Recht voor zijn raap kan rechter

Theo Wesselo is kunstenaar en zanger van de band Hausmagger.

Hij wil in alles graag de beste zijn, ook in het stoppen met drank en drugs.

zin foto 12 augustus 2011 nrc.next journalist Marthe

FUCK staat in vette kapitalen op de buik van Theo Wesselo getatoeëerd. Het is zijn nieuwste gedicht, getiteld Shit. „Een gedicht voor doven en slechtzienden. Gesubsidieerd”, zegt Wesselo, kunstenaar, ex-Rembo en zanger van de ‘Hollandstalige Shit-Band’ Hausmagger, terwijl hij zijn blouse weer dicht knoopt. We zitten op de woonboot van een goede vriend, hartje Amsterdam.

Verwacht van Theo – „ik heet eigenlijk Peter” – geen wijsheden of algemene uitspraken. „Ik heb alleen een bepaald gevoel over iets. Als ik wat over mezelf zeg is het meteen zo concreet. Plaats ik mezelf in een hokje. Ik verras liever.”

Door zo’n royale tatoeage te laten zetten bijvoorbeeld. „Nu ik geen excessen meer heb met drank en drugs moet ik ergens anders mijn kick uithalen. Zelfs de gasten van de tattoo-shop vonden dat het niet kon, ik wist zelf ook dat het niet kon. Maar juist daarom.”

Begin van dit jaar zat Wesselo drie weken in een afkickkliniek in Schotland – „Castle Crack in Shotland.” Sindsdien is hij clean, zes maanden nu. „Ik wil altijd de beste zijn. Dus ook met het naar de klote gaan. Totdat dat saai en vervelend begon te worden. Nu wil ik de beste worden in het stoppen.”

Wat levert dat extreme gedrag u op?

„Creatief gezien heeft het me veel opgeleverd, ik heb bijvoorbeeld nooit tv-programma’s gemaakt waar ik spijt van heb. Ik ben met ruzie weggegaan bij de VPRO, maar ook daar heb ik geen spijt van omdat ik trouw ben gebleven aan mijn eigen smaak.”

Met drank en drugs.

„Ja, elke seconde, of je nou dronken bent of stoned, draagt bij aan je leven. Op zichzelf vind ik drank en drugs ook niet negatief, ze verbreden je persoonlijkheid. Maar nu wil ik alles ook wel weer eens clean zien, ben 47, op de helft van mijn leven. En mijn kinderen zeiden er niks van, maar die roken het natuurlijk wel als ze bij mij waren. Dat is niet oké.”

Hoe gaat het nu zonder?

„Zo goed dat ik het nog steeds niet doe. Ik haal veel kracht uit de strijd om eraf te blijven. Net als met roken: ik rookte drie pakjes per dag. Ben ik van de ene op de andere dag mee gestopt, met de belofte dat ik mijn pink eraf zou hakken als ik weer een sigaret aan zou raken. Zou ik ook echt hebben gedaan.”

Wat is de inspiratie voor uw teksten?

„Ach, ik schrijf de teksten en de muziek. Het nummer Dank je wel bedacht ik omdat ik het leuk vond om een liedje te maken waarmee je ‘Dank je wel’ kunt zeggen. Gozer ontstond uit een gedicht – een gesprek tussen mij en god, waarin ik schrijf dat ik denk dat hij een mietje is, en dat ‘ie maar beter niet naar beneden kan komen omdat ik hem anders de tering zal slaan. Als je klein bent dan heb je een bepaald beeld over hoe je zou willen worden. ”

Dus de tekst gaat over opgroeien, de behoefte aan een ideaalbeeld als kind?

„En ook weer nergens over. Als ik het opschrijf, geloof ik het al niet meer. Ik zeg wel eens dat ik de teksten heb geschreven toen ik negen was. En dat is eigenlijk ook zo, sommige flarden komen nog van toen ik heel jong was. Uit oude schetsboeken, vol met onzin haal ik soms een mooi stukkie tekst. Daar bouw ik dan iets omheen.”

En als de inspiratie weg is...

„Dan gebeurt er niets. Vroeger haalde ik mijn energie uit drank of pep, dus dat is nu even moeilijk. Maar ik heb zo veel ideeën dat ik nog wel drie levens voort kan. Soms blader ik door mijn oude opschrijfboekjes, en dan weet ik het weer. Het gaat gewoon door. Over tien jaar lees ik weer wat ik nu heb opgeschreven.”

