Mag je dan helemaal niet verliefd zijn?

Kamerlid Mariko Peters is wel erg snel politiek in het nauw gedreven.

Als zij op een eerlijke procedure vertrouwt, laten we die haar dan ook gunnen.

De afgelopen dagen is er stevig gezaagd aan de stoelpoten van Mariko Peters, het Tweede Kamerlid voor GroenLinks. HP/De Tijd beschuldigde haar vorige week van belangenverstrengeling. Daarna werden vertrouwelijke e-mails gelekt in kranten en op websites. Daarmee werd de suggestie gewekt dat Peters als cultureel attaché in Kabul op oneigenlijke gronden een positief advies had uitgebracht over een project van haar minnaar en latere partner. De verklaring van haar toenmalige politieke baas, minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA), dat zij onjuist zou hebben gehandeld, ondermijnde haar positie nog verder. Deze verklaring trok Bot ook weer in.

Het is opmerkelijk hoe snel Peters politiek in het nauw is gedreven door een paar uit de losse pols geuite beschuldigingen, aangevuld met wat smeuïge e-mails. Zoals iedereen in dit land heeft zij recht op een behoorlijke procedure. Op grond daarvan zijn wij verplicht om tenminste de uitkomst af te wachten van het onderzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zolang niet vaststaat dat er iets oneigenlijks is gebeurd, geldt dat zij integer heeft gehandeld. Dat vermoeden van onschuld wordt nog versterkt door de uitkomsten van een eerder door Buitenlandse Zaken ingesteld onderzoek naar het functioneren van Mariko Peters.

De gepubliceerde e-mails maken duidelijk dat Peters verliefd aan het worden was op de aanvrager. Dat heeft zij ook ruiterlijk toegegeven in deze krant. Volgens haar betekent dit niet dat ze ontoelaatbaar heeft gehandeld. Hoewel dat op het eerste gezicht moeilijk met het elkaar valt te rijmen, heeft ze wel een argument. Wil hier van laakbaar gedrag sprake zijn, dan is het hebben van warme gevoelens niet voldoende. Daarvoor is ook nodig dat zij zich heeft laten leiden door die gevoelens bij de beoordeling van de aanvraag. Dat staat helemaal niet vast.

Ons rationele bestuursmodel, dat is gebaseerd op de ideeën van de Duitse socioloog Max Weber, gaat ervan uit dat ambtenaren hun persoonlijke en ambtelijke rollen goed van elkaar weten te scheiden. Zij passen de regels onpartijdig toe, zonder aanzien des persoons. Zo gaf mijn opa, die politieagent was, ooit de vrouw van de hoofdcommissaris een boete omdat ze – in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening – matten stond te kloppen.

In het verleden lieten heersers zich bijstaan door eunuchen. Die konden weerstand bieden aan seksuele verleiding. In plaats daarvan is het ambtelijke model in Nederland gebaseerd op vertrouwen in de professionaliteit van de medewerkers. Dit blijkt ook uit het feit dat het Rijk graag mensen aantrekt die al beschikken over een eigen netwerk en over relevante contacten in het veld.

Dagelijks zeggen ambtenaren honderdduizenden euro’s toe aan mensen en aan organisaties waarmee zij relaties onderhouden. Hun kennis van het ‘veld’ wordt gezien als een voordeel en niet als een risico. De vraag is niet of je de ontvangers van die subsidies kent en of je ze aardig vindt, maar of je professioneel genoeg bent om dat te scheiden van je beslissing.

Pikant is dat Peters zeer kritisch staat ten opzichte van het beleid van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD). Ze steekt haar ongenoegen over zijn koers niet onder stoelen of banken, maar iedereen, Peters voorop, gaat ervan uit dat het door de minister ingestelde onderzoek naar haar gedrag niettemin objectief en onpartijdig zal verlopen. Niemand verdenkt de minister ervan dat hij het onderzoek zal aangrijpen als afrekening met een lastige tegenstander. De terechte veronderstelling dat de minister zijn rollen goed zal kunnen scheiden is ook op zijn plaats ten aanzien van het advies dat mevrouw Peters destijds uitbracht, totdat uit het onderzoek eventueel het tegendeel blijkt.

Het door de Amerikaanse president Reagan bedachte motto ‘trust but verify’ is ook op de rijksdienst van toepassing. De conceptbeslissingen van de medewerkers worden binnen de organisatie op hogere niveaus getoetst en gewogen. Het besef dat die controle er is, versterkt de integriteit van de besluitvorming. Zoals de benoeming van een tweede lezer bij het beoordelen van scripties. Het feit dat het advies dat destijds door Peters is uitgebracht, kennelijk de toetsing door ‘de lijn’ heeft doorstaan, betekent dat de daarin gemaakte afwegingen en motivering ook voor anderen overtuigend bleken.

De afgelopen dagen had iedereen terecht de mond vol van de noodzaak om zorgvuldig te werk te gaan. Die zorgvuldigheid is niet alleen vereist bij het beoordelen van subsidieaanvragen, maar juist ook bij het onderzoek naar het handelen van een persoon.

Dat is zeker het geval als de reputatie en de politieke toekomst van die persoon op het spel staan. Om verdere uitholling van het recht op een behoorlijke procedure van Mariko Peters te voorkomen, is het daarom van belang de uitkomsten van het onderzoek van Buitenlandse Zaken af te wachten. In de Kamer komt Peters al jaren met verve op voor de mensenrechten van anderen. Het is nu zaak om haar rechten te respecteren.

Tom Zwart is hoogleraar rechten van de mens aan de Universiteit Utrecht en curator van de Teldersstichting, een onafhankelijk wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme, gelieerd aan de VVD.

    • Tom Zwart