De generaals morren

Het leger is ontevreden. De Nederlandse krijgsmacht dreigt door alle bezuinigingen af te glijden tot een soort derdewereldleger met defect materieel en gedemotiveerd personeel, vinden hoge militairen. Door frustraties wordt de kloof tussen leger en ambtelijk apparaat in Den Haag steeds dieper.

Houdt de onttakeling van de Nederlandse krijgsmacht dan nooit op? Marineofficier Rob Hunnego vond het al erg genoeg dat militairen hun eigen spullen moeten kopen – en soms ook zelf betalen – als ze bij Defensie door geldgebrek weer eens niet voorradig waren. Gevechtslaarzen van Beversport, rugzakken van De Vrijbuiter: zo’n praktijk hoort niet bij een zichzelf respecterende krijgsmacht, vond de voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren.

Maar dat Haagse Defensie-ambtenaren de introductie van deze ‘look-a-likes’, alweer enkele jaren geleden, ook nog eens als vooruitgang presenteerden aan hun superieuren, vond Hunnego wel heel opmerkelijk. Doordat militairen het inmiddels hadden opgegeven de armlastige kledingafdeling om spullen te vragen, hoefden ambtenaren van die afdeling steeds minder aanvragen te registreren. Die konden vervolgens rapporteren dat de ‘servicegraad’ (de mate waarin aan aanvragen tegemoet kan worden gekomen, red.) met sprongen was gestegen. De minister kon vervolgens met schone handen naar de Tweede Kamer. Weer een probleem opgelost.

Ongeveer een half jaar geleden attendeerde Hunnego de Kamer op deze in zijn ogen ‘perverse’ situatie. Hij waarschuwde de parlementariërs de cijfers van de minister niet op voorhand te vertrouwen. „Ik adviseer u de cijfers die Defensie de komende tijd presenteert extra kritisch te beschouwen”, schreef Hunnego. „De nieuwe minister van Defensie kan namelijk met droge ogen vertellen dat de operationele gereedheid met sprongen toeneemt, zoals de servicegraden, leverbetrouwbaarheid etc. Intussen verwordt de Nederlandse defensieorganisatie tot een derdewereldkrijgsmacht, met defect materieel en gedemotiveerd personeel.”

Hunnego’s e-mail verried niet alleen teleurstelling over het afglijden van de krijgsmacht. Ze weerspiegelde ook de vervreemding tussen de krijgsmacht en het politiek-ambtelijke apparaat. Militairen hebben regelmatig het gevoel op een andere planeet te leven dan de Defensie-ambtenaren. Daarnaast vrezen ze gedegradeerd te worden tot simpele uitvoerders van door bureaucraten bedacht beleid, zo blijkt uit diverse interne stukken.

Zo klaagde luitenant-generaal Rob Bertholee, baas van de landmacht, vorig najaar in een interne brief aan de hoogste ambtenaar van Defensie, Ton Annink, over de „telkens verdergaande directieven” uit Den Haag. „Hierdoor neemt mijn benodigde ruimte om keuzes te maken [...] af.” Zo hadden de bezuinigingen hem gedwongen tientallen voertuigen aan de kant te zetten. In dezelfde periode wond Ton van Ede, generaal-majoor der mariniers en plaatsvervangend commandant der Zeestrijdkrachten, zich op over de „toenemende regeldruk, bureaucratie en complexiteit in de aansturing”.

De hardste kritiek op ‘Den Haag’ kwam van brigade-generaal Theo Ent, tot oktober 2010 chef-staf van het Duits-Nederlandse legerkorps. In een vertrouwelijk stuk van 10 februari van dit jaar repte Ent van een „gebrek aan de kwaliteit van bestuur” bij Defensie. Hij hekelde het „gebrek aan zakelijkheid” en de afwezigheid van een heldere verdeling van verantwoordelijkheden. Daardoor konden bizarre situaties ontstaan zoals „het bewust afwijken van budgetten”.

Daarbij gingen ook de militairen zelf niet vrijuit, schreef de brigade-generaal. Zo schatten krijgsmachtonderdelen in hun eigen begroting stelselmatig de kosten van gevraagd materieel te laag in en eventuele inkomsten (van bijvoorbeeld verkoop van materieel) te hoog. Ent sprak over „het te optimistisch ramen van begrotingen” door de militairen. Als het mis ging, hoefden zij daar niet de rekening voor te betalen, althans niet de volle mep. Tegenvallers werden immers over het hele Defensie-apparaat uitgesmeerd. Zo hoefde niemand zuinig aan te doen of efficiënt te werken. „Het gevoel heerst dat meevallers bij de één worden aangewend voor tegenvallers bij de ander”, aldus de brigade-generaal.

