Hunkerend in Oost-Berlijn, met een fotocamera

Morgen is het vijftig jaar geleden dat een begin werd gemaakt met de bouw van de Berlijnse Muur. Dat wordt in heel Duitsland herdacht. Detlef Matthes, Oost-Berlijner, maakte foto’s van de Muur. „Ik wilde het westen zien.”

Alles over de Berlijnse Muur was wel zo ongeveer bekend – en toen kwamen de foto’s en het verhaal van Detlef Matthes. Ze vormen het bewijs dat de jongste geschiedenis van de Duitse hoofdstad nog vol verrassingen is. Detlef Matthes, nu 43, woonde als jongen in Oost-Berlijn. Hij maakte op jeugdige leeftijd foto’s van de oostzijde van de Muur, wat streng verboden was. Voor zijn heimelijke daden heeft Matthes moeten boeten.

Hij werd op heterdaad betrapt en gearresteerd op verdenking van spionage. Zijn honderden Muurfoto’s werden in beslag genomen. Hij belandde in een van de gevreesde gevangenissen van het regime, die in Berlijn-Hohenschönhausen, kwam na zes weken vrij door een onverwachte amnestieregeling, werd uitgezet naar West-Duitsland, raadpleegde jaren na de val van de Muur het omvangrijke dossier dat de Oost-Duitse geheime dienst, de Staatssicherheitsdienst (‘Stasi’), van hem had opgesteld en vond daarin zijn foto’s terug.

Morgen precies vijftig jaar geleden, op 13 augustus 1961, werd een begin gemaakt met de bouw van de Muur. Dat wordt in Berlijn en heel Duitsland herdacht.

Het nog niet zo lange leven van Matthes is beheerst door zijn belevenissen aan de Muur. Matthes zit tegenover me op het terras van een café in de Berlijnse wijk Kreuzberg. Hij zucht diep nadat hij bovenstaande samenvatting van de opwindendste fase van zijn leven in één adem heeft verteld. Hij is bezig met het schrijven van een boek, een autobiografie. Met zijn Muurfoto’s heeft hij lang moeten leuren voordat iemand het belang ervan inzag. Dit voorjaar zijn ze door de Berlijnse uitgever Ch. Links in samenwerking met de ‘Gedenkstätte Berliner Mauer’ uitgegeven.

De eerste oplage (duizend exemplaren) van Weltende – Die Ostseite der Berliner Mauer was binnen twee weken uitverkocht. Daarna ontstond een conflict over volgende oplages. Matthes weet dat hij iets bijzonders in handen heeft. Muurfoto’s door amateurs uit het oosten, zijn uiterst zeldzaam. Hij koestert z’n kiekjes en zijn persoonlijke geschiedenis. In zijn nieuwe boek moet alles samenkomen: zijn leven, de Muur, de Stasi, de cel, de foto’s. Het moet een indrukwekkend werk worden, een magnum opus met veel ruimte voor Matthes’ unieke beelden. Naar een (nieuwe) uitgever is hij nog op zoek.

Matthes heeft een doos meegebracht met daarin een deel van z’n foto’s. Het zijn afdrukken, maar waar zijn de negatieven? „Die zijn verdwenen”, zegt hij gelaten. „Ik vermoed dat de Stasi ze heeft vernietigd.”

Detlef Matthes, geboren in Biesenthal ten noordoosten van Berlijn, was veertien jaar toen hij met fotograferen begon. Hij wilde fotograaf worden, een beroepskeuze die hem later onmogelijk werd gemaakt omdat zijn ouders niet over de juiste contacten in de communistische partij beschikten. „Fotograaf kon je in de DDR niet zomaar worden.”

Voor zijn kerkelijke confirmatie kreeg hij een Exa 1B-camera, een Oost-Duitse camera met de mogelijkheid van objectiefverwisseling. „Er zat een standaardlens op van vijftig millimeter. Later heb ik er een kleine telelens bij gekocht.” Toen hij zestien jaar was, begon Matthes met het fotograferen van de Muur aan de oostzijde. „Ik wilde het westen zien. Eigenlijk wilde ik naar het westen toe, maar vluchten was me te riskant. Ik had er niet m’n leven voor over.”

Zijn ouders wisten ervan, maar hebben hem zijn gevaarlijke hobby nooit verboden. Zijn eerste Muurfoto maakt hij op een zondagmiddag in de buurt van Wilhelmsruh, in de noordoostelijke wijk Berlijn-Pankow. Hij was met z’n brommer naar een bedrijfsterrein gereden. Daar fotografeerde hij de zogenoemde Hinterlandmauer, vanuit het oosten gezien de ‘eerste Muur’, die er anders – volgens Matthes „veel primitiever” – uitzag dan de ‘echte’ Muur zoals die in West-Berlijn bekend was.

In totaal heeft Matthes ongeveer tweehonderd foto’s van de Berlijnse Muur gemaakt. Hij zocht rustige plekken op; daarom zijn er weinig mensen op zijn beelden te vinden. En hij moest snel en stil te werk gaan. „Ik fotografeerde vaak vanuit mijn jas. Het moest allemaal heel rap gebeuren. Objectief verwisselen was lastig. De Exa 1B had geen bajonetsluiting, maar een schroefdraad. Dat was een heel gedoe. Maar de kick was groot als ik had afgedrukt en terug naar huis ging.”

