Je moeder even gedag zeggen en dan de cel in

Het kabinet wil het jeugdstrafrecht aanscherpen. Tijdens een zitting blijkt wat de afwegingen van rechters zijn bij jeugdzaken. „We willen het risico dat het misgaat met jou zo klein mogelijk houden.”

Nederland, Sassenheim, 17-06-2009 Jonge bewoners in het computerlokaal van jeugdgevangenis Teylingereind in Sassenheim. LET OP: ALLEEN TOESTEMMING VOOR PUBLICATIE BIJ ARTIKEL LAURA STARINK NRC WEEKBLAD. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

„Je mag nu nog even gedag zeggen.” Alleen als de kinderrechter de jongens aanmoedigt, sloffen ze naar hun moeder toe om zich te laten omhelzen. Hun eigen armen hangen slap langs het tienerlijf. Daarna slenteren ze terug naar de politieagent, die hen het zaaltje van de rechtbank uitgeleidt.

Terug naar de jeugdgevangenis. En de meeste jongens lijken dat niet eens zo erg te vinden.

Normaal gesproken is het niet mogelijk om mee te kijken met de kinderrechters van de Haagse rechtbank; de zittingen vinden achter gesloten deuren plaats. Maar voor dit artikel maakte de rechtbank een uitzondering. Elke dinsdag houdt de meervoudige raadkamer zitting, waarin drie rechters bepalen of het voorarrest van de minderjarige gedetineerden moet worden verlengd. De rechters zien gemiddeld tien tot twintig minderjarigen vanaf 12 jaar langskomen. Deze dinsdag zijn het er veertien. Allemaal jongens. Met een buitenlandse achternaam, op twee na.

De jongens variëren in leeftijd: van dertien tot net boven de achttien jaar. Allemaal zitten ze vast omdat ze worden verdacht van zware misdrijven. Er zit een zedenzaak tussen: een jongen die een jonger meisje gedwongen zou hebben om hem te pijpen. Inbraken: één jongen, vijf woninginbraken op rij. Verdenkingen van bedreiging en openlijke geweldpleging. Mishandeling, straatroven, bedreiging van hulpverleners.

Het zijn strafbare feiten die de „rechtsorde schokken”, zoals de officier van justitie dat zegt. Ze noemt het bijna elke keer als argument in haar pleidooi om de jongeren langer in voorarrest te houden.

De misdrijven waarvan deze veertien jongens worden verdacht, vormen een goede afspiegeling van het soort zaken dat langskomt op een gemiddelde zittingsdag, zeggen de drie rechters.

En ze zitten voor zwaardere zaken vast dan tien jaar geleden het geval was, zegt Elisabeth Koekman. Zij is een van de kinderrechters. „Vroeger jatten ze één keer een scooter en kwamen daar wat winkeldiefstallen bij. Nu zien we toch steeds vaker jongeren die verdacht worden van feiten waarop voor volwassenen een maximale gevangenisstraf staat van twaalf jaar of meer. Gewapende overvallen bijvoorbeeld.”

Steeds heftiger misdrijven, gepleegd door tieners. De staande praktijk in de Haagse rechtbank is mede aanleiding voor staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) om het jeugdstrafrecht aan te scherpen. Onlangs schreef Teeven een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij aankondigt dat het kabinet „concrete maatregelen neemt om de criminaliteit van risicojongeren, of ze nu 16 of 21 zijn, beter en effectiever te kunnen aanpakken”.

Teeven wil de leeftijdsgrenzen van het jeugdstrafrecht aanpassen. Hij zint op een adolescentenstrafrecht voor 16- tot 23-jarigen. Ook stelt hij voor de maximumstraf voor 16- en 17-jarigen van twee naar vier jaar te verhogen.

Vanuit allerlei hoeken komt echter kritiek op zijn plannen. Eind mei maakte het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), nota bene van Teevens eigen ministerie, bekend dat het aantal criminele jongeren daalt.

Volgens de jongste cijfers nam in 2008 zowel het aantal aangehouden verdachten van een misdrijf af, als het aantal daders van misdrijven van wie het OM strafvervolging zinvol achtte. Ook onder personen van 18 tot en met 24 jaar nam het aantal aangehouden verdachten, na een jarenlange stijging, in 2008 voor het eerst af.

