Haringkar in Scheveningen

W esley Verhoek zag het ineens niet meer zitten. De club was geweldig, de faciliteiten waren oogverblindend, coach Steve McClaren was nog hartelijker dan Guus Hiddink, maar toch knapte er iets. Een of andere poldergod benam hem brutaal het zicht op zijn droomtransfer naar Nottingham Forest.

Hij wou naar huis.

Eerst denk je: wat een oen, die Verhoek. Maar dan scheer je even over de plattegrond van Nottingham: grauwe buurten, heggen en gebladerte, vrouwen die hun levenlang zwanger zijn. En altijd valavond. Je denkt ook aan Hans van Breukelen die eerder in deze stad door een slag van de molen is getroffen en sindsdien als heilig paterke door het leven gaat.

Niet geheel meer van deze wereld.

Anderzijds, het blijft opmerkelijk dat een voetballer vrolijker wordt van de Schilderswijk in Den Haag dan van een stad waar voetbal de volle ader van de samenleving is. Een religie zelfs. Dat kan ADO nooit zijn: daar zijn de clubbazen te mercantiel voor, spelers te amateuristisch, fans te heidens van gezangen.

ADO: burleske.

Dapper en strijdbaar, maar vaak lijkt het of elf geprepareerde materiaalmannen op het veld staan. Het tackelt en schoffelt maar en als niets meer lukt, gaan ze er malicieus bij liggen. Tot ze in de magie van een spons weer tot leven worden gewekt. Ik bedoel maar: als spits met klasse moet je niet bij ADO zijn. Of alleen op hoge leeftijd.

Dat wist Wesley Verhoek ook en daarom keek hij begerig uit naar een transfer. De club blij, want een paar miljoen rijker. Vader Verhoek blij, want zijn zoon gaf standing aan de fruithandel. Wesley zelf was eerst ook verrukt in het perspectief dat hij in luttele jaren een halve Schilderswijk bij elkaar kon voetballen.

Maar dan per bliksemschicht: heimwee.

Voetballers met geringe zelfkennis kunnen er lacherig over doen, maar zij zijn poseurs van hun eigen halfslachtigheid. Heimwee is de essentie van sport. Johnnie Hoogerland kon het geen barst schelen wat de Fransen van hem dachten, als hij maar gezien was in Yerseke. Er ging in de Tour geen dag voorbij zonder heimwee naar het mosseldorp. Hij wou beroemd worden in Yerseke, niet in Parijs.

Waarom spelen alle internationals zo graag voor het Nederlands elftal? Eindelijk weer eens huiselijke damp in Noordwijk, die grote Hollandse blauwe hemel, het ouderwetse kaarten, boerenkool, taalverwantschap. Ze zeggen het niet, maar Sneijder en Van der Vaart zouden het liefst drie dagen in de week in Nederland zijn. Desnoods gaan ze zelf naar de Hema.

Het geld is goed in het buitenland, maar de meeste Nederlandse voetballers vergaan er van heimwee. Ze missen de va et vient van hun buurt, de camaraderie van jeugdvrienden, de oude hitte van het uitgaansleven. Jaap Stam zat in Rome, geheel ontredderd te huilen toen zijn paard in Zwolle ziek was. Enfin, ze missen de kreupele kneuterigheid die ze alleen van Nederland kunnen verdragen.

Er is niets bizar aan de emotionele retour van Wesley Verhoek. Wat verrassend is, is dat er nog voetballers zijn die een Sitz im Leben belangrijker vinden dan geld. Aan voetballers die voor geluk kiezen zijn we niet meer gewend. Zij zijn het bladgoud van ons nationalistische gevoel. Zij zijn onze plaatsvervangende exuberantie.

Al twintig jaar laat Johan Cruijff door vrienden de eerste Hollandse Nieuwe invliegen naar Barcelona. Noem het goedaardige Hollanditis. Een dag vertraging is een dag chagrijn. Dat comfort van slaafjes heeft Wesley Verhoek niet.

Dus ja, dan maar zelf naar de haringkar in Scheveningen.

    • Hugo Camps