Waartoe dat gebrek aan efficiency en zuinigheid bij de krijgsmacht zelf kon leiden, bleek in november vorig jaar. Toen presenteerde generaal Bertholee de nieuwe Kromhoutkazerne in Utrecht. Het voor 450 miljoen euro gebouwde hoofdkwartier van de landmacht was aangekleed met natuursteen, sprankelende waterpartijen, luxueuze fitnesscentra en lederen meubilair. Bertholee zei het hoofdkwartier „met gemengde gevoelens te betrekken”. Begrijpelijk. Ongeveer in dezelfde tijd uitte Bertholee harde kritiek op de bezuinigingen bij Defensie.

Kenners van de krijgsmacht noemen meer voorbeelden van de opmerkelijke gevolgen van de onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling. Zo vertelt Frans Bekkers, defensiespecialist bij het Haagse Centrum voor Strategische Studies, dat commandanten bij het aankopen van wapensystemen de neiging hebben hun eisen zo hoog mogelijk op te schroeven. „Zij hoeven toch niet te betalen. Dan ga je afwentelen – op de centrale leiding in Den Haag wel te verstaan”, aldus Bekkers. „Tegelijkertijd noemden die commandanten tijdens de aankoopprocedure bepaalde bijkomende kosten niet, zoals de munitie die je voor wapens nodig hebt. Die moet Defensie dan alsnog aanschaffen als het wapensysteem binnen is.”

Dick Berlijn verbaast het allemaal niet. De voormalig Commandant der Strijdkrachten (2005-2008) kent de verhouding tussen krijgsmachtdelen en ‘Den Haag’ door en door. „Die was in het verleden niet altijd goed”, zegt hij.

Ooit scheerde Berlijn als luchtmachtpiloot laag over de trein bij De Punt, die in mei 1977 door Molukkers was gekaapt. Nu reist hij als ‘senior board advisor’ met zijn rolkoffer heen en weer tussen de vestigingen van adviesgigant Deloitte &Touche. In een vergaderzaaltje van het kantoorpaleis op de Rotterdamse Kop van Zuid schetst Berlijn de historische context van de verhoudingen tussen strijdmacht en Defensie.

„Den Haag is vanaf 2001-2002 de touwtjes naar zich toe gaan trekken door een afnemend vertrouwen in de bevelhebbers”, aldus Berlijn. Na de val van de Muur ging Defensie steeds meer deelnemen aan crisisbeheersingsoperaties, waarvan de bekendste en beruchtste die in Bosnië was. Hierdoor stegen de kosten. Om de lopende rekening toch sluitend te krijgen, beknibbelden de bevelhebbers op langlopende investeringen, aldus Berlijn. Bovendien bestond in Den Haag het gevoel dat er soms sprake was van dure toys for boys, waarvan de Haagse bazen niet altijd nut en noodzaak inzagen.

Toen er ook nog eens flink op Defensie bezuinigd moest worden, trokken de achtereenvolgende VVD-ministers Frank de Grave (1998-2002) en Henk Kamp (2002-2006) de regie naar Den Haag toe. De trend werd centralisatie. Materieel- en personeelsbeheer werden bij de krijgsmachtonderdelen weggehaald.

Als Commandant der Strijdkrachten was Berlijn onderdeel van die veranderingen. „Daarin zijn we wellicht op een aantal gebieden doorgeschoten”, analyseert hij. „Onlangs hoorde ik bijvoorbeeld dat een operationele commandant zo’n Haagse afdeling om brandstof voor zijn oefenprogramma vroeg. Die brandstof bleek er niet te zijn.” Het geld ervoor was inmiddels uitgegeven aan andere dingen, bijvoorbeeld auto’s voor een ander krijgsmachtdeel. „Dat terwijl die commandant zijn brandstofbudget eerder aan Den Haag had moeten afstaan en ervan uitgaat dat er dan netjes mee wordt omgesprongen”, zegt Berlijn. „Als dat overduidelijk niet gebeurt, wekt dat wrevel en frustratie.”

Maar er gebeurde meer in die tijd. Het financieel beleid bleef minstens even paniekerig als het voor de centralisatie-operatie was geweest. Jaar na jaar stelde de Algemene Rekenkamer vast dat zowel het financieel als materieel beheer niet op orde was. „De problemen in de bedrijfsvoering zijn nog steeds erg groot”, stelde de Rekenkamer in haar jaarverslag over 2010. Toen vorig jaar oktober CDA-politicus Hans Hillen aantrad en zijn topambtenaren dé vraag stelde all ministers are afraid to ask – namelijk die naar financiële lijken in de kast – steeg er een kwalijke geur op. Hillen erfde een gat van (ten minste) 350 miljoen euro, eenderde van de miljard euro die Defensie deze kabinetsperiode moet bezuinigen.

