Tuin niet aangeharkt? Uitkering kwijt

Met een reeks maatregelen wil Boedapest misbruik van sociale zekerheid en de werkloosheid aanpakken.

Zoals veel Hongaarse dorpen en steden heeft Jobbágyi begin dit jaar de gemeenteverordening aangepast. Erven en huizen dienen er netjes bij te liggen, anders mag de sociale dienst de bijstandsuitkering van de bewoners intrekken.

Gemeentesecretaris Renáta Tóth gaat thuis controleren. „Ik kijk bijvoorbeeld of er binnen een vuilnisbak is”, licht ze toe. „En hoe het sanitair erbij ligt.” 2011 is een overgangsjaar. Mensen krijgen een waarschuwing, ze worden nog niet gekort.

De tachtig werklozen in Jobbágyi, een dorp in het noordoosten van Hongarije met 2.200 inwoners, zijn met een aangeharkte tuin nog niet uit de gevarenzone. De regering heeft niet misbruik van de sociale zekerheid de oorlog verklaard, maar ook de werkloosheid zelf. Wie dit jaar minder dan een maand heeft gewerkt, krijgt volgend jaar geen uitkering. Het dorp probeert koortsachtig het werk voor de plantsoenendienst en de vuilnisophaal over zoveel mogelijk werklozen te spreiden om een armoedeval te voorkomen. Een administratieve ramp, vertelt Tóth kalmpjes, maar het is gelukt vijftig van de tachtig mensen in 2011 voor een maand werk in te roosteren.

De nationale regering werkt intussen aan een plan voor grootschalige werkverschaffing. Om werk voor tienduizenden mensen te creëren is het de bedoeling grote publieke werken, zoals sportstadions, kanalen en dijken, met de hand in plaats van machines te bouwen. Als een werkplek op minder dan drie uur reizen ligt, geldt het aanbod als ‘passende arbeid’ en moet dat worden geaccepteerd, anders stopt de maandelijkse uitkering van ongeveer honderd euro. De overheid regelt busvervoer en slaapplekken in containers.

Minister van Binnenlandse Zaken Sándor Pintér wil politieagenten – een op vier arbeiders - voor ‘instructies, aanwijzingen en organisatie’ laten zorgen. Er is een overschot aan politie sinds hun vervroegde pensioen is geschrapt.

Voor veel Hongaren klinken de plannen voor werkverschaffing als het scenario van een B-film, dat herinneringen oproept aan vroeger, het communisme.

„In de jaren vijftig en zestig was het net zo”, zegt Robert Mezei in Jobbágyi. Ten tijde van de collectivisering en industrialisering hadden arbeiders allemaal werk, maar viel er ook weinig te kiezen. Hij is 50, werkloos en heeft zes kinderen, drie zijn al het huis uit. Op zijn fiets zit een mand met rozenbottels en paddenstoelen uit het bos, die hij probeert te verkopen. Als puntje bij paaltje komt gaat hij wel, zegt hij. De lage uitkering is nog altijd beter dan ‘helemaal geen toekomst’.

Tóth van de gemeente ziet om andere redenen weinig in het plan uit Boedapest. Hoe bouw je een stadion, vraagt ze, met mensen die nooit een vak hebben geleerd?