Italië verder aan het handje van Frankfurt

Italië is door de Europese Centrale Bank onder curatele gesteld. Het kabinet praat vanavond over de extra bezuinigingen die de ECB eist als voorwaarde om Italiaanse obligaties te blijven kopen.

De week vóór Maria Hemelvaart, 15 augustus, is de vakantieweek bij uitstek in Italië. Maar premier Berlusconi vloog uit zijn villa in Sardinië terug naar Rome voor overleg woensdag met de sociale partners. Zo’n 150 parlementariërs onderbraken gisteren hun vakantie voor overleg met minister van Financiën Tremonti. Daarna volgden gesprekken met president Napolitano, eveneens met spoed teruggekomen naar Rome. En vanavond een ingelaste kabinetsvergadering.

Het is crisis. De bezuinigingsoperatie van 48 miljard euro in drie jaar, vorige maand in recordtijd aangenomen, is niet genoeg. Op de nerveuze financiële markten blijft twijfel bestaan aan de kredietwaardigheid van het land met de op één na grootste staatsschuld van Europa – alleen Duitsland komt boven de ruim 1800 miljard euro schuld van Italië uit.

Daarom is Rome in feite onder curatele gesteld. Minister Tremonti gaf dat gisteren met zoveel woorden toe. Hij zei dat extra ingrepen nodig zijn „wegens de intensivering van de crisis en de indicaties uit Europa om de bezuinigingsmaatregelen te vervroegen.’’

Dat was een verwijzing naar een brief van de Europese Centrale Bank, afgelopen weekeinde, geschreven met de nadrukkelijke instemming van Parijs en Berlijn. Daarin stelt de ECB dat er meer en sneller moet worden bezuinigd, en dat er meer flexibiliteit moet komen op de arbeidsmarkt. Alleen onder die voorwaarden wil de ECB Italiaanse staatsobligaties blijven opkopen. De Europese bank is daar maandag mee begonnen, waardoor de rente die Italië moet betalen meteen daalde.

De ECB wil dat het begrotingstekort volgend jaar al wordt teruggebracht van 3,9 naar 1 procent, en het jaar daarna naar nul procent. In de oorspronkelijke begroting worden de meeste bezuinigingen pas in 2014 gerealiseerd. Tremonti moet nu voor ongeveer 20 miljard euro versneld bezuinigen, iets waar het kabinet vanmiddag over zou vergaderen.

Voor de oppositie is deze druk van buiten een inkoppertje. Verwijzend naar de laconieke en soms ongeïnteresseerde reacties van Berlusconi op de financiële onrust zei Pierluigi Bersani van de Democratische Partij: „Met bitterheid stellen we vast dat we moeten voldoen aan de verzoeken van de ECB. Dat is niet iets wat ik de zevende industriemacht van de wereld graag zie doen, maar dit is wat er van ons is geworden.’’

Maar Pierferdinando Casini, leider van een kleinere oppositiepartij, hield zijn collega’s voor dat „niet alleen de regering, maar heel het politieke systeem’’ onder curatele van Frankfurt, Berlijn en Parijs is gesteld. En de linkse socioloog Luca Ricolfi schrijft: „De onbeweeglijkheid en de onmacht van Berlusconi zijn een probleem geworden voor Italië, maar de tragedie van het land is dat de oppositie deze lange schemerperiode van Berlusconi niet heeft gebruikt om het alternatief te bieden waar het land op wacht.”

Daarom hebben de meeste commentatoren weinig moeite met de aanvullende eisen. Als ze er in Rome niet uitkomen, laat iemand anders dan de benodigde discipline maar opleggen. Het is een vertrouwde reflex. Maar er is wel debat over de manier waarop Italië het vertrouwen moet terugwinnen.

De enorme staatsschuld, 120 procent van het bruto binnenlandse product, is niet het grootste probleem. Italië leeft al jarenlang met zo’n hoge schuld. Omdat een groot deel ervan in Italië zelf uitstaat en omdat tegenover deze enorme overheidsschuld grote particuliere besparingen staan, leek dit te overzien. Met een begrotingstekort van 3,9 procent hoort het land in Europa tot de besten van de klas. De banken zijn nauwelijks verstrikt geraakt in gevaarlijke financiële constructies. En het land heeft een reeks solide bedrijven en bedrijfjes die veel exporteren.

Maar: de Italiaanse economie is stroperig. De groei, afgelopen tien jaar gemiddeld 0,4 procent, blijft duidelijk achter bij Europese concurrenten. Er is veel verspilling en starheid. Voor de kredietbeoordelaars was dat de belangrijkste reden om de kredietwaardigheid van Italië te verlagen. Naast de berichten over ruzies tussen Berlusconi en Tremonti en twijfel aan de vraag of Italië op middellange termijn wel genoeg verdient om zijn hoge schulden te kunnen blijven betalen.

Alleen maar bezuinigen zou leiden tot verder koopkrachtverlies. Dan wordt een recessie onvermijdelijk. Daarom dringt de ECB ook aan op maatregelen om de groei te stimuleren, zoals versoepeling van het arbeidsrecht en inperking van de monopolies in allerlei beroepsgroepen, van notarissen tot bakkers.

Maar minder uitgeven en terugdringing van de schuld is onvermijdelijk. Tremonti wil van de ECB-suggesties de verkoop van lokale nutsbedrijven overnemen. De voorgestelde verlaging van de ambtenarensalarissen is niet aan de orde, zei hij gisteren. Wel gaat de belasting op vermogenswinsten waarschijnlijk omhoog, van 12,5 naar 20 procent (staatsobligaties uitgezonderd). Maar over een extra vermogensbelasting voor hoge inkomens zal hij een robbertje moeten vechten met premier Berlusconi, de rijkste man van Italië, die het liefst alle belastingen zou afschaffen.

De messen worden al geslepen. Susanna Camusso, leider van de CGIL, de grootste vakbond, waarschuwde dat de bonden meteen de straat op gaan als de lasten niet eerlijk worden verdeeld. En Umberto Bossi, Berlusconi’s bondgenoot van de rechtspopulistische Lega Nord, maakte bij voorbaat bezwaar tegen een pensioeningreep.

Bossi ziet de brief van de ECB, mede ondertekend door Mario Draghi, nu nog gouverneur van de Italiaanse centrale bank, dit najaar hoofd van de ECB, als een poging het kabinet-Berlusconi te ondermijnen. La Stampa reageerde berustend. Italië is al zo vaak het speelveld geweest van buitenlandse krachten, schreef de krant. „We blijven de mooiste kolonie van de wereld.’’

    • Marc Leijendekker