„Er is een financiële puinhoop overgedragen aan de nieuwe minister van Defensie”, schreef oud-landmachtchef Hans Couzy in het Defensieblad. Dat had gevolgen tot ver in 2011. Juni dit jaar bleek bijvoorbeeld dat de Defensietop zo’n 75 miljoen euro bij de post Investeringen heeft moeten weghalen om de lopende exploitatie te dekken. Het is een boekhoudkundige truc die tien jaar geleden nog de commandanten in het veld werd verweten.

De vorm die de financiële problemen voor militairen in de kazernes kregen, waren zogeheten verplichtingenstops, soms een paar keer per jaar. „Dan was voor drie maanden het geld op en moesten we voor de aankoop van elke nietmachine toestemming van Den Haag vragen”, verzucht marine-officier Hunnego. „Het was niet alleen een verplichtingenstop, maar ook een soort bestuursstop. Als leidinggevende was je meer bezig met administratieve rambam dan met leidinggeven.”

Omdat militaire missies zoals in Afghanistan zoveel mogelijk werden uitgezonderd van deze stops, sloegen ze des te harder neer bij de kazernes en andere militaire bases in Nederland. In de Helderse Courant verschenen in maart 2010 berichten dat de marine geen nieuwe scheepsonderdelen kon bestellen, maar ook geen wc-papier of pennen.

Hoe nu verder met Defensie? Deze en volgende maand wordt bekend hoeveel er precies gesneden zal worden in de rangen en standen bij de krijgsmacht, welke kazernes dichtgaan, welke legerplaatsen openblijven. Binnen de krijgsmacht wordt de operatie met argusogen gevolgd. Er is irritatie over het uitstel van het bekend worden van de maatregelen (gepland voor begin juli) én over het feit dat de plannen voor de afslanking van de krijgsmacht tot nu toe gedetailleerder zijn dan die voor het departement in Den Haag.

Toch zullen er geen F16’s laag over het hoofd van een minister-president vliegen, zoals in 1977 gebeurde toen het kabinet-Den Uyl maatregelen nam tegen prins Bernard na de Lockheed-affaire. „De krijgsmacht erkent het politiek gezag”, stelde Hillen begin juli in de Telegraaf. Ondanks alle kritiek staat de democratische gezindheid van de krijgsmacht als een paal boven water. Bovendien zijn de bazen van drie van de vier krijgsmachtonderdelen bijna aan hun functioneel leeftijdsontslag toe. En bijna-gepensioneerden zijn niet het opstandigste volk.

Verder zit er nog iets aantrekkelijks in het vat voor de krijgsmacht. In antwoord op de kritiek op de centralistische en onzakelijke Defensie-cultuur gaat ‘Den Haag’ enkele verantwoordelijkheden teruggeven aan de krijgsmacht. De centralistische slinger beweegt nu terug naar het veld, in elk geval ten dele. Het gaat daarbij om onderdelen van de personele en materiële exploitatie, zo zei minister Hillen in april.

Maar hier zitten wel flinke adders onder het gras. Gooien Haagse ambtenaren onder het mom van decentralisatie geen onopgeloste problemen over de schutting bij de commandanten? Zo schrijft de Auditdienst van het ministerie van Defensie in zijn laatste jaarverslag dat op 1 maart 2011 „circa 4.000 van de 66.000 personeelsdossiers op orde (zijn) gebracht”. Dat lijkt op z’n minst vervelend nu er een grote ontslaggolf aankomt met gedwongen ontslagen.

„Ik heb nu al medelijden met admiraal Borsboom van de Marine” , zegt PvdA-Kamerlid Angelien Eijsink dan ook. De parlementariër volgt de bedrijfsvoering op Defensie al jaren kritisch. „Door de decentralisatie mag Borsboom straks bij de marinewerf in Den Helder bepalen wie er weg moet”, zegt ze. „Maar als de helft van het personeel daar een goed bijgehouden dossier heeft, is het veel”, zegt Eijsink. „Voordat zo’n admiraal het weet, loopt hij vast in arbeidsrechtelijke procedures.”

Ook oud-Commandant der Strijdkrachten Berlijn heeft zorgen over de toekomst. Hij is wel iets positiever dan Eijsink over de nieuwste slingerbeweging tussen het leger en het ambtelijk apparaat. „Die – beperkte – decentralisatie biedt goede mogelijkheden om enkele zaken waarbij we zijn doorgeschoten, terug te draaien”, zegt Berlijn. Maar ook hij heeft zijn twijfels. „Reorganisaties kosten veel geld en dat geld heeft Defensie niet.”

Bij de krijgsmacht zelf bestaat, getuige een recente Open Brief in het laatste nummer van het Marineblad, weinig vertrouwen in de Haagse wil tot decentraliseren. „Defensie heeft weer voluit zijn ‘regietent’ centraal aan het Plein opgesteld”, schrijven twee officieren in het juninummer. „De ‘gedrilde stafafdelingen’ laten daarbij volop hun bekende kunstjes zien. Maar voor welk publiek? En wie applaudisseert er nog? De fluitconcerten zwellen aan.”