Nostalgie naar de prairies

Willa Cather, American author and 1923 Pulitzer Prize winner, is seen in this photo from November 1937. (AP Photo) ASSOCIATED PRESS

Willa Cather: Een verloren vrouw. Vertaald door Gerda Baardman. Cossee, 158 blz. €19,90

Een verloren vrouw is de vijfde roman van de Amerikaanse auteur Willa Cather (1873- 1947). Het verscheen in 1923 en onlangs heeft Gerda Baardman daar een keurige, nieuwe Nederlandse vertaling van gemaakt – J. van Schaik-Willing vertaalde het boek eerder in 1927.

Het verhaal speelt zich af in het fictionele dorp Sweet Water op de prairie van Nebraska, vroeg in de 20ste eeuw. Dat een roman met een dergelijke setting ons na al die jaren bereikt moet iets zeggen over de kwaliteit ervan, of over de huidige tijd die er wellicht in te herkennen valt.

Om met dat tweede punt te beginnen, de destructieve krachten van een cynisch kapitalisme zijn volop aanwezig in het boek. Huize Forrester, waar de oude pionier enkapitein Forrester woont met zijn jonge trophy wife Marian, raakt in verval. Forrester heeft na een recessie de klanten van de bank die hij bestuurt, schadeloos gesteld met zijn eigen geld. Zijn zakenpartners, ‘doortastende jonge mannen’, houden hun geld liever in hun zak en leven voort in welvaart.

Et voilà – Een verloren vrouw is klaar voor overheveling naar onze tijd. En wat te vinden van deze zin, iets over de helft van het boek: ‘In mijn tijd was het verschil tussen een zakenman en een schurk groter dan dat tussen een blanke en een neger.’ Cather voert een nostalgie op naar een era toen zakenlui nog gentlemen waren en het land en de zeden intact lieten, niet die gewetenloze profijtzoekers die later kwamen. ‘Zij zouden de luchtspiegeling leegzuigen, de ochtendlijke frisheid verdrijven, de grote alomtegenwoordige geest van vrijheid, de genereuze, ontspannen levenswijze van die eerste grondbezitters uitroeien.’

Vrijgezellenbestaan

Onze tijd kan Cathers nostalgie naar een nobeler verleden van zakendoen niet meer claimen. Dat is het risico van dergelijke sentimenten, wie verder durft te kijken dan zijn eigen beperkte herinneringen zal altijd op stemmen stuiten die in eerdere werelden hetzelfde belijden. Het verleden dat wij verheerlijken was ooit het heden dat onze voorouders verfoeiden.

Cather presenteert Een verloren vrouw als een herinnering van Niel Herbert, ‘een rijzige, vastberaden jongeman’, maar ook ‘een tikje koel’. Hij raakt bevangen door Marian Forrester, de ‘verloren vrouw’ uit de titel, overigens op een niet-seksuele manier. Het is moeilijk te peilen wat Niel nu werkelijk voor Marian voelt. ‘Niel, die zo tevreden was met zijn vrijgezellenbestaan en besloten had nooit in een huis te wonen dat door een vrouw werd bestierd.’ Hij lijkt niet verliefd op haar, hij bewondert haar charme en haar moed, die zich volgens hem uit in haar huwelijk met de oude pionier.

Marian behandelt Niel als een goede vriend, als haar kind: ‘Ze tilde zijn kin op met haar hand, alsof hij nog een jongetje was.’ Wanneer Niel haar ontrouw ontdekt komt hij niet verder dan de gedachte dat Marian ‘geen morele overtuiging had geschoffeerd, maar een esthetisch ideaal.’ Wellicht begrijpelijk voor de koele Niel, maar voor de lezer een te afstandelijke, onbevredigende uitleg.

Willa Cather zou latere schrijvers als F. Scott Fitzgerald (1896-1940) en Alice Munro (1931) hebben beïnvloed. Niel Herbert zou zomaar een voorloper kunnen zijn van de verteller van The Great Gatsby (1925), Nick Carraway. Maar waar Niel Herberts kleurloosheid overslaat op de gebeurtenissen die hij beschrijft, is Fitzgeralds techniek voor het creëren van een afstandelijke verteller meer verfijnd. Zijn Carraway bezit net die effectieve mix van afstand en intimiteit, dat evenwicht tussen spot en empathie. Niel Herbert is een gedachte- experiment, Nick Carraway is een Mensch.

IJskoude jurist

Niet alleen Niel voelt als een weinig dynamische stijlfiguur, ook andere personages in de roman blijven steken in sjablonen. Kapitein Forrester is zo groothartig en nobel dat het pijn doet. Zijn tegenstrever, de ijskoude jurist en zakenman Ivy Peters is al even eendimensionaal in zijn gewetenloosheid. De eenduidigheid van het boek resulteert bovendien in een moedeloze, klagerige toon. Zo schrijft Cather over huize Forrester: ‘Zonder de wingerd en de struiken zou het huis waarschijnlijk tamelijk lelijk zijn geweest.’ Even later nog een sombere dreun: ‘De wereld zag er voor jonge mensen in die tijd niet al te vrolijk uit.’ En alles speelt zich af in ‘het moedeloze Sweet Water.’

Gelukkig is Marian Forrester daar om de roman nog wat te redden. Zij is het enige complexe personage. Toevallig herlees ik nu een biografie van de acteur Richard Burton (Rich: The Life of Richard Burton, Melvyn Bragg, 1988) en bij Marian Forrester moest ik steeds aan Burtons grote liefde, de in maart overleden Elizabeth Taylor denken.

Diezelfde combinatie van charme en reserve, van warmte en kilte, even verheven als ordinair, evenveel delen dader als slachtoffer. Het is jammer dat het Cather aan empathie en literaire middelen lijkt te ontbreken om deze vrouw dichterbij te brengen. Te vaak moet mevrouw Forrester ‘ernstig en smekend’ kijken en ‘wild, handenwringend’ praten. Marian blijft hierdoor te veel een schim, haar personage een intrigerende belofte.

    • Gustaaf Peek