Ministers vervolgen om beleid

Voorgaande kabinetten vervolgen voor hun beleid, hoe doe je dat - zonder het risico te lopen dat de nieuwe regering straks zelf aan de beurt komt? Voor die vraag staat nu de Hongaarse parlementscommissie voor juridische zaken. Zij moet nu gaan uitzoeken of en hoe premiers en ministers vervolgen kunnen worden omdat zij de staatsschuld hebben laten stijgen.

Een andere parlementscommissie die onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van de staatsschuld, heeft hierop aangedrongen. Deze commissie, gedomineerd door leden van de regeringspartij Fidesz, heeft vastgesteld dat de staatsschuld tussen 2002 en 2010, toen Hongarije werd geregeerd door sociaal-democraten en liberalen, is gestegen van 55,6 procent naar 80,2 procent van het bruto binnenlands product. Dat is een fractie boven het EU-gemiddelde in 2010, tachtig procent.

Vice-voorzitter Péter Szijjártó wijst de premiers Péter Medgyessy, Ferenc Gyurcsány, Gordon Bajnai en hun ministersploegen aan als hoofdschuldigen. „De staatsschuld in zo’n grove mate laten stijgen is een misdaad. De consequentie daarvan is dat ze verantwoordelijk worden gehouden”, zei hij tegen persbureau Reuters. Szijjártó is ook de woordvoerder van premier Orbán.

„Het zou juridisch niet moeten kunnen iemand te vervolgen voor wat geen misdaad was op het moment dat het werd begaan”, zegt László Kovács, vice-voorzitter van de socialistische partij MSZP, nu in de oppositie. „Dit doet me denken aan de showprocessen in de jaren dertig en vijftig.”

Fidesz heeft een ruime meerderheid in het parlement. Als de partij doorzet, wat ex-eurocommissaris Kovács overigens niet voor mogelijke wil houden, voorziet hij een „erg stevige” reactie van democratische Europese landen. „Hongarije staat nu door de manier waarop het politieke systeem functioneert dichter bij Wit-Rusland dan bij Nederland”, vindt hij.