Verbod op shortselling in vier EU-landen - ‘effectiviteit nooit bewezen’

A trader stands in front of screens at the bourse in Madrid, in this August 9, 2011 file picture. Global stock markets tumbled this week as a downgrade of top credit rating in the United States compounded concerns about a slowing U.S. economy and worries about euro zone banks exposed to the region's sovereign debt problems. In volatile trading, investors rushed to safe-haven assets such as top-rated government bonds, the Swiss franc and the yen as fears intensified that the latest market rout may become trigger systemic risks similar to the ones seen in 2007 and 2008, at the height of the global credit crisis. Gold, one of the top safe-haven assets, rallied above $1,800 an ounce for the first time in its history. The benchmark equity index fell to its lowest in 11 months, briefly slipping into a bear market territory by falling more than 20 percent since its three-year high. REUTERS/Andrea Comas/Files (SPAIN - Tags: BUSINESS) Een handelaar kijkt nerveus naar de schermen op de beursvloer in Madrid. Foto Reuters / Andrea Comas

In Italië, Spanje, Frankrijk en België geldt sinds vandaag een tijdelijk verbod op shortselling. Dat maakte de Europese marktautoriteit ESMA gisteravond bekend.

De maatregel moet de rust op de financiële markten herstellen, maar de effectiviteit wordt door handelaars betwist.

Bij shortselling worden geleende aandelen verkocht en later tegen een lagere koers weer opgekocht en teruggegeven aan de eigenaar.

De Autoriteit Financiële Markten ziet voorlopig geen noodzaak om shortselling op de Nederlandse markt te verbieden. De financiële toezichthouder nam die beslissing na overleg met andere beurstoezichthouders in Europa binnen de ESMA. Wel moeten al sinds 2009 netto short-posities van meer dan 0,25 procent worden gemeld.

Onze financieel redacteur Melle Garschagen over shortselling:

“Speculeren op koersdalingen heeft altijd een versterkend effect. Tijdens onrust op de markten is de tendens om het shortsellen te verbieden. Maar eigenlijk is het een normaal handelsmechanisme. Verliezen blijven beperkt, omdat beleggers met de winst die ze maken ook weer opnieuw kunnen investeren. Als de verliezen op de beurs oplopen is er vaak een roep om shortsellen te verbieden. Dat zag je ook tijdens de crisis van 2008. Zodra koersen weer stijgen verstomt de roep om een verbod. Het is ook nooit echt bewezen dat een verbod zin heeft. Daarom is het toch een beetje een oeverloze discussie.

Anderzijds slaan door shortsellen de verliezen naar beneden groter uit omdat partijen gaan speculeren op koersdalingen. Toezichthouders zijn er beducht voor als beleggers massaal short gaan en de markten met geruchten worden gevoed. Maar de vraag is of er een verband bestaat tussen de twee. Dat kan eigenlijk nooit worden bewezen. Beide zijn bijverschijnselen van paniek en angst.” - Melle Garschagen, NRC

Wat is shortsellen?

Beleggers kunnen op twee manieren geld verdienen op de beurs. Ze kunnen long gaan. Ze kopen dan een aandeel met de verwachting dat het in waarde stijgt. Je koopt op 1 januari een aandeel voor 50 euro en verkoopt op 1 mei voor 56 euro. Simpel. Als beleggers short gaan verwachten ze dat een aandeel waarde zal verliezen. Hoe dat werkt? Je leent het aandeel van het bedrijf waar je short in wil gaan. Dat doe je van een andere bank of belegger. Je verkoopt de aandelen meteen door voor de waarde van dat moment, met de belofte dat je ze mag terugkopen als ze dalen en een afgesproken waarde hebben bereikt. Je maakt winst want je hebt de aandelen tegen een hogere waarde verkocht (zeg 70) dan je ze hebt teruggekocht (zeg 55). Je hebt dan 15 euro winst. Trek daar nog eens 3 euro van af omdat je ”huur” moet betalen aan de echte eigenaar van de aandelen.

Melle Garschagen:

“Het is riskant want als de aandelen niet dalen maar stijgen moet je op een gegeven moment op de markt toch de aandelen kopen om ze terug te kunnen geven aan de belegger van wie je ze geleend hebt.”

    • Marije Willems