Ik word sentimenteel

Ik heb net aan de binnenkant van mijn kledingkast een foto opgehangen van Jeroen en Nienke.

Het is een polaroid, dit weekend genomen op hun huwelijk; ze zien er krankzinnig gelukkig uit. ‘Bedankt dat je er was’, heeft Jeroen erop geschreven.

Er zit geen filosofie achter, maar de binnenkant van de deur van mijn kledingkast is de enige plek in mijn huis waar foto’s hangen. Veel is het niet. Een foto van een onflatteuze groups-hug in Blanes, een foto van mijn broer en mij, verkleed als Fransmannen, een foto genomen door een beveiligingscamera waarop Jeroen en ik een waterpretpark aan het Garda Meer binnenlopen. Er hangen polaroids van mij op verschillende Boekenballen. Op een foto heb ik mijn rechterarm om een meisje heen en mijn linker om Jan Siebelink, die voor de camera zijn bril vlug afzette. Ik kan me niet herinneren ooit twee seconden met Jan Siebelink gepraat te hebben, maar daar sta ik, op de foto, breed lachend, omarmd door Jan Siebelink.

Er hangen ook wat knipsels. Een gesigneerde naaktfoto van Caprice (google), een ansichtkaart van Damien Hirst’s Haai in sterk water, de eerste cover van The New Yorker na 9/11.

Inmiddels vraag ik me bij alles af of het cool genoeg is voor de kastdeur. Door de jaren heen is het een soort collage geworden van hoe tof ik ben, of probeer te zijn – een soort Facebookprikbord maar dan in het echt.

Jeroen en Nienke hangen nu rechtsboven Jan Siebelink; het is de eerste foto op de deur waar ik zelf niet op sta. Ze hadden me gevraagd tijdens hun huwelijksceremonie een speech te houden. Ik weet van mezelf dat ik grappig kan zijn. Soms. Ik ben minstens net zo grappig als Renske de Greef hot is en dit weekend was ik on fire. De speech sprak ik uit mijn hoofd, zonder te haperen. Ik had van tevoren lachpauzes ingebouwd en elke keer bleken ze nodig.

Ik stond nog na te genieten van mijn eigen grappen, toen ze aan de geloften begonnen. Het was vreemd; opeens snapte ik dat het probleem van mijn grappen – de overbodige terzijdes, de expres oubollige popreferenties, de hyperbolen – is dat van al die ironie niets overblijft als direct daarna twee mensen tegenover elkaar gaan staan en elkaar aan kijken en door tranen heen proberen uit te leggen hoe veel ze voor elkaar betekenen.

Ik was totaal outclassed en was er best oké mee. Inderdaad, ik word sentimenteel. Maar ik denk ook dat ik een beter mens aan het worden ben. Nog beter.

    • Joost de Vries