Pronkstukken uit de rijke Sovjettijd

In het sportmuseum in het Moskouse Loezjniki-stadion herleven oude Sovjettijden. Toen wisten Russische atleten nog wat winnen was. Het was hoogstaande eenheidsworst.

Op sportgebied was alles beter in de Sovjet-Unie. Dat bleek ook tijdens de afgelopen Winterspelen van 2010 in Vancouver. De Russische atleten wonnen zo weinig gouden medailles, dat premier Poetin zijn woede niet kon verbergen en fel uitviel tegen zowel de minister van Sport als het Russisch olympisch comité. Zelfs bij het kunstrijden geen medaille, voor het eerst sinds 1964.

In het Sportmuseum in de gewelven van het Loezjniki-stadion is van die recente nederlagen niets te merken. Ook niet van de Moskouse variant van het Heizeldrama: tijdens een Europa-Cupwedstrijd in 1982 tussen Spartak en Haarlem kwam tientallen dan wel honderden (de lezingen lopen nogal uiteen) Russische supporters in het gedrang bij een uitgang van het stadion om het leven. In het museum zien we er niets van terug.

De Winterspelen van 2010 hebben ook geen plaats gekregen. Alles is gericht op de Sovjet-Unie, toen sport nog een bron van nationale trots was, een uiting van de juistheid van het communistische systeem dat betere mensen zou voortbrengen.

Het kleine museum bestaat uit enkele lange gangen met vitrines. Tussen die vitrines in liggen dikke, in plexiglas gevatte boekbladen die het het overwinningsverhaal vertellen.

Dat begint in de zeventiende eeuw, als de legendarische generaal Soevorov zijn manschappen gaat trainen, zodat hun kracht en uithoudingsvermogen op het slagveld toenemen. Worstelen, boksen en gewichtheffen komen in de mode.

In de loop van de negentiende eeuw wordt er ineens gefietst en komen de sportsociologen en -theoretici op. Die eerste fiets staat in het museum tussen de gordijnen.

Op de Spelen van 1908 in Londen behaalt de eerste Rus, kunstschaatser Nikolaj Panin, een gouden medaille. Voor hem is dan ook veel aandacht. Sport was in zijn tijd nog iets voor heren. Panin was een student wiskunde aan de Universiteit van Sint-Petersburg, die zich op veel sportgebieden liet gelden, zoals roeien, fietsen, atletiek en pistoolschieten. Hij was een held, die tot aan zijn dood in 1956 vereerd zou worden.

In een land waar het maandenlang sneeuwt en vriest is het logisch dat een sportmuseum veel aandacht schenkt aan de wintersporten. Schaatsen en ijshockey, daarin blonken de Russen uit. Vitrines vol schaatsen, skiattributen en ijshockeysticks vullen dan ook de ruimte.

Een ereplaats wordt ingenomen door zwemster Ludmila Vtorova, die in de jaren twintig en dertig op zwemwedstrijden in binnen- en buitenland won, maar nog bekender werd als model van de modernistische Sovjetschilder Aleksandr Deyneka. Van haar heeft het museum krantenknipsels verzameld, die haar levensverhaal vertellen.

Het museum is een verzameling verhalen van bijzondere mensen. Van keurige, goed opgeleide en welgemanierde burgers van voor de revolutie tot sterke, getalenteerde boeren en arbeiders uit de Sovjet-Unie. Een mooie levensgeschiedenis is die van de geleerde bokser Evgeni Ogurenkov, die meer dan tachtig boeken over zijn sport schreef.

De Sovjet-Unie exporteerde haar opvattingen over sport naar al haar vazalstaten in Oost-Europa. Daardoor ontstond in die landen een soort kopie van het leven in de Sovjet-Unie. Zo verschilden Oost-Duitse sporters in uiterlijk, techniek en snelheid niet van hun Russische collega’s. Het was kwalitatief hoogstaande eenheidsworst. Het museum laat dat heel goed zien aan de hand van foto’s van atletiekwedstrijden in Katowice en Boedapest.

De basis voor de opvatting dat sport belangrijk was voor de realisering van het socialisme was de lichamelijke opvoeding voor de jeugd die niet vroeg genoeg kon beginnen. In een aparte vitrine liggen mooie foto’s van jonge vrouwen die gymnastiek beoefenen in lange rokken in de Moskouse Leninheuvels. Ook zijn er instructieboekjes te zien voor beginnende sporters. Hun vormgeving is vaak ronduit ontroerend. Titels als ‘Het sportveld op de kolchoz’ of ‘Schaatsen en sleetjerijden voor kinderen’ doen bijna een nostalgisch verlangen in je opkomen naar een tijd waarin de Russische sport alom zegevierde.