Wat wij van de Russen kunnen leren

Vijf voor twaalf. Dansen op de vulkaan. Apocalyps nu. Ondergang van het Avondland. De instortende beurzen en de onmacht van Amerika en Europa maken de doemdenker in ons los. Maar wat kunnen we écht doen?

Dmitry Orlov: De val van Amerika. Een vergelijking met de Sovjet-Unie. Uitgeverij Jan van Arkel, 240 blz. € 14,95

Een paar wenken voor de jongste dag, als geld geen rol meer speelt. Zorg dat de fietsen, inclusief extra binnen- en buitenbanden plus andere reserveonderdelen, piekfijn in orde zijn. Doe hetzelfde met loopschoenen. Bestel boeken over tuinieren alsmede zaai- en pootgoed voor op het balkon of in de tuin. Wees niet vals bescheiden bij de slijterij maar schaf zo veel mogelijk sterke drank aan. Doe hetzelfde met stookapparatuur, rookgerei, koffie of thee en condooms.

Vertrouw niet meer op de pinpas. Haal de spaarrekening leeg en koop er duurzame goederen voor: van zonnepanelen, boilers, houtkachels of een bestelwagentje tot bakelieten telefoons en knijpkatten. Volg een cursus timmeren of loodgieteren. Gooi geen ruilgoederen weg, zoals fototoestellen, kijkers, dynamo’s, (hand) gereedschap en jerrycans. En het allerbelangrijkste. Ga niet harder maar minder hard werken. Maak tijd vrij om oude vriendschappen aan te halen en nieuwe te maken. Een tiental hulpvaardige kennissen is meer waard dan een tiental bankbiljetten. Geld is als het er op aankomt niets meer dan een mythe.

Deze tips bieden geen garantie om een monetair Armaggedon te doorstaan. Ze bieden wel aanknopingspunten voor een overlevingsstrategie in een samenleving die zich ooit superieur wist maar nu door de knieën moet. De wenken zijn namelijk niet zo lang geleden in zo’n wegzakkende maatschappij beproefd: eerst in de Sovjet-Unie, die twintig jaar geleden na een staatsgreep in haar terminale fase belandde, en daarna in het nieuwe Rusland dat in 1998, wederom in augustus, zijn staatsschulden niet kon betalen. Die ervaringen zouden een les kunnen zijn voor Amerikanen die kampen met energieverslaving, consumptieve importmanie en afgewaardeerde schuldrating.

Een mesjogge vergelijking? Niet voor Dmitry Orlov, een bijna 50-jarige Amerikaanse computeringenieur van joods-Russische origine, die in De val van Amerika. Een vergelijking met de Sovjet-Unie zo ver gaat de kernramp van 1986 in Tsjernobyl af te zetten tegen de orkaanramp met Katrina in 2006. In beide gevallen waren de lokale bazen niet op merites maar uit nepotisme benoemd en werd de ramp groter door een gebrek aan openheid, aldus Orlov.

Dmitry Orlov is niet de eerste die parallellen tussen het verval van de supermachten signaleert. De Britse filosoof John Gray voorspelde in 1998 in False Dawn dat de Amerikaanse handelshegemonie zou kantelen. In 2008 schreef hij tijdens de kredietcrisis: ‘Het lot van grote rijken wordt heel vaak bezegeld door de interactie van oorlogen en schulden. Met Amerika, al hamert het nog zo op zijn uitzonderingspositie, is het niet anders gesteld.’

Het verschil is dat Orlov de parallellie tot op straatniveau zoekt. In De val van Amerika werkt hij deze analogieën met satanisch genoegen uit. Zijn Russisch getoonzette stijl, met malle terzijdes en filosofische hoogdravendheid, is soms zo superieur dat het arrogant wordt. In die zin is Orlov, die op 12-jarige leeftijd met zijn ouders als ‘refusenik’ vanuit Leningrad naar Boston kon emigreren, een Rus gebleven. Maar dat neemt niet weg dat De val van Amerika hilarisch is en ook dwingt tot vrij denken.

