'Geef mij de glans van het moment'

„Ik heb de vrijheid veroverd om te kunnen schrijven en ik ben trouw aan mezelf gebleven.” Aldus Thomas Verbogt, die in het 30ste jaar van zijn schrijverschap zijn 20ste roman publiceerde. Perfecte stilte gaat over een eenzelvige man die op middelbare leeftijd bepaald niet is losgekomen van de schaduwen van zijn traumatische jeugd. „Ik wil schrijven over schuld, maar op een lichte toon.”

Thomas Verbogt katrijn van giel

Op bijna al uw boeken staat dat het werk van Thomas Verbogt een groter publiek verdient. Dat oogt een beetje treurig.

„Ik zet dat er zelf niet op. Er wordt een beetje de indruk gewekt dat ik me miskend voel, maar dat is helemaal niet zo. Ik sluit me natuurlijk wel aan bij de gedachte dat mijn boeken zo veel mogelijk lezers verdienen, maar dat is niet een klacht die zo op mijn leven regent. Perfecte stilte is nu aan zijn derde druk toe, het blijft goed doorlopen. En ik heb nog nooit zoveel reacties op een boek gehad.”

Wat krijgt u te horen?

,,Ze zijn ontroerd, vooral door het slot van het boek. Dat was ook mijn bedoeling. Ik wilde troostrijk eindigen, met een teer moment.’’

Ze krijgen elkaar. Er groeit iets tussen de hoofdpersoon en de vrouw die hij maanden eerder te hulp schoot toen ze in een steegje in elkaar werd geslagen. De held wordt beloond voor zijn daad.

,,Het gaat me er niet om dat ze elkaar krijgen. Ik wilde aan het slot duidelijk maken dat er iets wezenlijks aan de hoofdpersoon was veranderd. Het gaat me er niet om dat hij wordt beloond. Hij wordt de persoon die hij altijd moest zijn, of die hij altijd wilde zijn. Zo’n moment op straat is een beslissend moment. Je loopt langs een steeg, je ziet iets dat je ook niet gezien kon hebben. Je kunt doorlopen, het geeft gedoe om op een vechtpartij af te stappen. Bij hem is het alsof er iemand in hem opstaat.’’

Het is niet de eerste keer dat een dergelijke scène bij u voorkomt. In ‘Verdwenen tijd’ zien de hoofdpersonen op straat hoe een man van een ladder valt en sterft. Zij doen niets, zeggen tegen elkaar dat er al andere mensen op af gaan.

,,Hier wordt mijn personage vooral verlamd door schuldgevoel. Alles wat er misgaat is zijn schuld. Verantwoordelijkheid is belangrijk in mijn boeken, ik vind dat je aandacht moet hebben voor datgene wat je omringt. Er zijn mensen die zeggen dat iedereen zijn eigen ding maar moet doen; ik verzet me tegen die gedachte. Je mag iets vinden van wat er om je heen gebeurt, handelen, iets veroorzaken. Je hoeft geen toeschouwer te zijn. Niet voor niets is David Kromweg in het boek van beroep documentairemaker, tot het moment dat hij langs die steeg loopt is hij toeschouwer van beroep. Ik wil schrijven over schuld, verantwoordelijkheid en wat uiteindelijk van waarde is, maar op een lichte toon. Zonder uitgesproken middelen, zonder bombast.’’

U bent dertig jaar schrijver. Heeft u in de loop der jaren veel bijgeleerd?

,,In mijn eerste romans liet ik veel te veel zien wat ik wilde. Ik was te zeer bezig een boek te schrijven. Dat is volgens mij te lezen. Die eerste romans waren niet als een lied, maar als een compositie waar de melodie nog van moest komen. Vanaf De zomerval (1998) probeer ik, naar het voorbeeld van iemand als John Cheever, het verhaal gewoon, liefst zo rechtstreeks mogelijk te vertellen. Zoals je dat doet wanneer je net iets bijzonders op straat hebt gezien, thuiskomt en dan zegt: ‘wat ik nu heb meegemaakt…’ ’’

Dat klinkt heel eenvoudig.

,,Ik probeer in scènes te denken, zoals een film. Daarin heeft elke scène één specifiek doel. Zo probeer ik het ook te doen, in korte hoofdstukken met kleine cliffhangers. En dan zoek je het ritme van het verhaal. Zo’n geweldsscène waar we het net over hadden, moet dan de goorheid van het gevecht hebben. Bij het slot van Perfecte stilte zocht ik de toon van een zachte melodie. Ik vind het prettig om in ruimtes te denken: je weet hoe lang je opmaat moet zijn, waar je gaat versnellen, waar een refrein moet komen.’’

