Hongaarse politici willen afrekening

Parlementariërs van de Hongaarse regeringspartij Fidesz willen leden van vorige regeringen voor de rechter slepen omdat ze de staatsschuld te snel hebben laten stijgen.

Hongarije werd tussen 2002 en 2010 geregeerd door sociaal-democraten en liberalen. In die periode steeg de staatsschuld van 55,6 procent naar 80,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Fidesz heeft een comfortabele tweederde meerderheid in het parlement. De regering van premier Orbán gebruikt deze positie om in hoog tempo ingrijpende hervormingen door te voeren. Sommige maatregelen zijn controversieel, zoals werkgelegenheidsprojecten waarbij handarbeid machines moet vervangen. Ook is er veel kritiek dat de regeringspartij haar greep op de samenleving versterkt door op sleutelposities louter politieke vrienden te benoemen.

De regering legt nu veel nadruk op het terugdringen van de staatsschuld. Volgens de nieuwe grondwet, die op 1 januari 2012 van kracht wordt, mag het parlement een begroting alleen goedkeuren als de staatsschuld in verhouding tot het bbp niet groeit. Is de staatsschuld meer dan 50 procent van het bbp, dan moet die naar beneden. Dat is een belangrijke koerswending. Toen Fidesz in juni 2010 aantrad, wilde de regering het begrotingstekort eerst laten groeien, om de economie te stimuleren. Hierop volgde een resoluut ‘nee’ van de Europese Commissie – Hongarije staat sinds het begin van de crisis in 2008 onder financieel toezicht.

Hongaren: wij zijn nóg geen dictatuur: pagina 9

    • Marloes de Koning