Lever geen strijd omwille van het geluk

Wilhelm Genazino: Geluk als het geluk ver te zoeken is. Vert. uit het Duits door Gerrit Bussink. Atlas, 182 blz. €19,95

Hij is 41, souschef in een wasserij, gehuwd en huurder van een mooie flat in Frankfurt. Gerhard Warlich had het slechter kunnen treffen. Maar in zijn hoofd groeit het onbehagen. De gepromoveerde filosoof lijdt aan het prozaïsche leven van alledag. Het dwangpak dat hij op zijn werk en ook thuis, bij zijn vrouw, moet dragen, beknelt hem steeds meer. Dus zoekt hij zijn geluk op straat. Doelloos slentert hij door de stad. Observaties van kleinigheden verdrijven, voor even, zijn melancholie. Zo trekt een op een autodak achtergelaten taartpunt zijn onverdeelde aandacht. Geduldig wacht hij tot de gedoodverfde eigenaar van de taartpunt terugkomt. Als dan werkelijk een man zich over het gebak ontfermt, voelt Warlich zich intens tevreden.

Verlangzaming is voor de Duitse schrijver Wilhelm Genazino (1943) een manier om aan dit zakelijke tijdsgewricht een beetje poëzie af te troggelen. In zijn roman Geluk als het geluk ver te zoeken is staat hij stil bij dingen die anderen nooit zouden zien. ‘Der gedehnte Blick’, de opgerekte blik, zoals een van zijn essays heet, verandert verveling in een belevenis. Het is de houding van een creatieve geest en we kijken er niet van op dat Dr. Gerhard Warlich, de held van Geluk…, zich behalve filosoof ook kunstenaar voelt. Alleen ontbreekt het hem aan energie. Zijn hoogste artistieke daad is een actie met een jas. Warlich stelt die jas op het balkon aan regen en zonneschijn bloot om te zien hoe de stof vergaat. De mate van aantasting noteert hij minutieus in een boekje.

Hulpeloze, steeds weer uit de realiteit weg vluchtende kantoormannetjes bevolken Genazino’s werk al sinds zijn trilogie Abschaffe! uit de jaren zeventig. Ze zouden de lezer snel de keel uithangen als ze niet zo geestig konden formuleren. Hun ultralogische gedachtegangen over de waanzin om hen heen grenzen zelf aan waanzin en zo laveren zij tussen belachelijkheid en ware tragiek.

Met Gerhard Warlich loopt het niet goed af. Ineens wil zijn vrouw een kind. Dat is hem echt te veel. Deze uiterlijk zo keurig aangepaste burger begint zich vreemd te gedragen. Bij een werkbezoek aan een hotel smijt hij zomaar een stuk taart (alweer taart!) op de grond en stampt en springt erop. Hij raakt in een demonstratie van anarchisten verzeild, in de baas zijn tijd, en wordt op staande voet ontslagen. En dan stort hij in. Zijn vrouw brengt hem naar een gesticht.

Genazino’s onderhuidse protest tegen kapitalisme en prestatiemaatschappij is misschien belegen, zijn psychogram van een bekneld mens is dat zeker niet. ‘Het zou niet nodig moeten zijn’, verzucht Warlich in het gesticht, ‘dat omwille van het geluk zo’n strijd wordt geleverd.’ Wat een helderheid te midden van alle verwarring!

    • Anneriek de Jong