Kunt u iets voorlezen uit die oude opschrijfboekjes?

„Hier, uit 2009. ‘Dingen voor in de groep: ik vind dat je minder belasting hoeft te betalen wanneer je in een arme kutbuurt woont dan wanneer je in een rijke kutbuurt woont.’ Vind ik echt. Of: ‘Met het oog op de ondergang van de wereld zou ik mijn zakgeld als kind in een keer aan mijn ouders vragen.’”

Wesselo schuift onrustig heen en weer. „Het is allemaal zo serieus wat ik zeg. Dat gaat vanzelf. Terwijl eigenlijk...”

... Wilt u overal de spot mee drijven.

„Kijk, die nummers en de gedichten moeten gewoon goed zijn. Voor de rest geldt dat het allerslechtste wat je kunt doen is jezelf serieus nemen. Daar kan ik me het meest aan ergeren bij anderen, en het hardst om lachen. De beste humor ontstaat ook wanneer iemand zichzelf straal voor lul durft te zetten. Hoe dieper je gaat, hoe beter de humor.”

Moet alles wat u doet grappig zijn?

„Op het toneel wel ja. Met een diep gevoel hoef je niet aan te komen. Waarom zou je? Ik heb het wel eens geprobeerd, een dieper gedicht voordragen. Dat werkt niet omdat het voor verwarring zorgt. Mensen verwachten wat anders. Nog een voorbeeld: toen ik laatst een meisje vroeg of ze met me wilde trouwen, antwoordde ze niet eens. (...) Eigenlijk niet zo’n goed voorbeeld. Wat ik bedoel is dat altijd als ik iets serieus zeg, er een streepje stilte valt. Mensen weten niet of ik het nou meen. Alles wat ik zeg is misschien wel met een knipoog. Maar ik lieg nooit.”

Vinden mensen ook raar waarschijnlijk.

„Ze zeggen dat Rotterdammers recht voor hun raap zijn, maar ik vind dat het altijd nog iets rechter kan. En dan wordt het pijnlijk. Ik kan me vaak niet inhouden, ook al zorgt het voor problemen.”

Dan is humor misschien wel uw redding.

„Ik kan zeggen wat ik wil, met humor, zonder dat andere mensen weten wat ik eigenlijk gezegd heb. Want ik heb niet zo’n hoge pet op van de meeste mensen, juist omdat ze zichzelf zo serieus nemen.”

Wat is uw hoogst bereikbare doel?

„Er zijn dingen die ik nog niet gedaan heb en die ik nog wil doen. Maar het is niet zo dat het mijn natte droom is om bijvoorbeeld op nummer één van de hitparade te staan. Dat zou veranderen in een frustratie. Ik weet dat ik dingen heb gemaakt die goed zijn, maar die niet als zodanig worden herkend. Ze weten niet beter, denk ik dan. Bovendien: het moment dat mensen jou goed vinden, is het de standaard geworden. Zodra Hausmagger gemeengoed is geworden, ben ik vertrokken.”

Is optreden nu nog leuk?

„Ik voel een enorm geluk wanneer het bijna afgelopen is. Het moet allemaal goed gaan, ik ben heel kritisch. Heel belangrijk bijvoorbeeld dat ik de goede broek aan heb. Een soort faalangst is het. Maar dan wel positieve hè.”

Kleeft het Rembo-imago nog aan u?

„Denk het niet, er zit inmiddels wel genoeg tijd tussen. Maar beter ook. De schilderijen van Jeroen Krabbé werden gewaardeerd omdat ze van Jeroen Krabbé waren. Mijn schilderijen moeten gewoon goed zijn. Het helpt dat mijn werk niet esthetisch is, je zegt niet: hee, dat is mooi! Je moet goed kijken om te beoordelen of het goed is.”

Hoe zou u herinnerd willen worden?

„Dat weet ik niet hoor. Dat is zo’n vraag, alles wat je daarop antwoordt is belachelijk... Als een veelzijdige klootzak. Schrijf dat maar op.”

Theo Wesselo speelt vanavond met Hausmagger op De Parade in Eindhoven en op 15 augustus op De Parade in Amsterdam.