Betekent zo’n eerste daling sinds jaren dat Teevens plannen overbodig zijn? Frans Leeuw, hoogleraar recht en openbaar bestuur en directeur van het WODC, denkt van niet. Dat de opwaartse trend nu is doorbroken, is een goede zaak, zegt Leeuw. „Maar het betekent absoluut niet dat de nieuwe aanpak die Teeven voor ogen heeft, geen zin zou hebben. Jaarlijks blijven enkele tienduizenden jonge mensen criminele daden verrichten.”

Maar er is meer kritiek. Zo is het ook nu al mogelijk om 16- en 17-jarigen te berechten volgens het volwassenenstrafrecht. En dus is die maatregel overbodig, zeggen deskundigen.

Om het volwassenenrecht te kunnen toepassen, heeft de rechter een psychologisch onderzoek van de verdachte nodig. Maar zelfs als dat er is, doen rechters het niet vaak, vertelt Elisabeth Koekman. Het jeugdstrafrecht kent nu al genoeg strafmogelijkheden, zegt ze. „En wanneer leggen we nou alleen detentie op? Bijna nooit. Vrijwel altijd komt er een behandeling bij kijken, of een uithuisplaatsing, of ondertoezichtstelling.”

Verder blijkt uit onderzoek van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming nog eens dat áls rechters het volwassenenstrafrecht toepassen bij minderjarigen, de duur van de opgelegde detentie meestal niet langer is dan het jongerenstrafrecht als maximum voorschrijft.

De maatregel van Teeven is dus vooral een politiek besluit. Zoals hoogleraar detentierecht Gerard de Jonge het samenvat: „Ik denk dat Teeven dit alleen doet omdat het is afgesproken in het regeerakkoord. Ik heb geen enkele feitelijke onderbouwing gezien die het nut toont van een hogere maximumstraf.” Ook van de dreiging van een hogere straf is niet bewezen dat criminaliteit onder jongeren erdoor vermindert.

Terug naar de werkelijkheid: het hok van de Haagse rechtbank. Er staan twaalf stoelen in de krappe, warme ruimte zonder ramen. Drie voor de rechters, één voor de griffier. Eén voor de officier van justitie. Twee voor de verdachte en zijn advocaat. De overige vijf zijn voor bezoekers.

En het goede nieuws is dat die vijf stoelen steeds bijna allemaal bezet zijn, al zijn de zittingen niet toegankelijk voor gewoon publiek. Naast één van de ouders en soms een zus, broer of stiefvader, is altijd iemand van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Ook de jeugdreclassering is er, en Jeugdzorg, die vaak de voogdij over het kind heeft.

De psychologische begeleiding voor minderjarigen en hun familie is momenteel uitgebreider in de wet vastgelegd dan voor meerderjarigen. Tot het achttiende jaar krijgen criminele jongeren een persoonlijke, op maat gesneden mix van straf en behandeling. En zoals één van de rechters het zegt: „Zodra deze jongens achttien worden, gaat het ineens van dik hout zaagt men planken. Daar schrikken ze van.”

Dat verandert dus straks, als Teevens plannen door beide Kamers komen. Dan kunnen rechters jongeren tot 23 jaar bijvoorbeeld een ‘gedragsbeïnvloedende maatregel’ opleggen, zoals dat nu bij jongeren tot achttien jaar kan. Zo’n ‘gbm’ betekent intensieve begeleiding, soms intern en waar nodig voor het hele gezin. Het is goed, zegt ook WODC-directeur Frans Leeuw, dat dit nieuwe adolescentenstrafrecht rekening houdt met recent neuropsychologisch onderzoek. Daaruit blijkt dat jongeren pas tegen hun 24ste levensjaar psychisch volwassen zijn en zelfstandig hun keuzes maken.

Hoe essentieel die begeleiding voor de psychisch zwakke, criminele jongeren is, blijkt ook uit de uitspraken van de rechters in Den Haag. „Als we je hechtenis nu schorsen, waar moet je dan heen?” Meermalen besluiten de kinderrechters in Den Haag om een jongen ‘binnen’ te houden. En niet alleen wegens de ernstige aard van het misdrijf. Bij één geval is er pas half augustus plek voor een individuele trajectbegeleiding in een jeugdinrichting. „We willen het risico dat het weer misgaat met jou zo klein mogelijk houden.”

    • Annemarie Kas