Bedient de kunstwereld zich van prietpraat?

Jip en Janneke-proof

Volgens Joost Swanborn heeft de kunstsector de bezuinigingen te wijten aan haar ‘prietpraat’ (Opinie, 9 augustus). De kunstwereld gebruikt te moeilijke taal. Swanborn zelf trouwens ook, met termen als ‘eloquent’, ‘hermetisch’ en ‘idioom’. Maar goed, de ironie wil dat vakgebieden altijd ingewikkelde taal gebruiken. De financiële sector staat niet bekend om gewonemensentaal. De zorg ook niet. En toch gaan moeiteloos miljarden naar banken en de zorg. Welke politicus heeft de bezuinigingen gebaseerd op de stelling dat de kunstsector te ingewikkeld schrijft? Ik heb het niet gehoord.

Swanborn vindt dat musea gewoon moeten schrijven dat een expositie ‘mooi’ is en de kunstenaar ‘goed’. Nou, dat geeft lekker veel kansen voor musea om zich te onderscheiden. Als eigenaar van een taaladviesbureau weet de schrijver dat ieder vakgebied een eigen taalgebruik heeft. En dat is helemaal niet erg.

De kunst ligt onder vuur omdat de PVV dat wil. Dat is de simpele waarheid. De bezuinigingen gaan door. Ook als alle musea de folders Jip en Janneke-proof maken. En ik betwijfel of Henk en Ingrid daarna ineens wel naar het museum rennen.

Wouter de Koning

Eigenaar Tekstbureau Lekker Helder

Ongenuanceerd betoog

Joost Swanborn stelt dat de kunstsector zich op weinig eloquente wijze tegen de bezuinigingen verweert en dat het geen wonder is dat ‘een meerderheid van de Nederlanders’ achter de bezuinigingen staat. Aan welke onderzoeksuitkomsten ontleent hij deze constatering?

Hij wekt vervolgens de indruk dat de hele kunstsector zich van ‘vaagtaal’ bedient, terwijl hij slechts voorbeelden aanhaalt uit de contemporaine beeldende kunst. Dat is ongenuanceerd en generaliserend. Laat hij zich beter informeren en zijn ongevraagd advies vooral onderbouwen met feiten.

Frans van der Leeuw

Den Haag

Of ligt het aan het werk?

Met prietpraat verdedig je het belang van de kunst niet, aldus Joost Swanborn. Dat is waar. De vraag is echter of prietpraat het manco is of dat het besproken kunstwerk niet deugt. Doordat Swanborn die laatste relatie veronderstelt, brengt hij een argument aan ten behoeve van de kunstbezuinigingen. Die stap gaat te ver. De bezuinigingen worden grotendeels gebaseerd op economische argumenten. Verbaal onvermogen binnen de kunstsector voegt daar niets aan toe en kan als randverschijnsel niets aandragen om de aftakeling van de kunstsector te rechtvaardigen.

J. Ploos van Amstel

Haarlem

    • Frans van der Leeuw
    • J. Ploos van Amstel
    • Wouter de Koning