Van bijstand naar baan

Ferme taal van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de VVD’er Paul de Krom. De helft van de mensen die nu in de bijstand zitten, kan aan het werk, zei hij in een vraaggesprek met het persbureau ANP. Dat wil zeggen, volgens De Krom: 150.000 à 200.000 bijstandsgerechtigden. Hij schudde ook nog andere cijfers uit de mouw: van de 1,2 miljoen Nederlanders met een uitkering, kan „een kleine half miljoen mensen” wel werken.

Het is niet duidelijk op welke tellingen De Krom zich baseert, maar als hij gelijk heeft, is één probleem dus zo opgelost: de 135.000 vacatures die nu op de arbeidsmarkt openstaan.

Was het maar waar. Te vrezen valt dat de werkelijkheid een stuk weerbarstiger is dan deze rekenkundige waarheden. De realiteit in de spreekkamers van de gemeentelijke sociale diensten is een andere dan de theoretische waarnemingen in een werkkamer op het ministerie. In die spreekkamers komen cliënten met dusdanige beperkingen aan tafel dat geen werkgever erover piekert om hen die vacatures te laten opvullen.

Vanzelfsprekend heeft de staatssecretaris gelijk met zijn opvatting dat iedereen die kan werken dat ook moet doen. Verscheidene bewindspersonen op Sociale Zaken, van uiteenlopende politieke kleuren, gingen hem hierin al voor. Ook zal niemand tegenspreken dat misbruik van de sociale zekerheid moet worden tegengegaan.

In het voorstel tot wijziging van de Wet werk en bijstand, dat De Krom in juni naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, zit een aantal zinvolle voornemens. Bijvoorbeeld dat voorkomen moet worden dat een uitkering hoger uitpakt dan het minimumloon, iets wat door enkele fiscale mechanismen dreigt te gebeuren. De staatssecretaris scherpt het beleid voor jongeren tot 27 jaar, al ingezet door een van zijn voorgangers, de PvdA’er Ahmed Aboutaleb, nog wat aan.

Ook wenst hij dat uitkeringsgerechtigden een „tegenprestatie” leveren voor hun bijstand, zonder dat die hun kansen op werk beperkt. Daar is veel voor te zeggen, en het klinkt als ‘Melkertbanen’, maar dat bedoelt De Krom niet. Het moet gaan om werkzaamheden die nuttig zijn maar die op de reguliere arbeidsmarkt niet worden verricht. Dat roept de vraag op waarom hier dan geen gewone arbeidsplaatsen van worden gemaakt die bijvoorbeeld met het minimumloon worden betaald.

Dat is het manco in de voorstellen van De Krom. Hij neemt diverse maatregelen die tot versobering van de bijstand leiden. Maar hij laat het probleem dat er een kloof bestaat tussen de kwaliteiten van veel uitkeringsgerechtigden en de behoeften op de arbeidsmarkt onopgelost.