U heeft in vijf minuten drie muziekmetaforen gebruikt.

,,Muziek is essentieel in mijn leven. Als ik een roman schrijf luister ik eigenlijk uitsluitend naar Bach. Bij een column kan het van alles zijn: jazz, Vivaldi. Bij toneel zet ik ritmischer dingen op, zoals Philip Glass en Keith Jarrett. En tussendoor draai ik Amerikaanse rock om energie te krijgen, als ik moeite heb met een bepaalde passage. Of ik kijk naar een stuk van een film die ik al heel vaak heb gezien.’’

Zoals?

,,Atonement, Stanley Kubricks oude verfilming van Lolita, of The Hours. Ik kijk ook om een idee te krijgen van het ritme van het verhaal, de bewegingen, hoe de mensen naar elkaar kijken. Zo’n film kan je ineens een nieuw inzicht geven over hoe je verder moet. Inhoudelijk heeft dat niets te maken met het boek waar ik dan aan bezig ben. De motor moet weer aan.

,,De dagelijkse column die ik schrijf voor De Gelderlander werkt ook op zo’n manier. ’s Ochtends fiets ik van de Brouwersgracht naar De Pijp, waar ik werk. Meestal weet ik al zo’n beetje waar ik het over wil hebben. In de tien minuten op de fiets zoek ik het ritme van het stukje. Als ik hier aankom is het meestal wel klaar, kan ik het zo opschrijven.’’

Uw columns zijn meestal korte, sfeervolle anekdotes.

,,De sfeer van een verhaal, roman of toneelstuk is ongelooflijk belangrijk. Als je die kunt oppakken, kom je dicht in de buurt van wat er achter het verhaal van een roman schuilgaat, wat de schrijver drijft. Ik wil de essentie van een moment glans geven, of dat nu in het heden is of in het verleden. Zoals dat in een liedje gebeurt. Je kunt een tekst over afscheid hebben, maar de melodie is de deur waardoor je naar binnen komt.’’

Daarom zeggen mensen dat Bob Dylan de Nobelprijs moet krijgen.

,,Als je het over Dylan hebt, krijg je meteen te horen: doe niet zo ouwelullerig. Bij Mozart gebeurt dat nooit. Dylan is belangrijk in mijn leven. Ik merk dat ik soms in zijn metaforen denk.’’

U staat ook te boek als een nostalgicus.

,,Ik ben tegen het woord nostalgie, dat klinkt teveel als: weet je nog hoe mooi het vroeger was. Daar heb ik niets mee. Iets anders zijn de dingen die je hebt meegenomen uit eerdere periodes in je leven. Als ik bijvoorbeeld aan de dagen na het eindexamen van vroeger denk, aan de feesten vooral, dan gaat het me om het optimisme – hoe geluk of welbevinden werkt. De jaren zestig droegen de belofte van een prachtige, nieuwe toekomst in zich. Vervolgens is de tijd snel gegaan. Er blijft maar weinig vroeger over, maar wat je meeneemt naar de rest van je leven is van groot belang.’’

Zeker als het iets negatiefs is. Vrijwel al uw personages worden gegijzeld door hun verleden.

,,Ze bevrijden zich wel. Al is het maar door inzicht, dat is zestig procent van het werk. Het is mijn privé-overtuiging dat de momenten waarop zich voor het eerst iets groots voltrekt, bepalend zijn. De eerste keer dat je rouwt, de eerste keer dat je verliefd wordt, de eerste keer dat je écht bang bent. Als er dan iets misgaat, krijg je een soort kwetsbaarheid die je lang parten speelt. Kwetsbaarheid kan ingewikkelde gevolgen hebben. Dat wordt op de een of andere manier je maatstaf.’’

Wat ging er bij u mis?

,,Ik kreeg rond mijn derde jaar hersenvliesontsteking en een vorm van kinderverlamming. Ik moest in quarantaine, was heel ziek, maar werd niet met rust gelaten. De hele dag en nacht waren de mensen van het ziekenhuis met me in de weer. Over de kleinste dingen kon ik me verschrikkelijk opwinden. Gewoon aangeraakt worden. Dat heeft zich toen metaforisch vertaald, in een: omhels me, maar laat me meteen weer los. Ik had daar nooit bij stilgestaan, tot het in de jaren negentig minder goed met me ging. Toen ben ik met een deskundige gaan praten en realiseerde ik me hoe bepalend die ziekte voor me geweest moet zijn. Ik kwam daar steeds weer op uit. ‘Je had wel dood kunnen zijn’, hoorde ik keer op keer. Dat heeft ook een soort verantwoordelijkheid op me gelegd.’’

