondt uit in een pietà. De soldaat was haar minnaar. Nu is hij haar onschuldige kind, dood op haar schoot.

… and I keep on looking

for a reason

which is not here.

(Maar dan op muziek van Stravinski).

Joyce roodnat

    • Joyce Roodnat