Van hemel tot ondergang

Sommige steden blijven hetzelfde. Zo niet Berlijn in de film. De Wilhelm-, Weimar- en nazistad, de stad verwoest, verdeeld en herenigd; het is telkens weer iets anders.Berlijn is de eerste metropool die werkelijk de hoofdrolspeler in zijn eigen film was. Dat gebeurde in Berlin: Die Sinfonie der Grosstadt uit 1927. Een dag uit het leven van Berlijn: een ritmisch gemonteerde beeldcompositie van donker en licht, krioelende straten en open klappende luiken, fabrieksfluiten en prikklokken.

Dat zo’n grote stad compleet ten prooi kan vallen aan paniek, liet genie Fritz Lang zien in M – Eine Stadt sucht einen Mörder, volgens sommigen de eerste film noir. Berlijn is in de greep van een seriemoordenaar die het op kleine kinderen heeft voorzien – de doorbraak van acteur Peter Lorre. Er hing in 1931 kennelijk iets macabers in de lucht.

Niet lang daarna ging het licht uit. Niks Fassbinder, willen we genieten van de laatste ademteugen van het dynamische, perverse Berlijn van de Weimarrepubliek, dan kijken we gewoon naar Cabaret, de filmhit van 1972 waarin Liza Minelli pikante liedjes zingt en Michael York als homoseksuele schrijver Isherwood laveert tussen paupers, communisten en nazi’s.

De nazi’s wonnen, en dit krijg je ervan: in de neorealistische klassieker Germania anno zero (1948) toont Roberto Rosselini hoe de Berlijners na de oorlog in de puinvelden van hun trotse stad rondscharrelen. De val van Berlijn zelf werd in 2004 briljant in beeld gebracht in Der Untergang: Bruno Ganz als raaskallende Führer in de bunker blijft een hit op internet.

Waarna de stad 44 jaar frontstad in de Koude Oorlog is, doorsneden door de Muur. De etalage van het westen? Junkiefilm Christiane F. (1981) toont een desolate, verminkte stadsjungle, nog fraaier wordt die in beeld gebracht in Der Himmel über Berlin (1987) van Wim Wenders. De zwart-witcamera dwarrelt door de stad en door de gedeprimeerde gedachten van zijn bewoners – met ook toen Bruno Ganz, maar nu als engel.

Dat was nog aan de goede kant van de Muur: het troosteloze, paranoïde leven in het Oost-Berlijn van Honecker en de Stasi treft Das Leben der Anderen (2006). Maar voor ‘Ossies’ is dat Oost-Berlijn toch iets om vertederd op terug te kijken, getuige de komedie Good Bye Lenin! (2003)

Tom Tykwer liet de roodharige Lola al door Berlijn hollen om het lot te doen kantelen in Lola Rennt (1998), in de relatiefilm Drei (2011) toont hij het nieuwe Berlijn zoals een gecultiveerde Berlijner de stad beleeft. Geen Brandenburger Tor, maar de buurtkroeg en het afgetrapte voetbalveldje om de hoek. En, liefdevol, de musea, theaters, bioscopen en een drijvende bak in de Spree dat een zwembad blijkt te zijn.

En James Bond? Zijn bezoek aan Berlijn is ronduit genant: als clown infiltreert hij in 1983 in Octopussy een circus in Oost-Berlijn. 007 onwaardig.

    • Coen van Zwol