Zijn eerste rolletje met Muurfoto’s bracht hij naar de fotowinkel in zijn woonplaats Biesenthal, „voor ontwikkelen en afdrukken.” Toen hij z’n materiaal een paar dagen later kwam ophalen, trof hij een ontdane en boze winkelier aan. ‘U hebt de Muur gefotografeerd. Dat is streng verboden. U weet toch dat u in overtreding bent?’, zei de man tegen hem. „Hij hield de afdrukken, maar gaf de negatieven tot mijn verbazing aan me terug.”

Detlef Matthes gaf niet op. „Ik had mezelf een doel gesteld, en bovendien genoot ik van die momenten van gevaar.”

Na zijn opleiding tot loodgieter volgt hij een cursus foto’s ontwikkelen en afdrukken, als enige van zijn jaar. De donkere kamer – de plaats waar in het predigitale tijdperk foto’s met hulp van chemicaliën werden ontwikkeld, vergroot en afgedrukt – was voor hem een plek om te ontsnappen aan het leven. „In de doka kon ik ongestoord m’n gang gaan. Je kunt het je nu nauwelijks voorstellen, maar daar kwam nooit iemand. Controle was er niet.”

Matthes ging steeds driester te werk. Een van zijn beste foto is een opname van de Muur aan de Lindenstrasse in West-Berlijn. Het beeld is geschoten vanuit een flat in de in Oost-Berlijn gelegen Leipziger Strasse nummer 49. De jonge fotograaf was brutaalweg via het trappenhuis naar boven gelopen, keek even om zich heen of er geen mensen waren en drukte af. „Later hoorde ik dat die flat voornamelijk bewoond werd door trouwe partijgenoten en Stasi-functionarissen. Ik had me in het hol van de leeuw begeven. Maar niemand heeft iets gemerkt.”

Natuurlijk ging het op een kwade dag fout. We schrijven Pinksteren 1987. Matthes is al bijna twee jaar bezig met het fotograferen van de Muur. Op Tweede Pinksterdag is er feest in heel Berlijn. De stad bestaat 750 jaar. Hij gaat naar de Brandenburger Tor om vanaf die plaats te luisteren naar een popconcert dat in West-Berlijn op het veld voor de Bondsdag wordt gegeven. Genesis, David Bowie, de Eurythmics en andere bekende bands treden op.

Een paar honderd meter oostelijker staan achter de Muur hunkerende DDR-jongeren „ademloos te genieten”, zoals Matthes het zegt. Hun samenzijn duurt maar kort. De Stasi komt en maant de jongeren te vertrekken. Als dat niet gebeurt, „wordt er met grof geweld op los geslagen.” Matthes pakt z’n camera en begint te fotograferen. Nog geen drie minuten later wordt hij door een ‘stille’ aangehouden. Zijn film wordt uit de Exa 1B gehaald, hij moet zijn naam en adres opgeven en wordt tot z’n verbazing niet opgepakt maar gesommeerd om naar huis te gaan.

Een rolletje met eerdere opnames van de kloppartij aan de Brandenburger Tor heeft hij weten te redden. Hij stuurt ze naar de redactie van een West-Duitse actualiteitenrubriek. Maar de brief met de foto’s wordt door de Stasi onderschept. Nu komt Deflef Matthes echt in problemen. „Op 21 juli 1987 werd ik om zeven uur ’s ochtends op mijn werk gearresteerd. In een van m’n jaszaken vond de Stasi nog drie Muurfoto’s, die ik helemaal vergeten was. Ze hebben een huiszoeking gedaan en hebben al m’n negatieven en afdrukken in beslag genomen. Ik heb zes weken in de Stasi-gevangenis in Hohenschönhausen vastgezeten en ben in totaal vijftien keer verhoord. Het stond van tevoren vast dat ik wegens spionage vijf jaar cel zou krijgen.”

Maar Matthes had geluk. Dat jaar gaat DDR-leider Erich Honecker in West-Duitsland op bezoek. Als gebaar van goede wil worden politieke gevangenen in Oost-Duitsland vrijgelaten, onder wie Matthes. Hij dient een verzoek in om de arbeiders- en boerenstaat voorgoed te mogen verlaten en wordt in februari 1988 via de grensovergang bij station Friedrichstrasse zijn land uitgezet. „Ik was waar ik wezen wilde. Een droom was uitgekomen.”

In West-Berlijn leerde hij verder, had diverse banen en leidde een tamelijk onopvallend bestaan. Maar zijn in beslag genomen Muurfoto’s, die hij toen al als een levenswerk beschouwde, bleven door z’n hoofd spoken. Zoals zoveel Oost-Duitsers besloot hij jaren na de val van de Muur zijn Stasi-dossier in te zien. Het omvat drie dikke Leitz-ordners. Als hij de eerste ordner opent, vallen er foto’s uit. Het zijn z’n eerste kiekjes van de Muur. Matthes en zijn werk zijn herenigd.

Tegenwoordig maakt hij met een simpel cameraatje digitale foto’s. Detlef Matthes is werkloos, maar hij heeft wel een missie. Hij wil het verhaal van zijn leven in beeld brengen. In zwart-wit.

Morgen in Lux: Berlijn vanaf het water

Volgende week in De Grote Wereld: Sydney

    • Joost van der Vaart