Nog één keer: de democratie komt niet uit Griekenland

Anton van Hooff: Athene. Het leven van de eerste democratie. Ambo/Anthos, 280 blz. €24,95

In augustus of september 490 voor Christus versloegen de Atheners een Perzische invasiemacht, die de verdreven Atheense alleenheerser Hippias terug moest brengen. Met hun zege garandeerden de Atheners het overleven van het staatsbestel dat na de verdrijving van Hippias was ontstaan: de democratie. De slag bij Marathon is met recht belangrijk voor de geschiedenis van het oude Griekenland, en het 2500-jarig jubileum werd vorig jaar gevierd met onder meer een oudheidkundig congres en een wandeltocht over het slagveld.

De gebeurtenis wordt dit najaar opnieuw herdacht. Wie mocht denken dat het doublet dient om het uitzonderlijke belang van Marathon te onderstrepen, heeft het echter mis: de herdenkingen van 2010 vonden plaats omdat sommige betrokkenen over het hoofd hadden gezien dat er geen jaar nul is geweest. Ze hadden de vlag een jaar te vroeg uitgehangen.

Toch zou ‘Marathon’ best tweemaal herdacht mogen zijn. De plaats is een Europese lieu de mémoire, waaraan in de 19de eeuw nogal wat legendes zijn opgehangen. De beruchtste daarvan is dat ook onze democratie stamt uit Athene.

De Nijmeegse oudhistoricus Anton van Hooff prikt meteen door deze legende heen in de inleiding van Athene. Het leven van de eerste democratie. ‘Pas toen Groot-Brittannië zich in Athene als zeemacht herkende en door de verlaging van de census als een democratie,’ schrijft hij, ‘werd Athene politiek een voorbeeld.’ Ook in het slotwoord hamert hij erop: ‘de oudheid heeft nooit meer een echte volksmacht meegemaakt. Meer dan twee millennia zouden voorbijgaan voordat opnieuw de massa van het volk deel kreeg aan de macht.’ Onze democratie wortelt inderdaad in de middeleeuwse waterschappen en standenvergaderingen, niet in Athene.

Je kunt de vraag zelfs stellen of we beide systemen, onze representatieve democratie en de veel rechtstreeksere Atheense democratie, überhaupt mogen vergelijken. Wij mogen ons dan herkennen in het oude Athene, het is maar de vraag of een Athener zijn bestel zou herkennen in het onze. Hij zou onze volksvertegenwoordigers wellicht hebben beschouwd als een wisselende groep oligarchen, onze plannen voor referenda hebben uitgelegd als een goed begin, en verbijsterd zijn dat onze rechtspraak niet in handen is van volksrechtbanken.

Toch zijn er ook overeenkomsten. Een democratie ontstaat niet door van de ene op de andere dag algemeen kiesrecht in te voeren: enerzijds moet het systeem wortel kunnen schieten en anderzijds moet de bevolking de middelen krijgen om haar rechten uit te oefenen. In Athene heeft het er enige tijd om gehangen: tot de slag bij Marathon bleef de dreiging aanwezig dat de verdreven Hippias terug zou keren en pas twaalf jaar later verwierf Athene het imperium dat de stad zulke inkomsten verschafte dat ze de aanwezigen bij de volksvergadering presentiegelden kon gaan uitkeren.

Ook een arme kon voortaan een vrije dag nemen om zijn democratische rechten uit te oefenen. De democratie profiteerde zo van het imperium, en de vraag is pertinent of onze democratie niet op soortgelijke wijze door haar aanloopfase is gekomen, profiterend van Indië. Wie de vraag met ja beantwoordt, kan een vervolgvraag stellen: heeft het zin democratie te exporteren naar landen zonder batig slot op de begroting?

Belangrijk was ook dat het imperium werk verschafte aan arme Atheners, die dienst deden als roeiers op de oorlogsvloot en zo hun politieke rechten afdwongen. ‘Het is het volk dat de schepen bemant en dat de stad macht geeft,’ becommentarieerde de als Oude Oligarch aangeduide brompot, wiens pamflet onlangs door Vincent Hunink in aangenaam Nederlands is vertaald. ‘Stuurlui en bootslui en kapiteins van vijftig-riemers en onderstuurlui en scheepstimmerlui, dát zijn de mensen die de stad macht geven, veel meer dan de infanterie en de edelen en de goeden.’ Opnieuw een verleidelijke parallel met ons eigen systeem: kiesrecht en dienstplicht gingen ook in Europa samen.

Atheense vlootnederlagen verminderden de machtspositie van de armen en in 322/321 werd de democratie afgeschaft. Ik voor mij had meer willen lezen over de tijd waarin de Atheners moesten wennen aan het nieuwe bestel, want ik acht het denkbaar dat ook hier een grimmige parallel ligt. Maar dat is een van de weinige punten van kritiek op Van Hooffs boek, dat werkelijk uitmuntend is.

Pseudo-Xenofon: Het volk aan zet. Athene’s democratie en maritieme macht geanalyseerd. Vert. Vincent Hunink, De Vrije Uitgevers, 75 blz. €12,50