Het uitgangspunt van Orlov is dat beide supermachten altijd al meer gemeen hadden dan de ideologische confrontaties deden vermoeden. ‘Zowel in het Sovjetmodel als in het Amerikaanse was een centrale plek weggelegd voor een mythe waarin iedereen meetelde.’ In de Sovjet-Unie was dat de klassenloze maatschappij, in de VS de middenklassemaatschappij.

Ook in hun crises lijken ze volgens Orlov op elkaar. Decennia lang waren Sovjet-Unie en VS in wedloop, schrijft hij: om de kosmos, om de kernwapens, om het hoogste aantal gevangenen en om het ‘maximaal verkwisten van natuurlijke hulpbronnen [...] Beide landen vervingen de kleine boerderijen door een niet-duurzame en in ecologisch opzicht rampzalige landbouwindustrie die verslaafd is aan fossiele brandstoffen,’ aldus Orlov die wel erkent dat de collectivisering van het boerenbedrijf in de Sovjet-Unie van een andere orde was dan de rationalisering van de agrarische sector in Amerika.

Vooral om deze verkwisting van grondstoffen gaat het hem. Zowel Sovjet-Unie als VS zijn volgens hem slachtoffer van hun onwil om de zogeheten peak oil-curve serieus te nemen. In Amerika was de binnenlandse olieproductie medio jaren zeventig over haar piek heen, in Rusland tien jaar later. ‘Waar de Sovjet- Unie energie moest exporteren om voedsel te kunnen importeren, moet Amerika energie importeren om voedsel te kunnen verbouwen en distribueren.’ Op de lange duur onhoudbaar.

Praktisch als Orlov wil zijn, doemt de vraag op welk systeem het best is voorbereid op de jongste dag als er ‘een nieuw type economie ontstaat dat geheel informeel en vaak tot op zekere hoogte crimineel is’. Met een romantisch patriottische trots kiest Orlov voor Rusland.

In Rusland hadden veel burgers twintig jaar geleden een moestuin, woonden de meeste mensen in een spotgoedkope flat bij een metrostation of bushalte, liepen loodgieters, timmerlui en andere vaklui bij de vleet rond. In Amerika hebben de middenklassers geen idee hoe je een tomaat plant en plukt; wonen de burgers in wijken waar je alleen met een auto kunt komen; spreken ambachtslieden een andere taal dan Engels. En dan zijn culturele verschillen: de oorlogservaring op eigen bodem en het christelijk geloof. ‘Amerika ziet zichzelf als een overwinnaarsland [...] Rusland is een slachtofferland.’ Het calvinistische arbeidsethos zou in Amerika ook een bezwaar kunnen zijn. Apathie is handiger. ‘Een Rus zal, wanneer hij plotseling tot armoede vervalt, minder snel geneigd zijn te denken dat hij uit Gods gratie is verbannen.’

‘Er resten de Verenigde Staten weinig reële opties om het land in een benzineloos tijdperk bij elkaar te houden.’ Orlov zelf heeft de daad bij het woord heeft gevoegd en huis en auto verkocht. Als een gecoiffeerde Walter de Rochebrune probeert hij, op een boot en met een fiets, ‘volledig selfsupporting’ te zijn.

Wat kan de lezer ermee? Weinig. We leven nu eenmaal in een economische zone die door de eeuwen heen meer duurzame welvaart heeft gegeneerd dan de roebel. We zijn gevormd door een vertrouwenwekkend plichtsbesef dat de dag van morgen kansen biedt en niet door een jachtige angst dat de ander alles voor jouw neus wegkaapt. Maar de spiegel van Orlov biedt wel een pijnlijke aanblik. De hysterie van het Angelsaksische model lijkt op het ‘enthousiasme’ van het Sovjetcommunisme. Als het cynisme tijdens de decadentie ook overeenkomstige kenmerken heeft, gaan we hobbelige tijden tegemoet.