Museum zoekt de mensen op

Het Guggenheim Museum heeft samen met BMW een paviljoen gebouwd tussen twee vervallen panden in de achtergebleven New Yorkse wijk Lower East Side.

Het Guggenheim Museum heeft weer een nieuw filiaal: het BMW Guggenheim Lab. Nu eens geen pronkstuk zoals het museumgebouw in New York van Frank Lloyd Wright, of het slagschip van titanium in Bilbao van Frank Gehry. Dit is het andere uiterste: een tijdelijk bouwsel op een plek die tot voor kort het domein was van daklozen en ratten.

Het museum heeft de hoek van Houston Street en 2nd Avenue in de New Yorkse Lower East Side gekozen voor de eerste uiting van een samenwerking van zes jaar met de Duitse autofabrikant BMW – een „mondiaal co-initiatief”, noemen ze het zelf. Om de twee jaar wordt een nieuw thema gekozen en wordt een nieuw paviljoen voor het lab ontworpen. Na New York gaat dit eerste paviljoen naar Berlijn en Mumbai; in totaal zullen de drie labs negen steden aandoen.

„Er zullen innovatieve ideeën en ontwerpen ontstaan voor het leven in de wereldsteden”, zegt conservator architectuur en urban studies David van der Leer. „Het lab is een openbaar forum waar mensen bij elkaar komen om lezingen te horen, aan workshops deel te nemen, films te bekijken en een spel te spelen, ‘Urbanology’, dat vragen stelt over samenleven in een stad [zie kader]. Het sleutelwoord is interactie.”

De straat op – het lab verbeeldt een nieuwe rol van het museum in de samenleving, deels denktank, deels wijkcentrum, deels publieke verzamelplek. In dit ‘mobiele stadslaboratorium’ wordt niets tentoongesteld.

Als een nomade trekt het tijdelijke museum van wereldstad naar wereldstad. Het gebouw is daar ook op ontworpen. Het Guggenheim vroeg het Japanse bureau Atelier Bow-Wow, dat veel ervaring heeft in het ontwerpen van kleine gebouwen voor Tokio’s minikavels. De „reizende gereedschapskist”, zoals Momoyo Kaijima van Bow-Wow hun ontwerp noemt, lijkt op een zwevende doos, die een lege bouwplaats tot een overdekt plein maakt. De open ruimte op de begane grond biedt plaats aan zo’n driehonderd mensen; de doos erboven is bekleed met wapperend gaas. Kaijima: „Het is een simpel frame waar alles aan hangt: schermen, belichting, geluid, ook bakken waarin het meubilair omhoog wordt gehesen als het niet wordt gebruikt. Alles, tot de regenpijpen aan toe, is gemaakt van het lichte koolvezelstof. Dat is nog nooit voor een gebouw gebruikt.”

Tweeëneenhalf jaar geleden benaderde BMW het Guggenheim met het idee om samen te werken op het gebied van duurzaamheid en de toekomst van de steden. Guggenheim-directeur Richard Armstrong begreep er eerst helemaal niets van toen zijn twee jonge conservatoren architectuur met het idee kwamen van een reizend laboratorium, vertelt hij. „Dan maar op Park Avenue, dacht ik. Nee, zeiden ze, niks ervan, dat moet op een plek als deze, waar mensen wonen en werken en rondhangen, waar de negentiende en de eenentwintigste eeuw op elkaar botsen.”

Als directeur moet je genereus voor je mensen zijn, vindt Armstrong. Dus kregen David van der Leer (31) en Maria Nicanor (30) het vertrouwen om een programma voor zes jaar op te zetten. Ze brachten een team bij elkaar met onder meer een journalist en stadsonderzoeker, een milieu- en buurtactivist uit de South Bronx, een microbioloog uit Nigeria en twee Rotterdamse architecten, Elma van Boxel en Kristian Koreman van het bureau ZUS [Zones Urbaines Sensibles, net Frans voor ghetto’s]. ZUS kreeg in 2007 de Maaskant Prijs voor jonge architecten en maakt ook deel uit van het team curatoren van de architectuurbiënnale in Rotterdam volgend jaar. „Jawel, we zijn architecten, maar we ontwerpen hier niks”, zegt Koreman. „Wij doen hier wat aan het ontwerpen voorafgaat: we creëren een alliantie tussen onwaarschijnlijke partners, in dit geval BMW, Guggenheim en de Lower East Side.”

Het zuidoosten van Manhattan was lange tijd een geïsoleerd en tamelijk arm deel van de stad, zegt Koreman. Nu ontdekken New Yorkers die avontuurlijker zijn ingesteld, of gewoon het geld niet hebben om in de duurdere buurten te wonen, dat het hier interessant is. „Dat roept allerlei vragen en spanningen op. Hoeveel invloed hebben buurtbewoners op de stad als geheel? In hoeverre kunnen mondiale spelers als BMW en Guggenheim een rol spelen in specifieke lokale vraagstukken? Wij weten ook niet wat eruit komt – maar dit zijn wel de vragen van deze tijd, dus zijn ze het onderzoeken waard.”

De vraag is of de lezingen van globaliseringskenner Saskia Sassen of architecte Elizabeth Diller aan de buurtbewoners besteed zijn. De tegenvraag is: is dat het criterium voor succes? De workshops, excursies en het Urbanology-spel zullen wel een bepaalde groep locals aanspreken, namelijk de hoogopgeleiden die deze buurt als betaalbare en ‘authentieke’ woonomgeving hebben ontdekt – en daarmee de veryupping in gang hebben gezet die de oorspronkelijke buurtbewoners juist zo vrezen. De belichaming van deze transformatie is de Whole Foods-supermarkt aan de overkant van de straat, die als sociaal gebaar een deel van het restaurant heeft toebedeeld aan de daklozen.

De uitkomsten van het lab zijn ongewis, maar wie mee wíl praten over de stad, zíjn stad, kan dat. De activist uit de South Bronx die ook in het Lab-team zit, Omar Freilla, zegt het zo: „We hebben allemaal de verantwoordelijkheid om zelf het soort stad te creëren waarin we willen wonen.”

BMW Guggenheim Lab. T/m 16/10 in New York. De bouw van het paviljoen is te zien op YouTube. Inl: www.bmwguggenheimlab.org

    • Tracy Metz