Turkije Prille vriendschap verstoord

De protesten van de afgelopen vijf maanden hebben een ontluikende vriendschap tussen Turkije en Syrië in de kiem gesmoord. Ze waren nog maar net over hun koudeoorlogsdenken heen, waarin Turkije de Amerikaanse belangen diende en Syrië die van de Russische broodheer. Terwijl eind jaren negentig Turkije en Syrië op voet van oorlog met elkaar verkeerden, schaften ze in de afgelopen twee jaar de visumplicht af, en maakten ze aanstalten om de landmijnen langs de 850 kilometer gezamenlijke grens te ruimen en zelfs gezamenlijke militaire oefeningen te houden. Dit was het eigenwijze antwoord van de Turken op het schurkenstaatstempel dat George W. Bush Syrië gaf.

Zo werd het buitensporige geweld waarmee de Syrische regering nu het protest in eigen land neerslaat gezichtsverlies voor de Turken. Met de harde veroordelingen van de afgelopen dagen probeert Ankara dat gezichtsverlies te maskeren. Ankara wil Assad kalmeren, desnoods hervormen, maar niet torpederen. Zeker niet zolang onduidelijk blijft wat de Turken terugkrijgen voor de val van Assad. Erdogan omschreef de onrust in Syrië als een „interne aangelegenheid”, een Turks probleem. Dat is het ook. De strafcampagnes van de Syrische troepen in het noorden van het land dreven duizenden Syrische vluchtelingen over de Turkse grens. De Syrische tanks kwamen zo dichtbij dat ze onder schootsafstand van de Turkse grenswachten reden. Damascus tergt de Turken.

Het antwoord van Ankara is tweesporig. De regering laat oogluikend toe dat Syrische oppositiegroeperingen op Turks grondgebied ruzie met elkaar maken over Syrië na Assad. En de regering stuurt zijn minister van Buitenlandse Zaken naar Damascus om Assad nog een keer te waarschuwen en te vragen het geweld tegen zijn demonstranten te staken.

De oppositie beschuldigde de Turkse premier de afgelopen dagen te veel naar het pijpen van de Amerikanen te dansen in zijn kritiek op Damascus. De waarheid is dat de Turken net zomin iets willen of kunnen doen aan het geweld in Syrië als de Amerikanen.

Bram Vermeulen