Een beeldschone zonnegod Apollo in klei

De verzameling Van Herck, terracotta’s uit de 17de en 18de eeuw, Bonnefantenmuseum Maastricht. T/m 9/10. Inl: bonnefanten.nl. ***

De begeleider van de blinde generaal mist het puntje van zijn neus. De legende wil dat de grote Byzantijnse veldheer Belisarius, na valselijk te zijn beschuldigd van corruptie, op last van de zesde-eeuwse Romeinse keizer Justinianus van het zicht werd beroofd. In Constantinopel moest hij daarna als bedelaar aan de kost komen. In voorstellingen van dat thema in de beeldende kunst wordt de oude Belisarius doorgaans vergezeld door een jongeman. Die komt ook voor in een, bijna een halve meter hoge, sculptuur in de expositie van terracotta beelden in het Bonnefantenmuseum.

Kennelijk is zijn geschonden aangezicht het gevolg van een vrij recent ongeval, want op de foto van het beeld in de catalogus (die al uitkwam toen deze tentoonstelling in 2000 in Antwerpen te zien was), is de beschadiging nog niet te zien. Het illustreert de grote kwetsbaarheid van dergelijk klein werk in gebakken klei.

De groep met Belisarius werd in de eerste helft van de negentiende eeuw gemaakt door de Vlaamse beeldhouwer Jan-Lodewijk van Geel. In 1936 kreeg Charles van Herck het werk cadeau van zijn broers en zussen, ter gelegenheid van zijn zilveren bruiloft. De familie wist waarmee ze Charles een plezier deed: net als zij stamde de Antwerpse kunstverzamelaar Van Herck (1884-1955) uit een geslacht van kunsthandelaars en hij was een verwoed collectioneur van terracotta sculptuur uit de zeventiende en achttiende eeuw. Een mooie keuze uit Van Hercks verzameling van zo’n vijftig werken, van de hand van voornamelijk Vlaamse kunstenaars, wordt nu voor het eerst in Nederland getoond.

Modelleren in plastisch materiaal is in de artistieke praktijk zo’n beetje het tegenovergestelde van het hakken in steen of het snijden uit hout. In de loop van de Renaissance en de Barok legden steeds meer kunstenaars zich erop toe.

Een beeld op klein formaat geboetseerd in was, gips of klei, kon fungeren als driedimensionale schets voor een groter beeld. De tentoonstelling laat daarvan fraaie staaltjes zien, zoals een door Walter Pompe in 1737 losjes geboetseerd ontwerp voor een later in eikenhout uitgevoerd uithangbord met putti en wijnranken. Een modello van een reliëf van de beeldschone zonnegod Apollo van de hand van de zeventiende-eeuwse Antwerpse beeldhouwer Artus Quellinus moet bedoeld zijn geweest om zijn opdrachtgevers een idee te geven van het werk dat hij zich voorstelde in marmer te hakken ter decoratie van het interieur van het Paleis op de Dam.

Maar kleine beelden werden ook gemaakt als op zichzelf staande kunstwerkjes. Jan-Lodewijk van Geels blinde Belisarius is er, met zijn patina van imitatiebrons, een voorbeeld van.

Maar het mooist zijn de ogenschijnlijk informele boetseersels uit de achttiende eeuw. De show in dit genre wordt gestolen door een levensgrote buste, waarschijnlijk een zelfportret, van de Antwerpenaar Michael Rysbrack (ca. 1730). Het is, met zijn ver openstaande hemd en losjes gevouwen muts, duidelijk geen staatsieportret. Maar de meesterlijke modellering en de levendige lichteffecten in kleding en huid illustreren bij uitstek het hoogtij van de Vlaamse terracottakunst.

    • Bram de Klerck