Wilde u daardoor schrijver worden?

,,Ik wilde schrijver worden omdat ik bijna verslaafd raakte aan het fantaseren over wat er in de werkelijkheid om me heen gebeurde. Ik moest verhalen verzinnen. Het leek net alsof ik anders niet verder kon.

,,Het waren de jaren vijftig, de jaren van de wederopbouw, maar mijn ouders lazen later ook het werk van Jan Wolkers. En ik heb de Nederlandse vertaling van Kerouacs On the Road op de tafel van mijn vader zien liggen. Ik las vooral uit de schoolbibliotheek. Op school las ik de bloemlezing Nieuwe griffels, schone leien. Daardoor kwam ik in aanraking met het werk van een schrijver als Lucebert. Dat was een grote schok. Het ging er niet om te vertellen wat er was, maar om wat alleen bij jou hoorde. Een compleet andere manier van denken. Kijken wat er is, en daarmee aan het fantaseren slaan.’’

Maar toen was u nog niet begonnen.

,,Toen ik klein was studeerde mijn vader nog – rechten. We woonde op een kleine etage, wat betekende dat ik met mijn moeder naar buiten moest als hij aan het werk was. Wanneer we thuiskwamen zag ik hoe de stapel beschreven vellen was gegroeid. Vader schrijft op wat hij denkt, zei mijn moeder. Ik besefte dus dat zoiets mogelijk was.

,,Ik studeerde in Nijmegen, waar ik ook ben opgegroeid. Met een aantal vrienden speelden we schrijfschooltje: we lazen elkaars werk en becommentarieerden het en we hadden een tijdschrift, ‘De schans’. Maar pas toen ik na mijn studie naar Arnhem verhuisde, ben ik echt serieus begonnen. En al vrij snel kon ik er ook van leven, mede dankzij het schrijven voor toneel.’’

Dat doet u nog steeds.

,,Schrijven voor toneel heeft me losgemaakt, ik ben steeds meer gaan durven. Op toneel kun je veel vreemdere dingen laten gebeuren. Wij zitten hier nu aan een tafel te praten. In een toneelstuk zou ik kunnen opstaan en u uit het raam gooien, in een roman moet ik dat eerst geloofwaardig maken. Toneel schrijven geeft dynamiek, maakt je brutaler Uiteindelijk heeft alles een functie: de romans, het toneel, de columns. Binnen mijn werk heeft het allemaal met elkaar te maken, het een voedt het ander.’’

U geeft ook schrijfles aan de toneelschool.

,,Daar heb ik veel aan, het maakt me bewust ven de technieken die ik zelf misschien gedachteloos toepas. Het maakt de omgang met je materiaal productiever. Ik gebruik bijvoorbeeld een oefening waarin iemand moet uitleggen waarom hij jaren niet bij zijn familie is geweest, in woorden van één lettergreep. Dat levert wonderbaarlijk veel op. Het is belangrijk om grote verhalen klein te vertellen. Hans Klok, de illusionist, heeft eens gezegd dat als je wilt imponeren met een olifant, je dat moet inleiden met een kaartentrucje.’’

U heeft het veel over technische aspecten van het schrijven. Is dat het zwaarste deel van het vak?

,,Nee, ik ben langer bezig met het uitdenken van het verhaal dan met het daadwerkelijke schrijven, dat gaat vrij snel. Maar ik vind het ambachtelijke wel belangrijk. Tijdens het schrijven houd ik me erg bezig met het ritme, met hoe passages om een andere melodie vragen, met de ‘kleur’ van de taal. Het valt me op dat er steeds minder vaak over de stijl van een roman geschreven wordt, terwijl die toch het verhaal omhoog tilt.’’

Bent u trots op uw jubileum?

,,Ja. Vooral omdat ik heb kunnen doen wat ik wilde en daarvan heb kunnen leven. Ik heb de vrijheid veroverd om te kunnen schrijven en ik ben trouw aan mezelf gebleven. Intussen is mijn publiek geleidelijk aan steeds groter geworden.

,,Bovendien heb ik er elke dag nog steeds enorme zin in. Soms spreek ik collega’s die het schrijven eigenlijk een hel vinden. Daar heb ik gelukkig geen last van. Natuurlijk zijn er ellendige dagen, maar die zijn de prijs die je betaalt voor wat morgen wel lukt.’’

Thomas Verbogt: Perfecte stilte. Nieuw Amsterdam, 207 blz. €18,50

    • Arjen Fortuin