Triptiek van de tijd

In de bespreking van mijn boek Triptiek van de tijd (Boeken, 29-07-11) creëert Ger Groot een paar misverstanden die ik graag uit de weg wil ruimen. Allereerst is de opzet van Triptiek als leerboek nooit veranderd, zoals Groot suggereert. Het wordt zelfs als zodanig gebruikt aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en de Hogeschool Amsterdam. Vervolgens stelt Groot dat ‘zodra […] concrete historici […] aan de orde komen […] de drie vormen van geschiedschrijving op een bijna onontwarbare manier door elkaar heen lopen’. Als voorbeeld geeft hij mijn analyse van de drie leeswijzen bij Braudel. Hij vermeldt er niet bij dat Braudel de uitzondering is die de regel bevestigt. Bij de meeste van de door mij besproken historici is juist slechts één van de drie benaderingswijzen aanwezig. Zo onontwarbaar is de door mij aangebrachte ordening dus zeker niet. Verder zijn de filosofen die ik bespreek geen uitstapjes, maar ze vormen een integraal onderdeel van de drie benaderingswijzen. Zonder hen is het ontstaan en de werking van de politiek-interpreterende, de maatschappij-explorerende en de cultuur-representerende benadering niet te begrijpen. Groot heeft tenslotte de kern van het boek gemist: geschiedenis is weliswaar een vak in drievoud, maar binnen elk van de drie benaderingswijzen is er een eenheid van ontstaan, filosofisch perspectief, wetenschappelijke argumentatie, en specifieke esthetiek. Ik denk dat dit een compleet nieuwe visie op het vak geschiedenis betekent.

Harry Jansen, Nijmegen

    • Harry Jansen