Vicieuze cirkel maakt van koersval een echte crisis

Wanneer wordt de waardedaling van de aandelen zichtbaar in de reële economie van productie en consumptie? Zoektocht naar de holy grail. De markt is hypergevoelig voor trends.

De waarde van de aandelen op de internationale effectenbeurzen is sinds het begin van deze maand met 15 tot 20 procent verminderd. Maar vooralsnog heeft dit verlies van 5.000.000.000.000 euro geen invloed op de werkloosheid, productie en consumptie. „De relatie tussen de financiële sector en de reële economie is de holy grail voor macro-economen”, zegt Michiel Bijlsma onderzoeker bij het Centraal Planbureau.

Het uitblijven van directe effecten is niet verwonderlijk, want er zit altijd een tijdspanne tussen de waardedaling en de uiteindelijke gevolgen – zo blijkt uit de ervaringen van vorige crises. Die tijdspanne is wel steeds korter geworden. Deed de postkoets er vroeger een paar dagen over om de beursberichten van de financiële centra te brengen, nu zijn ze continue op de hoogte van de laatste koersbewegingen. De effecten van de financiële crisis zijn ook sneller ‘verwerkt’ in de reële economie.

Financiële crises laten een veel langer en dieper spoor van economische vernieling achter dan gewoonlijk wordt gedacht, zo bleek twee jaar geleden uit een grote studie van de Amerikaanse economen, Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff. De nasleep van financiële crises heeft gemeenschappelijke kenmerken: de huizenprijzen zakken gemiddeld 35 procent over een periode van zes jaar, de aandelenkoersen kelderen gemiddeld 56 procent over een periode van drieënhalf jaar, de werkloosheid stijgt gemiddeld met 7 procentpunt over een periode van bijna vijf jaar, de economie krimpt gemiddeld 9 procent.

De financiële sector vervult in economische crises een intermediaire rol. Een waardedaling van aandelen, obligaties en onroerend goed heeft tot gevolg dat het vermogen van de bank afneemt. Een bank zal daardoor minder leningen verstrekken. Bedrijven kunnen minder investeren, consumenten kunnen minder besteden waardoor de vraag afneemt. Dat heeft weer effect op de banken en zo ontstaat een neerwaartse spiraal. „Dit scenario ontrolde zich na de crisis van 2008”, zegt Michiel Bijlsma. De oorzaak was het faillissement van Lehman Brothers. Door een dalende waarde van de hypothekenportefeuille stortte de aandelenkoers in. De Amerikaanse overheid weigerde om steun te verlenen en de firma die midden negentiende eeuw was opgericht door de geïmmigreerde Duitse broers Henry en Emanuel ging failliet.

Wanneer bedrijven geen krediet meer kunnen krijgen, is een recessie bijna onafwendbaar. „In Nederland is de de kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf al een tijd lang een zorgenkind”, zegt Leendert-Jan Visser directeur van de brancheorganisatie MKB-Nederland. „De huidige financiële ontwikkelingen wakkeren risicomijdend gedrag van banken alleen maar aan, maar we hebben de afgelopen twee weken geen piek gezien in de klachten.”

Een recessie, zo blijkt uit een studie van het National Bureau of Economic Research, een onafhankelijke Amerikaanse denktank, kan ook worden veroorzaakt doordat de bezittingen van een bedrijf minder waard worden. Dat betekent dat het onderpand om te lenen minder wordt, waardoor de investeringen afnemen.

Een derde – belangrijke – oorzaak van een recessie is afnemend vertrouwen. Een nieuwe koelkast wordt niet gekocht, plannen voor investeringen belanden in de ijskast. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat zowel het consumenten als het producentenvertrouwen sinds het begin van dit jaar is gedaald.

Financiële analisten kijken – als maatstaf voor vertrouwen – naar de spread (het verschil) tussen de verschillende rentestanden. Wanneer het verschil tussen de lange rente (staatsobligaties) en de rente op meer risicovolle financiële producten toeneemt, is dat – voor analisten – een teken dat het vertrouwen afneemt.

Een teken van onrust is de ‘nervositeitsindicator’, het verschil tussen bijvoorbeeld de risicovrije ruilrente Eonia (Euro Overnight Index Average) en de driemaands Euribor, het interbancaire rentetarief voor leningen van drie maanden. Het verschil staat op het hoogste niveau in twee jaar. „Dat is redelijk spectaculair te noemen”, zegt hoofd geldmarkten Wim Veraar van ING Investment Management. De internationale financiële markten zijn volgens hem „erg nerveus” en „weinig volwassen”. Ruim dertig jaar handelt hij in geld en signaleert dat de markt „hypergevoelig” is voor trends. „Cijfers lijken minder belangrijk dan geruchten”, zegt hij. Als voorbeeld noemt hij het gerucht dat na de Verenigde Staten ook Frankrijk de AAA-status zou verliezen. „Direct zie je de koersen van de aandelen van de Franse banken kelderen – en op basis van wat”, vraagt Veraar zich af en geeft zelf het antwoord: „een gerucht”.

Ook wordt de beweeglijkheid (volatiliteit) van de beurs beschouwd als een barometer voor een recessie. De zogenoemde VIX-index wordt sinds de introductie in 1993 beschouwd als de beste beursbarometer; het waardeverlies op de internationale aandelenbeurzen van 5.000 miljard euro ging gepaard met een sterke stijging van de fear index.

    • Cees Banning